Praktijk

Klapvoet

0 reacties
Gepubliceerd
30 april 2014

Wat is het probleem?

Een klapvoet (voetheffersparese) is een vervelende aandoening die direct problemen geeft bij het lopen en een valgevaar oplevert. Een klapvoet heeft vele oorzaken, maar meestal gaat het om verminderd functioneren van de kuitbeenzenuw (nervus peroneus neuropathie). In veel gevallen is de diagnose te stellen op basis van anamnese en lichamelijk onderzoek.

Wat moet ik weten?

De voetheffers worden aangestuurd door de kuitbeenzenuw die vlak boven de knie aftakt van de heupzenuw (nervus ischiadicus), die op zijn beurt vanuit de plexus lumbosacralis en de zenuwwortels L4 en L5 ontspringt. Ter hoogte van de knie loopt de kuitbeenzenuw over het fibulakopje, waar hij zeer gevoelig is voor compressie en rek, en splitst vervolgens in de oppervlakkige en diepe kuitbeenzenuw (nervus peroneus superficialis en profundus). Een spontane klapvoet heeft doorgaans een perifere oorzaak: meestal betreft het een verminderde functie van de peroneus (veelal door compressie ter hoogte van de knie), minder vaak een L5-radiculopathie of polyneuropathie en zelden uitval van de heupzenuw of een spierziekte. Indien de voetheffersparese pijnloos is, gaat het vrijwel altijd om een peroneus neuropathie. Uitval van de profundus zorgt voor verminderde dorsaalflexie van de voet en tenen, en verminderde sensibiliteit van de huid tussen de eerste en tweede teen. Uitval van de superficialis zorgt voor zwakte van de enkeleversie en verminderde sensibiliteit van de voetrug en de laterale zijde van het onderbeen. De mate van uitval is afhankelijk van de locatie, de ernst en de duur van het letsel of de compressie. Een klapvoet komt vrijwel uitsluitend voor bij volwassenen en meer bij mannen dan bij vrouwen. Centrale oorzaken zijn zeer zeldzaam (uitval van de mediofrontale cortex cerebri, caudacompressie of motorische voorhoornaandoeningen) en geven vrijwel altijd meer klachten dan een klapvoet alleen.

Wat moet ik doen?

Ga na of er sprake is (geweest) van uitlokkende factoren voor een klapvoet: externe compressie (zoals veel met de benen over elkaar zitten, lang gehurkt zitten, recent trauma aan het been, gipsverband of langdurige bedrust), overrekking (inversietrauma van de enkel of het langdurige gestrekt houden van het been), lokale druk in de knieholte (bijvoorbeeld Bakerse cyste), recent gewichtsverlies, een (heup)operatie, diabetes mellitus of chemotherapie. Vraag of de patiënt verdere problemen in been of rug ervaart. Let op pijn, zwelling en roodheid van het been. Laat de patiënt lopen en kijk of er een hanentred is (looppatroon waarbij de knie hoog wordt opgetild om slepen van de voet te voorkomen). Dit laatste is het geval bij een ernstige voetheffersparese. Controleer of de patiënt op de hakken kan staan en gaan. Onderzoek de dorsaalflexie en eversie van de voet en beoordeel de kracht. Ga na of er sprake is van verminderde sensibiliteit van de (onder)benen en de voeten. Sla de reflexen van de kniepees en achillespees aan beide kanten. Beoordeel en vergelijk ook de spierkracht van de grote spiergroepen van het bovenbeen. Bij een peroneus mononeuropathie is de kracht in deze spieren normaal, zijn de reflexen normaal en is er geen roodheid of zwelling en zelden pijn. Controleer de knieholtes op palpabele massa’s en laat zo nodig een echo maken. Palpeer ook het verloop van de nervus peroneus en tik erop ter hoogte van de fibulakop. Indien dit sensaties opwekt in het verloop van de zenuw (teken van Tinel), wijst dit op drukneuropathie op deze plek. Verwijs naar een neuroloog bij een dubbelzijdige klapvoet of een eenzijdige klapvoet gecombineerd met andere neurologische afwijkingen.

Wat moet ik uitleggen?

Leg uit dat een klapvoet ontstaat door een verlamming van de spieren die de voet en tenen omhoog tillen, waardoor de voet tijdens het lopen eerst met de tenen de grond raakt en vervolgens met de hak tegen de grond klapt. Leg uit dat de klachten meestal binnen twee tot drie maanden vanzelf overgaan. Adviseer de patiënt om niet met de benen over elkaar te zitten en zo weinig mogelijk te hurken. Vraag de patiënt om na twee maanden terug te komen en verwijs naar een neuroloog indien er geen verbetering is. Adviseer schoenen met een platte hak die tot boven de enkel reiken om zwikken van de enkels te voorkomen. Verwijs bij ernstige zwakte naar de fysiotherapeut voor gerichte spierkrachttraining. Adviseer bij een ernstige parese om een enkel-voetorthese te laten aanmeten om valgevaar te minimaliseren.

Literatuur

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen