Praktijk

Kennistoets: vragen

0 reacties
Gepubliceerd
1 juli 2016
De kennistoets gaat over één artikel in dit juninummer van H&W, namelijk: Weel J, Schuurs T, Mulder B, Bruijnesteijn van Coppenraet L, Van der Zanden A, Van der Reijden W, Ruijs G. PCR-fecesonderzoek bij gastro-enteritis. Huisarts Wet 2016;59(7):297-301. Daarnaast wordt gebruikgemaakt van bronnen die daarbij aansluiten, zoals NHG-Standaarden, Farmacotherapeutisch Kompas, en CBO-richtlijnen.
De juiste antwoorden vindt u op pagina 332.
1. Sinds 2007 wordt bij acute diarree naast conventioneel onderzoek (feceskweek en TFT) ook moleculaire diagnostiek (PCR) voor fecesonderzoek ingezet. Waarom hebben Weel et al. hierover een eerstelijnsonderzoek opgezet?
  • Om de PCR-uitslagen van verschillende laboratoria met elkaar te kunnen vergelijken.
  • Om de waarde van PCR-diagnostiek bij acute diarree te verhelderen.
  • Om moleculaire diagnostiek (PCR) en feceskweek/TFT met elkaar te kunnen vergelijken.

2. Van alle deelnemers aan het onderzoek (patiënten en controlegroep) werd een fecesmonster onderzocht. Daarnaast verzamelden de onderzoekers klinische informatie over de deelnemers via een vragenformulier. De meeste patiënten (93,1%) meldde diarree als klacht. Welke klacht rapporteerden zij na diarree het meest?
  • Braken.
  • Buikpijn.
  • Koorts.
  • Slijm in de ontlasting.

3. Bij de analyse van de onderzoeksresultaten vergeleken de onderzoekers de patiënten en de controlegroep met elkaar. De Clostridium difficile -bacterie bleek in de hoogste leeftijdsklasse (> 50 jaar) significant vaker voor te komen bij de patiënten dan bij de controlegroep. Bij de laagste leeftijdsklasse ( &lt 5 jaar) kwam de bacterie bij beide groepen even vaak voor. Op basis van deze verdeling trekken de auteurs een conclusie over het (asymptomatisch) dragerschap van Clostridium difficile . Waar komt dragerschap het vaakst voor?
  • In de laagste leeftijdsklasse.
  • In de hoogste leeftijdsklasse.
  • In beide leeftijdsklassen even vaak.

4. Wouter (16 maanden) heeft sinds gisteren achtmaal per dag waterdunne diarree. Ook geeft hij over sinds gisteren, na eten en drinken. Wouter heeft geen koorts. Moeder weet niet of Wouter heeft geplast, omdat hij telkens diarree heeft. Ze maakt zich zorgen omdat Wouter weinig drinkt, ongeveer de helft van zijn normale hoeveelheid. Wouter is hangerig, maar niet suf. Bij onderzoek vindt de huisarts een normale turgor en een capillaire refill van minder dan twee seconden. Zijn slijmvliezen zijn vochtig. Er is geen tachypnoe of tachycardie. Wat is op dit moment het aangewezen beleid?
  • Voorlichting, advies én ORS.
  • Voorlichting, advies, loperamide én ORS.
  • Doorverwijzen naar de kinderarts.

5. De huisarts legt een visite af bij de heer Mathijsen, 36 jaar, in verband met hoge koorts (40,4°C) en waterdunne diarree sinds twee dagen. Hij heeft ongeveer tien keer per dag diarree zonder slijm of bloed. De heer Mathijssen is niet met vakantie geweest. Hij maakt een zieke indruk. Er zijn geen tekenen van dehydratie. Zijn bloeddruk is 140/84, zijn pols 88/minuut. Bij onderzoek van de buik vindt de huisarts geen afwijkingen. De huisarts laat een kweek verrichten en in afwachting van de uitslag start hij vast met antibiotica vanwege de hoge koorts. Welk antibioticum is in dit geval aangewezen?
  • Azitromycine.
  • Ciprofloxacine.
  • Metronidazol.

6. Dientamoeba fragilis is een parasiet die vaak in de ontlasting zit bij kinderen met buikpijn en diarree. Er is discussie of Dientamoeba fragilis een pathogeen is of niet. Het onderzoek van Weel et al. laat zien hoe vaak de parasiet bij de patiënten en controlegroep werd aangetroffen. Wat is de conclusie van de auteurs op grond van deze cijfers?
  • Dientamoeba fragilis is een commensaal.
  • Dientamoeba fragilis is een pathogeen.
  • De onderzoeksresultaten geven geen uitsluitsel.

7. Welke twee voordelen heeft moleculaire diagnostiek (PCR) boven conventioneel onderzoek (feceskweek en TFT) bij acute diarree?
  • Onbeperkt testdomein (alle verwekkers) en sensitievere bepaling.
  • Snellere diagnostiek en sensitievere bepaling.
  • Verbeterde resistentiebepaling en onbeperkt testdomein.
  • Verbeterde resistentiebepaling en snellere diagnostiek.

8. De heer Smithuis, 46 jaar, is drie weken geleden op reis geweest in Zuid-Europa. Sindsdien heeft hij last van diarree. Hij heeft geen bloed bij de ontlasting gezien, maar wel kleine witte wormpjes. Hoewel hij zich niet helemaal fit voelt, is hij niet ziek. Hij eet en drinkt gewoon, maar is wel wat afgevallen. Wat is de meest waarschijnlijke verwekker van deze diarree?
  • Oxyuren.
  • Enterotoxische Escherichia coli.
  • Giardia lamblia.
  • Entamoeba histolytica.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen