Nieuws

Lijnen en trainen

Gepubliceerd
10 april 2001

Afvallen is moeilijk; velen zullen dit uit eigen ervaring weten. Soms lijkt alles zelfs averechts te werken. Het verhaal van de alles proberende patiënt die desondanks toch aankomt, zal bovendien in vele spreekkamers op een meewarige blik van de dokter kunnen rekenen. Is die meewarigheid terecht? Obesitas (Quetelet index =30) gaat gepaard met een verminderd vermogen vet te verbranden. Bij inspanning zullen dan ook relatief meer koolhydraten verbruikt worden. Dit leidt via uitputting van de glycogeenvoorraden tot honger. Als het dieet relatief vetrijk is, zal relatief meer voedsel gebruikt moeten worden om de glycogeenvoorraden weer aan te vullen. Dit resulteert in toename van de vetmassa en dus van het gewicht. De vetverbranding kan verbeterd worden door een programma met een lage trainingsintensiteit van 3x per week ongeveer 1 uur. Dit programma voorkomt bovendien de toename van het lichaamsgewicht na het volgen van een energiebeperkt dieet. De effecten gelden met name voor mensen met overgewicht in de buikregio. Een programma van hoge trainingsintensiteit heeft deze effecten niet. Het is dus mogelijk dat de ‘appeltypes’ onder uw obesen gelijk hebben en dat een zinnig advies bij hen effectiever is dan skepsis. (PL)

Literatuur

  • 0.Van Aggel-Leijssen DPC. Exercise training in the treatment of obesity [Dissertatie]. Maastricht: Universiteit Maastricht, 2000.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen