Praktijk

Kennistoets: vragen

Gepubliceerd
2 maart 2015
Mevrouw Farouk, 34 jaar, komt op het spreekuur van de huisarts met een bobbel aan de dorsale zijde van de rechterpols. Ze heeft er last van. De huisarts stelt de diagnose ‘ganglion’. De huisarts stelt voor de inhoud van het ganglion te aspireren en lokaal corticosteroïden achter te laten. De aios is het met dit beleid niet eens; zij stelt voor slechts te aspireren omdat, zo zegt zij: ‘het achterlaten van corticosteroïden geen meerwaarde heeft boven aspiratie alleen’.
1. De bewering van de aios is correct.
De aios vraagt wat de huisarts zou doen als mevrouw Farouk een recidief ganglion krijgt. De huisarts zegt dat zij dan zou verwijzen voor excisie.
2. Dit beleid is correct.
Mevrouw Van der Weide, 56 jaar, bezoekt het spreekuur van de huisarts. In verband met stressincontinentie is zij sinds drie maanden in behandeling bij een gespecialiseerde bekkenbodemtherapeut. Volgens deze therapeut traint mevrouw Van der Weide goed. De oefeningen hebben echter nog geen effect gehad. Mevrouw Van der Weide is teleurgesteld en vraagt of medicijnen haar kunnen helpen. De huisarts beaamt dit en schrijft (1) oestrogenen voor, voor vaginaal gebruik. De huisarts adviseert de bekkenbodemoefeninigen voort te zetten omdat (2) het effect na drie maanden nog niet te beoordelen is.
3. De behandeling na (1) is in dit geval een correct.
4. De informatie na (2) is in dit geval correct.
Miranda, 16 jaar, vraagt de huisarts om een middel tegen reisziekte. Ze gaat komend weekeinde naar Schiermonnikoog. De huisarts vraagt of zij hiertegen eerder iets heeft gebruikt. Dit is niet het geval. De huisarts twijfelt tussen het voorschrijven van scopolaminepleisters of een antihistaminicum.
5. Scopolamine is in dit geval het middel van eerste keus.
6. Van de antihistaminica zijn alleen klassieke antihistaminica werkzaam bij bewegingsziekte.
De huisarts bezoekt mevrouw Blom, 59 jaar. Zij heeft mammacarcinoom, in een terminaal stadium. Ze gaat zienderogen achteruit. Ze heeft last van toenemende kortademigheid ondanks een optimale behandeling. Mevrouw Blom geeft bij het huisbezoek aan dat ze zich totaal uitgeput voelt; ze wil slapen en niks meer voelen. Ze refereert aan een eerder gesprek met de huisarts over palliatieve sedatie. De huisarts onderzoekt of aan de voorwaarden voor starten met palliatieve sedatie wordt voldaan. Hij gaat ondermeer na of er refractaire symptomen aanwezig zijn en stelt vast (1) dat in dit geval de kortademigheid een refractair symptoom is. Daarnaast schat de huisarts de levensverwachting van mevrouw Blom: deze schat hij op maximaal een week.
7. De bewering na (1) is correct.
8. De geschatte levensverwachting van mevrouw Blom voldoet aan de voorwaarden om te starten met palliatieve sedatie.
De heer Vroom, 32 jaar, komt op het spreekuur, omdat hij denkt dat hij een geslachtsziekte heeft. Hij heeft een pijnlijk zweertje op zijn penis ontdekt. De laatste tijd heeft hij wisselende seksuele contacten gehad. Afscheiding heeft hij niet. Bij het lichamelijk onderzoek ziet de huisarts een 6 mm groot, geïndureerd ulcus op de schacht van de penis. De lymfklieren in de lies zijn vergroot. De huisarts overweegt de diagnose primaire syfilis.
9. Bij deze diagnose past de klacht dat het zweertje pijnlijk is.
10. Bij deze diagnose past de klacht dat de lymfklieren in de lies vergroot zijn.
De antwoorden staan op pagina 172.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen