Praktijk

Kennistoets: vragen

Gepubliceerd
4 april 2013

Kennistoets: vragen

Mevrouw Van Limpt, 24 jaar, is drie weken geleden bevallen van haar eerste kind. Alles gaat goed. Ze geeft borstvoeding en wil dat het liefst een halfjaar blijven doen. Zij komt nu bij de huisarts, omdat ze weer wil beginnen met anticonceptie. Ze wil graag informatie over de Nuvaring (ethinylestradiol/etonogestrel). De huisarts vertelt haar dat (1) de Nuvaring een progestageen afgeeft dat overeenkomt met de progestagenen uit de derde generatie orale anticonceptiva (OAC) en dat (2) het gebruik van de ring een ringvrije periode kent van zeven dagen (overeenkomstig de stopweek bij OAC). Hij vertelt haar verder dat (3) de ring met borstvoeding gecombineerd mag worden.
1. Bewering 1 is correct.
2. Bewering 2 is correct.
3. Bewering 3 is correct.
Jan, 4 jaar , komt met zijn vader op het spreekuur omdat er sinds twee dagen vuil uit zijn linkeroor komt. Jan heeft geen koorts. Zijn vader vertelt dat Jan de afgelopen week verkouden is geweest en pijn aan zijn linkeroor had. Bij onderzoek ziet de huisarts geel-witte afscheiding in de linker gehoorgang, de gehoorgang is niet rood. De huisarts stelt de diagnose loopoor bij otitis media acuta. Omdat Jan niet ziek is en geen pijn meer heeft, stelt de huisarts voor om geen behandeling te starten. Hij adviseert om na (1) twee weken terug te komen ter controle van het oor.
4. Deze termijn (1) is correct.
Na een week blijkt dat Jan nog steeds een loopoor heeft. Jan heeft geen koorts of pijn gehad. De huisarts schrijft nu antibiotische oordruppels voor.
5. Antibiotische druppels zijn nu geïndiceerd.
Mevrouw Heitinga, 44 jaar, heeft de ziekte van Crohn. Zij bezoekt de aios met sinds acht weken bestaande klachten van symmetrische, pijnlijke zwellingen aan de PIP-gewrichten van beide handen. Anamnestisch heeft zij een duidelijke ochtendstijfheid. Het duurt zeker een uur voordat ze goed op gang is. De aios denkt aan reumatoïde artritis. In een leergesprek over deze casus geeft de opleider aan dat haar klachten daarvoor nog te kort duren.
6. De opleider heeft gelijk.
Ook zegt de opleider dat de locatie van de klachten niet typisch is voor reumatoïde artritis, omdat dit artritis geeft aan de DIP-gewrichten.
7. Dit is correct.
De opleider vult aan dat gewrichtsklachten bekende manifestaties zijn van de ziekte van Crohn.
8. Dit is correct.
De heer Dijkgraaf, 83 jaar, wordt zondagnacht 14 september rond 02.00 uur door medewerkers van de thuiszorg dood aangetroffen in zijn aanleunwoning. Zij zagen licht branden. Hij is door de thuiszorg rond 18.30 uur voor het laatst levend gezien. De dienstdoende huisarts gaat direct schouwen. Zij treft de heer Dijkgraaf dood aan, liggend in zijn bed. De huisarts onderzoekt de heer Dijkgraaf. Zij vindt (1) volledige lijkstijfheid en (2) duidelijke lijkvlekken. De huisarts twijfelt of de heer Dijkgraaf is overleden op 13 of op 14 september. Voor 14 september pleit:
9. - de bevinding na 1;
10. - de bevinding na 2.
De antwoorden staan op pagina 196.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen