Praktijk

Kennistoets: vragen

Gepubliceerd
2 maart 2017
De kennistoets gaat over één artikel in dit nummer van H&W, namelijk: Paulis W. Kinderen met obesitas. Huisarts Wet 2017;60(3):125-7. De toets is tevens gebaseerd op de NHG-Standaard Obesitas. Van Binsbergen JJ, Langens FNM, Dapper ALM, Van Halteren MM, Glijsteen R, Cleyndert GA, Mekenkamp-Oei SN, Van Avendonk MJP. NHG-Standaard Obesitas. Huisarts Wet 2010:53(11):609-25.
Daarnaast wordt gebruikgemaakt van bronnen die daarbij aansluiten, zoals NHG-Standaarden, Farmacotherapeutisch Kompas en CBO-richtlijnen. De juiste antwoorden vindt u op pagina 144.
1. Paulis deed onderzoek naar de manier waarop kinderen met overgewicht hun klachten presenteren. Wat was haar belangrijkste bevinding?
  • Kinderen met overgewicht komen met andere klachten op het spreekuur dan kinderen zonder overgewicht.
  • Kinderen met overgewicht komen regelmatig op het spreekuur met klachten gerelateerd aan hun overgewicht.
  • Kinderen met overgewicht rapporteren thuis vaker lichamelijke klachten.

2. Meer dan 90% van de ondervraagde huisartsen vindt dat zij een rol moeten spelen bij obese kinderen, maar in de praktijk pakt de huisarts het probleem weinig op. Het meten van het BMI bij kinderen met overgewicht en het doorverwijzen van obese kinderen gebeurt weinig. Wat is voor huisartsen de belangrijkste reden om het onderwerp niet op te pakken?
  • Zij zien het als een maatschappelijk probleem en vinden dat de verantwoordelijkheid bij de ouders en de school ligt.
  • Ouders en kind willen niet over het overgewicht praten.
  • Zij beschikken over onvoldoende goede verwijsmogelijkheden.
  • Zij achten zich onvoldoende deskundig op dit onderwerp.

3. Paulis liet in haar onderzoek huisartsen een training over ongezond eetgedrag volgen. Welk effect van de training vond zij?
  • De huisarts bespreekt ongezond eetgedrag vaker.
  • Het gemiddeld aantal obese kinderen in de praktijk neemt af.
  • Het leidt tot gezonder eetgedrag bij kinderen.

4. In systematische reviews is nagegaan wat het effect van leefstijlinterventies is bij kinderen met obesitas. Het hele gezin werd betrokken bij de interventies en de interventies richtten zich op voeding, bewegen en gedrag. Wat is er tot op heden bekend over het effect van dit soort gecombineerde interventies?
  • Klinisch relevante gewichtsafname op korte termijn (
  • Klinisch relevante gewichtsafname op korte en lange termijn (> 1 jaar).
  • Geen relevante gewichtsafname op korte en lange termijn.
  • 5. Een aios discussieert met zijn opleider over strategieën om af te vallen. De aios stelt dat afvallen een kwestie is van bijna niets meer eten. De opleider stelt dat het verstandiger is, als je wilt afvallen, om regelmatig te blijven eten. Hij stelt dat dit voordelen biedt. Wat is het voordeel/zijn de voordelen van regelmatig blijven eten?
    • Het lichaam schakelt niet over op de spaarstand (lage stofwisseling).
    • Minder hongergevoel, minder neiging om te snacken.
    • Minder kans op terugval, minder jojo-effecten.
    • Alle opties zijn correct.

    6. De huisarts heeft bij Tim, 14 jaar, obesitas geconstateerd (BMI 28,5). Na het spreekuur bestudeert de huisarts zijn medisch dossier om te beoordelen of Tim in de huisartsenpraktijk behandeld kan worden of moet worden doorverwezen. Welke bevinding is een reden om Tim door te verwijzen?
    • Een grote lichaamslengte (> P90) op de groeicurve.
    • Een donkergekleurde huid in de lichaamsplooien.
    • Een onevenredig vergrote buikomvang.
    • Nuchtere glucosewaarde 5,5 mmol/l.

    7. Paulis vroeg aan ouders van kinderen met overgewicht of de huisarts het overgewicht op het spreekuur met hen mag bespreken, ook als dat niet de hulpvraag is. Wat was het antwoord van de ouders?
    • Van een meerderheid mag dat niet.
    • Van de helft mag het wel, van de andere helft niet.
    • Van een meerderheid mag dat wel.

    8. Moeder komt met haar dochter Vera, 6 jaar, op het spreekuur. Moeder vraagt zich af of Vera nog wel een normaal gewicht heeft. Vera speelt weinig buiten, terwijl haar moeder haar steeds forser ziet worden. De huisarts meet Vera’s lengte en gewicht en constateert dat haar BMI 20,4 is. Tot welke categorie hoort haar gewicht?
    • Ondergewicht.
    • Normaal gewicht.
    • Overgewicht.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen