Nieuws

Maagzuur

Gepubliceerd
2 april 2009

Het is bekend dat reflux een veelvoorkomende klacht is en daarmee samenhangend behoort de maagzuurremmer tot de meest voorgeschreven medicijnen. Zo’n 12% van de volwassen Nederlandse bevolking gebruikt deze middelen en het meestgebruikt zijn de protonpompremmers (PPI’s), zoals omeprazol en pantozol. Omdat deze middelen zo goed werken blijven veel patiënten ze gebruiken, terwijl dat vaak niet nodig is. Hoe krijgen we deze groep mensen van de maagzuurremmers af? In een recente RCT onderzocht men de farmacologische afhankelijkheid van PPI’s. Twee groepen patiënten kregen 2 soorten potjes: groep 1 (n=141) had een pot placebotabletten voor dagelijks gebruik en pantozol 20 mg in het ‘zo nodig’ potje. Bij groep 2 (n=62) was het precies andersom. Van de patiënten die dagelijks placebo kregen, stopte 19% met de ‘zo nodig’ PPI en verminderde 33% de ‘zo nodig’-dosis naar 2 tot maximaal 6 tabletten per week. De rest bleef dagelijks PPI’s gebruiken. In de controlegroep gebruikte 91% minder dan 2 ‘zo nodig’ placebotabletten per week. Dat de placebo het goed doet valt min of meer te verwachten. Wel is verrassend dat patiënten die al lange tijd PPI’s gebruiken, vrij goed in staat zijn tot dosisvermindering en het ‘zo nodig’ gebruiken in plaats van continu slikken. Deze kennis is goed bruikbaar bij het verminderen van het chronisch PPI-gebruik. (KJ)

Literatuur

  • 1.Van der Velden A. Long-term treatment of gastro-oesophageal reflux disease in primary care [proefschrift]. Hoofdstuk 4: Pharmacological dependency in chronic treatment of GORD: a randomized controlled clinical trial. Utrecht: Universiteit Utrecht, 2008.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen