Nieuws

Kindergeneeskunde

0 reacties
Gepubliceerd
10 augustus 2007

Kindergeneeskunde is opgebouwd uit een algemeen deel waarin de epidemiologie, anamnese, lichamelijk en aanvullend onderzoek, groeicurven, vaccinaties, voeding en farmacotherapie worden besproken. Het tweede deel gaat in op veel voorkomende klachten bij kinderen en het derde deel op spoedeisende problemen zoals meningitis, bewustzijnsstoornissen en acute benauwdheid. Deel vier betreft veel voorkomende chronische ziekten op de kinderleeftijd en het laatste deel beschrijft de samenwerking met jeugd- en kinderarts. De meeste hoofdstukken zijn geschreven door een kinderarts(en) en huisarts of verwant aan de huisartsgeneeskunde. Dat geeft de hoofdstukken diepgang en voor de huisarts praktische relevantie. De hoofdstukindeling is helder en ondanks de vele auteurs is de stijl eenduidig. Enige overlap is niet te voorkomen, maar stoort weinig. Zo wordt het chronisch vermoeidheidsyndroom (CVS) uitgebreid beschreven in het somatischgerichte hoofdstuk over moeheid met de aanpak cognitieve gedragstherapie. In het hoofdstuk psychosociale problemen wordt een casus met CVS opgevoerd die kort besproken wordt zonder te verwijzen naar het hoofdstuk over moeheid. De index verwijst wel naar de casus, maar niet direct naar de uitgebreide bespreking. Ook de tabel over afkapwaarden van overgewicht en obesitas bij kinderen is dubbel afgedrukt. Deze geeft overigens ook meer informatie dan de groeicurven met afkapwaarden. Er zijn een paar punten van kritiek. Ondanks de inbreng van huisartsen is er vaak weinig aandacht voor de NHG-Standaarden en verwante producten. Dat leidt tot discutabele uitspraken: een temperatuur > 39,5?C bij kinderen met koorts zonder focus zou vanwege een verhoogd risico op bacteriemie een alarmsymptoom zijn en een overweging om te verwijzen. In de NHG-Standaard Kinderen met koorts is dat genuanceerd mede op basis van hetzelfde artikel van de auteur. Bij constitutioneel eczeem wordt de plaats van pimecrolimus en tacrolimus besproken terwijl deze middelen in de standaard worden afgeraden. Enuresis mag volgens twee niet-artsen vanaf de leeftijd van 6-7 jaar als problematisch worden beschouwd, maar dan gaat het nog om ongeveer 10% van de kinderen van wie er jaarlijks 1,5-2% probleemloos zindelijk worden volgens de NHG-Standaard Enuresis nocturna. Pas in hoofdstuk 13 worden bij oorproblemen (geschreven door een huisarts) de NHG-Standaarden voor het eerst genoemd. Een tweede punt van kritiek zijn de leesadviezen. Hier wordt verwezen naar rapporten van de Gezondheidsraad en andere matig toegankelijke bronnen zonder vermelding van een website. Pas in hoofdstuk 16 geven niet-artsen de eerste websites als leesadvies. Verrassend is dat met het afnemend aantal autochtone kinderen en toenemend aantal allochtone kinderen deze laatste groep vrijwel nergens besproken wordt. Onder overgewicht vond ik een klein stukje, maar deze groep kinderen vraagt bij een groot aantal aandoeningen uitgebreidere diagnostiek of een aparte aanpak. Behalve voeding komen andere leefstijlonderwerpen maar marginaal aan bod. Alcoholgebruik op steeds jongere leeftijd of rokende pubers en de mogelijke preventieve rol van de huisarts en kinderarts zijn zeker het bespreken waard. Ondanks deze kritiek is het boek zeer aan te raden voor de huisarts omdat er veel informatie in staat van een goed niveau. In een volgende druk zou men de informatie meer kunnen afstemmen met de NHG-Standaarden, de leesadviezen digitaal noemen en extra aandacht kunnen besteden aan allochtonen en leefstijlonderwerpen.

Louwrens Boomsma

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen