Wetenschap

Let op zorgwekkende zorgmijders

Gepubliceerd
6 april 2010

Dakloos worden doe je thuis. Dit is niet zomaar een stelling uit een proefschrift! Dit gaat ons als huisartsen in dit land allemaal aan. Preventie van daklozen is vooral het verzorgen van onverzorgde en alleenstaande mannen, zoals blijkt uit dit proefschrift. Wie heeft ze niet op zijn netvlies in de eigen praktijk? De mensen van wie je je afvraagt of ze volgende week nog redzaam genoeg zijn om te overleven. Als je je als huisarts voor deze groep inzet, voorkom je ellende op veel gebieden. Het overlijden van een moeder die alleen woont met een veertigjarige zwakbegaafde zoon met een alcoholprobleem, is een voorbeeld waarbij we als huisartsen extra alert moeten zijn. De alleenwonende man redt zich soms niet, vooral tussen de dertig en de vijftig. Vaak is er een combinatie van alcohol- en drugsmisbruik en psychiatrische lichamelijke problemen. De belangrijkste oorzaken voor dakloosheid zijn relatieproblemen, schulden en het verlaten van de gevangenis. Wat kunnen we als huisartsen met deze kennis? Van Laere stelt dat een passieve verwijzing van een kwetsbare burger geen verwijzing is. Hij houdt een pleidooi dat zorgwekkende zorgmijders niet alleen bestaan uit patiënten, maar dat we binnen de hulpverlening ook op onze eigen zorgmijding moeten letten. Doen we dat wel genoeg? We moeten als huisartsen niet denken dat het eerst maar verder uit de hand moet lopen met de verslaving of de psychiatrie om beweging in een systeem te krijgen. Onderzoek doen bij een vluchtige populatie is moeilijk. Toch is dit gelukt. Een warme, betrokken sociaal geneeskundige in Amsterdam promoveerde in januari op dit proefschrift. Hij wist onderzoeksgegevens te verzamelen uit zeer verschillende vakgebieden. Hij onderzocht medische maar vooral ook maatschappelijke factoren. Hij onderzocht sterftecijfers van zijn populatie die op de ziekenboeg hebben gelegen en komt tot een 7 keer zo hoge sterftekans, en een gemiddeld overlijden rond het 53e jaar. Met deze sterftecijfers in ons achterhoofd moeten we ons als huisartsen realiseren dat we grote oversterfte bij relatief jonge mensen kunnen voorkomen als we helpen dak- en thuisloosheid te voorkomen. Bij welke chronische aandoeningen die we tot ons vakgebied rekenen hebben we met zulke dramatische sterftecijfers te maken? Van Laere maakt aannemelijk dat ziekenboegen voor deze populatie de sterftecijfers gunstig beïnvloeden. Hij pleit voor een monitor waarin onderdak, inkomen, activiteiten, verslaving, geestelijke en lichamelijke gezondheidstoestand worden vastgelegd. Hier moet samenwerking zijn tussen GGD-artsen, meldpunten zorg en overlast of vangnetteams van GGD, woningcorporaties en verslavingszorg. Ook de huisarts is een belangrijke partner omdat die vaak inhoudsdeskundige is op veel van de probleemgebieden en laagdrempelig zorg kan leveren. Vroeg erop afgaan kan uiterst belangrijk zijn. Bij onze pogingen om zwakke mensen in onze samenleving te ondersteunen stranden we als huisartsen vaak op het feit dat psychiatrische en verslavingsinstellingen niet thuis geven omdat er geen hulpvraag is van de patiënt. Dit proefschrift is een pleidooi om toch de samenwerking aan te gaan en GGD-medewerkers daarbij als bondgenoten en case managers te gebruiken. Wat Van Laere vooral duidelijk maakt is hoe juist in onze tijd mensen tot verkeerde keuzes komen waardoor ze dramatische gezondheidsachterstanden oplopen. Met een vergrootglas kijken naar de fenomenen die zich aan de rafelige randen van de maatschappij afspelen zou weleens de sleutel kunnen zijn om echte gedragsverandering te bewerkstelligen bij mensen. Dit proefschrift geeft daartoe een prachtige aanzet. Daklozen helpen en er onderwijs en onderzoek naar doen is grenzen verleggen. Marcel Slockers

Reacties

Er zijn nog geen reacties.

Verder lezen