Nieuws

Leidt continuïteit tot vroege opsporing van diabetes?

Gepubliceerd
20 mei 2006

Wat levert continuïteit van zorg op bij diabetespatiënten? Er is veel over geschreven, maar er is geen hard bewijs dat meer continuïteit beter of slechter is dan geen continuïteit. En ook een mooi cross-sectioneel onderzoek uit Denemarken kan daar weinig aan veranderen. De onderzoekers spoorden ruim 1100 nieuwe diabeten op en gingen na of er een relatie was tussen de hoogte van het HbA1c bij diagnose, en de mate waarin de huisarts de patiënt kende. Wat bleek? Als dokters hun patiënten beter kenden, dan was het HbA1c ten tijde van de diagnose significant lager.?line-breakyes?>Dat suggereert dat continuïteit leidt tot een snellere diagnose. Vooral bij een groep laagopgeleide patiënten die weinig kwamen, én die de huisarts slecht kende, was het HbA1c hoog bij diagnose. De meest eenvoudige verklaring is dat de huisarts mensen die nooit komen ook niet kent, en misschien zijn dat dezelfde mensen die met klachten blijven rondlopen. Maar mogelijk – en dat is zeker niet uitgesloten – heeft het ook te maken met continuïteit. Het wordt wel ingewikkeld op deze manier: eerst mensen goed leren kennen en de diagnose vroeg stellen, en daarna zorgen dat je ze niet meer zo goed kent, want dat zou volgens ander onderzoek weer leiden tot het minder strikt hanteren van de richtlijnen en zelfs tot een slechtere regulatie van het HbA1c. (HS)

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen