Nieuws

Lijstjes

Gepubliceerd
10 mei 2008

Hoe doet u dat nou? Een beetje huisarts heeft tegenwoordig al gauw een kast vol met lijstjes: de Internationale Prostaat Symptoomscore (IPSS), een hoofdpijndagboek, een dieetlijstje, lijstjes voor bloeddrukmeting thuis, en zo kunnen we nog even doorgaan. In deze H&W brengen we de inmiddels bekende Vierdimensionale Klachtenlijst, de 4DKL, opnieuw onder de aandacht. De 4DKL is te gebruiken als screeningsinstrument voor psychosociale en psychiatrische problematiek en als ernstscore om het beloop van een behandeling te volgen. Het instrument is ontwikkeld in Nederland en ook gevalideerd. Maar hoeveel huisartsen gebruiken het nu daadwerkelijk en met welk doel?

Wachtkamer doorlichten

Terluin et al. willen de 4DKL vooral gebruiken bij mensen met onverklaarde lichamelijke klachten en dan vooral om depressie en angststoornissen op te sporen (pagina 251). Ze stellen nadrukkelijk dat er na een positieve score nadere diagnostiek moet volgen. Dat nadere diagnostiek echt noodzakelijk is, blijkt uit het gegeven dat met de bekende sensitiviteit en specificiteit van de 4DKL (respectievelijk 0,71 en 0,90 bij een score > 6) en een prevalentie van 20% de achterafkans op een depressie kleiner is dan tweederde. Bedenk daarbij nog dat het bij 20% gaat om een hoge prevalentie. De kans dat je een depressie mist, is in dat geval ongeveer 7,5%. De testeigenschappen voor angststoornissen zijn iets slechter dan die voor depressie. De 4DKL is dus geen geschikt lijstje om uw wachtkamer eens mee door te lichten of om nieuwe patiënten in kaart te brengen. Pas als u vermoedt dat er mogelijk psychiatrische problemen zijn, is de 4DKL te gebruiken.

Zet ze aan het denken

Wat is in dat geval het voordeel van zo’n lijstje boven het gewoonweg vragen aan de patiënt? Met twee vragen kan je ook al een redelijke selectie maken.12 Het voordeel is dat het invullen van de 4DKL de patiënt laat nadenken en dat je met de beschikbare distress score beschikt over een maat om het succes van je behandeling te bepalen. Het nadenken zou de patiënt toegankelijker kunnen maken voor een eventuele behandeling. Aan de indicaties van Terluin et al. kunnen patiënten met chronische ziekten, en dan vooral hart- en vaatziekten, nog worden toegevoegd. Bij hen komt depressie (en angst) ook vaak voor en dat wordt – door de aandacht voor de somatiek en de invoelbaarheid – vaak niet opgemerkt. Bovendien leidt depressie tot een slechtere prognose. Misschien ligt hier een mooie taak voor de praktijkondersteuner, die deze patiënten immers regulier controleert. Het advies met betrekking tot al die lijstjes zou zijn om ze te digitaliseren zodat er weer wat ruimte in de kast komt. Raken ze ook niet meer zoek en zijn ze altijd te raadplegen. Vergeet ze niet af en toe te gebruiken: ze leveren soms onverwachte inzichten op.

De redactie

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen