Nieuws

Kritisch brein

Gepubliceerd
10 oktober 2004

Bij de ‘kritische psychiatrie’ ging het destijds om een mengelmoes van ideeën. Gemma Blok herhaalt in de handelsuitgave van haar proefschrift steeds de kernbegrippen: vrijheid, gelijkheid en openheid. Maar het ging ook om het zien van de ‘zin in waanzin’, het geven van een positieve betekenis aan psychische ontregeling, de veronderstelling dat een crisis psychohygiënisch en louterend kan werken. De titel van het proefschrift: Baas in eigen brein suggereert de autonomie van de patiënt als centraal thema. In feite gaat het boek echter over de aard van een geestesziekte en de gewenste inhoud van psychische hulpverlening. Blok illustreert het fenomeen kritische psychiatrie aan de hand van de ontwikkeling van een afdeling van een grote psychiatrische inrichting. Daarna gaat zij na of die afdeling exemplarisch was voor de hele inrichting en de rest van Nederland. De auteur heeft het herhaaldelijk over een rage, waarbij ze stelt dat het niet om antipsychiatrie gaat, maar om kritiek op de psychiatrische hulpverlening. Het ging om de relativering van de medische inbreng en verantwoordelijkheid en de centrale positie van de psychotherapeutische benadering. Er ontstonden vaak tegenstellingen tussen psychologen, verpleegkundigen en psychiaters. Herhaaldelijk werden psychiaters geschoffeerd en assistenten-in-opleiding werden getolereerd voorzover ze meededen en afstand namen van hun doktersschap. Men greep terug op filosofische richtingen als het existentialisme en de fenomenologie. Laing en Cooper bewerkten Sartres l'Etre et le Neant. Het boek van de Amsterdamse psychiater Van der Horst greep terug op de fenomenologie van Binswanger. Het was ook een internationale beweging, hoewel de uitingsvormen en accenten overal verschilden. Szasz in de Verenigde Staten met de Zin van waanzin, Basaglia in Italië en in Nederland Foudraine met de bestseller Wie is van hout waarin hij een hartstochtelijk pleidooi voor een psychotherapeutische benadering van schizofrenie hield. Blok beschrijft de geschiedenis van een beweging en van een ‘idee’. Hoe en waar ontstond het, in welke context, hoe ontwikkelde zich dat in de loop van de tijd en wat waren specifieke verschijningsvormen. Je leest een dergelijk boek gretig, omdat je het zelf – al dan niet als actief betrokkene – hebt meegemaakt. Maar het is ook moeilijk om een beweging in de recente geschiedenis op waarde te schatten. Waren al die opvattingen en misvattingen een oprisping van gekte in de geestelijke gezondheidszorg, waar je slechts met misprijzen op terug kunt kijken? Gebrek aan afstand in tijd en (persoonlijke) betrokkenheid maken een gewogen oordeel moeilijk. Zoals dat ook het geval is met de geschiedenis van Provo, de studentenbeweging, het ‘Fortuijnisme’ of de ontwikkeling van de huisartsgeneeskunde in de afgelopen dertig jaar. Een leuk boek, maar een matig proefschrift. Blok past een journalistieke benadering toe met reportages uit het veld. Betrokkenen geven achteraf hun mening. De selectie van geïnterviewden wordt niet verantwoord. Er is maar één patiënt geïnterviewd. De historische context wordt ruw geschetst, maar niet nader onderzocht.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen