Praktijk

Kennistoets: vragen

Gepubliceerd
2 april 2017
De kennistoets gaat over één artikel in dit nummer van H&W, namelijk: Keurlings P, Minkema HJ. Lithium en lithiumintoxicatie: wat moet de huisarts weten? Huisarts Wet 2017;60(4):178-81.
Daarnaast wordt gebruikgemaakt van bronnen die daarbij aansluiten, zoals NHG-Standaarden, Farmacotherapeutisch Kompas, www.allesoverlithium.nl en CBO-richtlijnen. De juiste antwoorden vindt u op pagina 200.
1. Opleider en aios bespreken vanaf welke waarde een lithiumspiegel te hoog is. De opleider merkt op dat ouderen al bij therapeutische spiegels intoxicatieverschijnselen kunnen vertonen. Hij vraagt vanaf welke waarde bij niet-kwetsbare groepen de lithiumspiegel te hoog is. Wat is correct?
  • Vanaf 0,8 mmol/l.
  • Vanaf 1,0 mmol/l.
  • Vanaf 1,2 mmol/l.

2. De psychiater heeft het controleren van de lithiumspiegel aan de huisarts overgedragen. Met welke frequentie dient de huisarts de lithiumspiegel minimaal te controleren?
  • Driemaandelijks.
  • Halfjaarlijks.
  • Jaarlijks.

3. Lithium gedraagt zich in de nier als natrium. Na filtratie wordt lithium in de nier voor 80% teruggeresorbeerd. Lithium wordt volledig door de nier uitgescheiden. Bij welk dieet is de kans op een lithiumintoxicatie het grootst?
  • Bij een zoutarm dieet.
  • Bij een zoutverrijkt dieet.

4. De huisarts besluit, mede op advies van de psychiater, om een patiënt lithium voor te schrijven vanwege recidiverende depressies. Wat hoort de huisarts te doen voordat hij het recept naar de apotheek stuurt?
  • De GFR van de patiënt op het recept vermelden.
  • De reden van voorschrijven op het recept vermelden.
  • Overleggen met de apotheker.

5. De huisarts heeft lithium aan een patiënt voorgeschreven en geeft voorlichting over het gebruik van lithiumtabletten. Welke voorlichting is correct?
  • Lithiumpreparaten zijn onderling uitwisselbaar.
  • Vergeten lithiumtabletten kunnen alsnog worden ingenomen.
  • Bij staken van de lithiummedicatie hoeft niet te worden afgebouwd.
  • Bloedafname voor spiegelbepaling dient twaalf uur na de laatst ingenomen tablet plaats te vinden.

6. Bij gelijktijdig gebruik van bepaalde antibiotica, diuretica, NSAID’s, ACE-remmers, AT-II-antagonisten en lithium, neemt de kans op een lithiumintoxicatie toe. Welk advies geeft Keurlings aan de huisarts die aan een lithiumgebruiker een medicijn wil voorschrijven dat de lithiumconcentratie verhoogt?
  • Intensiveer de lithiumspiegelcontroles.
  • Stap over op andere medicatie; het gebruik van lithiumverhogende medicijnen is te risicovol.
  • Verlaag de lithiumdosering.

7. De huisarts krijgt de lithiumspiegel terug van de heer Linszen, 46 jaar. Hij constateert dat de spiegel binnen de referentiewaarde van het laboratorium ligt. Weet de huisarts daarmee of de huidige lithiumdosering bij de heer Linszen correct is?
  • Ja. De spiegelwaarde ligt binnen de streefwaarde van het laboratorium.
  • Nee. De huisarts dient zich op de hoogte te stellen van de nierfunctie van de heer Linszen.
  • Nee. De huisarts dient de streefwaarde van de heer Linszen in het dossier op te zoeken.

8. Op de probleemlijst in het medisch dossier van mevrouw Segers, 63 jaar, staan: bipolaire stoornis, hypothyreoïdie en hypertensie. Mevrouw Segers gebruikt lithium, thyrax en amlodipine. In welke situatie kan de huisarts een verhoging van de lithiumspiegel bij mevrouw Segers verwachten?
  • Als mevrouw Segers haar thyrax-tabletten vergeet in te nemen.
  • Als de huisarts haar amoxicilline voorschrijft.
  • Als de huisarts haar diclofenac voorschrijft.
  • Als de huisarts haar een statine voorschrijft.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen