Praktijk

Kennistoets: vragen

0 reacties
Gepubliceerd
3 juni 2015
1. Welke van de volgende kenmerken is, bij patiënten met monoartritis van de grote teen, de sterkste voorspeller voor een jichtaanval?
  • Hypertensie.
  • Wijnconsumptie.
  • Gebruik van diuretica.
  • Melding van eerdere artritisaanval.

2. Bij de heer Van Deursen, 63 jaar, heeft de huisarts een monoartrits van het eerste metatarso falangeale gewricht (MTP-1) vastgesteld. Hoe groot is de kans dat deze artritis berust op jicht, ongeacht de verdere klinische kenmerken van de heer Van Deursen?
  • Circa 95%.
  • Circa 85%.
  • Circa 75%.
  • Circa 60%.

3. Bij de heer Van Breukelen, 54 jaar, heeft de huisarts de diagnose jichtartitis gesteld. De huisarts licht de heer Van Breukelen voor over dit ziektebeeld. Welke voorlichting is conform de richtlijnen?
  • Een aanval duurt drie tot zes weken.
  • Er treedt na een aanval meestal geen volledig herstel op.
  • Een jichtaanval wordt veroorzaakt door urinezuurkristallen die neerslaan in het gewricht.

4. De huisarts wil de heer Van Breukelen behandelen voor de aanval van acute jichtartritis. Welke bewering over de behandeling is conform de richtlijnen?
  • NSAID’s hebben de voorkeur boven systemische corticosteroïden.
  • Colchicine is de medicatie van eerste keus bij de behandeling van jichtartritis.
  • Wissel van middel als er na vijf tot acht dagen wel verbetering maar onvoldoende herstel is opgetreden.
  • Intra-articulaire injectie van corticosteroïden is een alternatief bij falen van de jichtbehandeling van eerste of tweede keus.

5. Het artikel ‘Stepped care bij artrose’ noemt de multidisciplinaire behandelstrategie voor knie- en heupartrose: ‘BART’. Welke stap behoort NIET tot deze behandelstrategie?
  • Leefstijladviezen.
  • Fysiotherapie.
  • Intra-articulaire injecties.
  • Operatie.

6. Welke van onderstaande symptomen is het meest kenmerkend voor gonartrose?
  • Slotverschijnselen.
  • Benige verbreding van het kniegewricht.
  • Ochtendstijfheid die langer duurt dan 30 minuten.
  • Hydrops.

7. De huisarts overweegt een röntgenfoto of MRI van de knie van de heer De Jonge aan te vragen. Welke van onderstaande beweringen over beeldvorming bij gonartrose is correct?
  • Er is een slechte correlatie tussen de ernst van de klachten enerzijds en de mate van röntgenologische afwijkingen anderzijds.
  • De afwezigheid van zichtbare afwijkingen op de foto sluit gonartrose uit.
  • Er is een goede correlatie tussen de ernst van de klachten enerzijds en de mate van afwijkingen bij MRI-onderzoek anderzijds.

8. In 20% van de onderzochte euthanasieverzoeken oordeelde de SCEN-arts dat niet was voldaan aan de zorgvuldigheidseisen. Wat was hiervoor de meestvoorkomende reden?
  • Geen sprake van ondraaglijk lijden.
  • Geen weloverwogen verzoek.
  • Andere mogelijkheden onvoldoende geprobeerd.
  • Het ontbreken van uitzichtloos lijden.
  • Twijfel aan de vrijwilligheid van het verzoek.

9. Waarvoor staat de afkorting SCEN?
  • Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland.
  • Support en Consultatie bij Euthanasie in Nederland.
  • Support en Contact bij Euthanasie in Nederland.
  • Steun en Controle op Euthanasie in Nederland.

10. De huisarts begeleidt een terminale patiënt. Er ligt een verzoek tot euthanasie. De huisarts besluit een SCEN-arts te consulteren. Binnen de maatschap is een opgeleide SCEN-arts werkzaam. De huisarts vraagt zich af of het maatschapslid in dit geval als SCEN-arts mag optreden. Welke van de onderstaande relaties is strijdig met de richtlijnen op dit gebied?
  • Emotionele band hebben (familie, vriendschap).
  • Samenwerkingsverband hebben (maatschap, HOED).
  • Hiërarchische relatie hebben (opleider, werkgever).
  • Alle bovenstaande relaties.

De toetsvragen zijn gebaseerd op artikelen uit dit nummer van Huisarts en Wetenschap. Daarnaast wordt gebruikgemaakt van bronnen die daarbij aansluiten, zoals NHG-Standaarden, Farmacotherapeutisch Kompas, CBO-richtlijnen.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen