Praktijk

Kennistoets: vragen

Gepubliceerd
1 december 2016
De kennistoets gaat over één artikel in dit nummer van H&W, namelijk: Ottenheijm RPG. Echografie bij schouderpijn: doen of niet? Huisarts Wet 2016;59(12):551-3.
Daarnaast wordt gebruikgemaakt van bronnen die daarbij aansluiten, zoals NHG-Standaarden, Farmacotherapeutisch Kompas en CBO-richtlijnen. De juiste antwoorden vindt u op pagina 580.
1. Ottenheijm heeft zijn onderzoek naar de waarde van de echo bij schouderklachten opgezet vanwege een onderliggend probleem. Welk probleem was dit?
  • Schouderklachten krijgen vaak een verkeerde diagnose.
  • Schouderklachten neigen tot chroniciteit.
  • Schouderklachten leiden tot functieverlies en arbeidsverzuim.

2. Ottenheijm onderzocht de waarde van de echo bij patiënten met beginnende schouderpijn, met vermoedelijk een subacromiale aandoening. Ook hield hij bij hoe vaak de echo in staat is om bij deze groep een specifieke diagnose te stellen. Tendinitis, tendinitis calcarea en burstitis subacromialis waren de meestgestelde diagnoses. Wat was de waarde van de echo?
  • De echo kon bij een minderheid een diagnose stellen en de diagnostiek was niet accuraat.
  • De echo kon bij een minderheid een diagnose stellen, maar de diagnostiek was wel accuraat.
  • De echo kon bij een meerderheid een diagnose stellen en de diagnostiek was accuraat.

3. De NHG-Standaard Schouderklachten maakt bij schouderklachten een onderverdeling in drie categorieën. Op grond waarvan worden schouderklachten ingedeeld?
  • Op grond van de locatie van de klachten.
  • Op grond van de bevindingen bij lichamelijk onderzoek.
  • Op grond van de gestelde diagnose.

4. Eénentachtig procent van alle schouderklachten in de eerste lijn is gelokaliseerd in de subacromiale ruimte. In deze ruimte bevinden zich drie structuren. De bursa subacromalis en de pees van m. supraspinatis zijn twee van die structuren. Wat is de derde?
  • De lange pees van de m. biceps.
  • De pees van de m. subscapularis.
  • Het coraco-acromiale ligament.

5. Welk advies is het meest passend bij patiënten met schouderklachten?
  • Neem strikte rust als kleine bewegingen schouderpijn veroorzaken.
  • Wacht bij het stapsgewijs uitbreiden van activiteiten eerst tot de pijn geheel verdwenen is.
  • Probeer door te gaan met de dagelijkse bezigheden.

6. Ottenheijm onderzocht de waarde van echodiagnostiek bij schouderklachten in de eerste lijn. Welke conclusie trekt hij?
  • Een echo is al zinvol in de beginfase van de eerste periode met schouderpijn.
  • Een echo is pas zinvol na de eerste periode, als de pijnklachten aanhouden.
  • Een echo heeft geen toevoegde waarde in de eerste lijn.

7. De heer Van Aarden, 44 jaar, komt op het spreekuur in verband met pijn aan zijn linkerschouder. De klachten zijn een week geleden begonnen nadat hij een nieuwe laminaatvloer heeft gelegd. Er is geen sprake geweest van een trauma. De huisarts onderzoekt de schouder. Bij inspectie ziet hij geen afwijkingen. Welke actieve beweging dient onderzocht te worden?
  • Actieve abductie.
  • Actieve elevatie.
  • Actieve exorotatie.

8. Gijs, 17 jaar, heeft tijdens een uitje, waar hij moest sumoworstelen, zijn rechterschouder geluxeerd. Hij heeft dit nooit eerder meegemaakt. Een aanwezige huisarts heeft de schouder direct gereponeerd en Gijs verwezen naar zijn eigen huisarts. Op dit moment heeft Gijs nog lichte pijn aan zijn schouder. Bij onderzoek zijn er geen afwijkingen. De huisarts laat een foto van de schouder vervaardigen, die geen afwijkingen laat zien. Wat is nu het eerst aangewezen beleid?
  • Mobiliseren op geleide van de pijn.
  • Immobilisatie met een mitella gedurende een tot drie weken.
  • Verwijzing naar de fysiotherapeut voor proprioceptieve en spierversterkende oefeningen.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen