Praktijk

Klein woordenboek voor de huisarts

Gepubliceerd
20 december 2003

Hart- en vaatziekten zijn ‘volksvijand nummer 1’, zoals dat heet. Een tamelijk lompe en bovendien zinledige slogan. Volksmennerij zelfs, omdat er altijd een eerste doodsoorzaak zal zijn en er dus altijd een ‘volksvijand’ zal blijven. Hoe het ook zij, de angst voor een hartkwaal is groot. Om daarop voorbereid te zijn, moet de huisarts zijn idioom goed beheersen. Derhalve hier een kleine bloemlezing uit een nog ongepubliceerd manuscript: Hartbewaking: science-fiction geneeskunde; zie ook ‘slangenmens’ Hartcentrum: hogere tarieven voor gelijke zorg Hartelijk: warm welkom of afscheid; het welkom is in de regel hartelijker dan het afscheid Harteloos: 1) dode patiënt 2) levende patiënt 3) de minister van VWS Hartenaas: de minister van VWS Hartendief: elke huisarts heeft er eentje in zijn populatie Hartenjagen: geliefde bezigheid tijdens nascholingen Hartenkreet: ‘komt er nou nooit een einde aan dat spreekuur?’ Hartenloos: zie ‘beleidsmakers’ Hartenlust: overbezorgde patiënt Hartfalen: liefdesverdriet (doorverwijzen naar psychiater) Hartfilm: zie ‘Sisi’ Hartgrondig: lichamelijk onderzoek Hartig: smaaksensatie, vaak verbonden aan producten leidend tot een hartvervetting Hartkwaal: (zucht) ‘de zoveelste vandaag…’ Hartleers (spelfout): verdikking van de hartwand Hartmassage: kunstfout Hartsloof: slagersvoorschoot (zie ‘witte jas’) Hartstikke: mors subita Hartstocht: (lang vergeten) passie Hartsvanger: middeleeuws wapen dat de huisarts soms bij de hand zou willen hebben Hartsvriend: waarnemer Harttoon: lokroep Harttransplantatie: lees de thriller ‘De moord voor dr. Barnard’ Hartversterker: koffie Hartvervetting: lijfstraf Hartverwarmend: geen weekenddiensten meer; leve de huisartsenpost! Hartverzakking: uitgestorven ziekte Hartzeer: een zieke assistente

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen