Nieuws

Management van verwijzingen

0 reacties
Gepubliceerd
10 juni 2006

Veel innovaties in onze gezondheidszorg komen aanwaaien van overzee. Ze ontstaan meestal in de Verenigde Staten en na een tussenstop in Engeland dwarrelen ze met enige vertraging neer in onze Hollandse polders. Het is daardoor tamelijk goed te voorspellen welke ‘zorgvernieuwingproducten’ de komende jaren Nederlandse bodem gaan bereiken. En misschien zit er weer iets aan te komen: referral management centers, ik noem ze maar even ‘verwijsmanagementcentra’. Deze ontstonden halverwege de jaren negentig in de Verenigde Staten, en hebben inmiddels de Engelse gezondheidsmarkt bereikt. Mogelijk is ook de ontluikende zorgmarkt in Nederland een vruchtbare bodem voor deze noviteit. Verwijsmanagementcentra zijn bedoeld als interface tussen huisarts en specialist. Ze kunnen in potentie meerdere dingen: verwijzingen tellen, onterechte verwijzingen ongedaan maken en zorgen dat verwezen patiënten bij de juiste specialist in het juiste centrum terechtkomen. De aanname is dat huisdokters het overzicht over de mogelijkheden een beetje verliezen, en gemanaged moeten worden in hun verwijzingen door assessors. Welk bestaansrecht de verwijsmanagementcentra precies hebben, is vooralsnog onduidelijk,1 maar de belangrijkste reden voor hun oprichting is uiteraard kostenbeheersing. De Primary Care Trusts, die in Engeland de potjes voor de eerste lijn beheren, zijn immers gebaat bij minder verwijzingen, omdat dat geld bespaart. De reacties op dit soort ontwikkelingen zijn voorspelbaar. Dokters voelen zich aangetast in hun professionele autonomie en ageren tegen het idee dat patiënten ‘marktwaar’ worden. Ze vinden dat de vertrouwensrelatie tussen arts en patiënt wordt geschaad, en dat uitstel van een verwijzing potentieel schadelijk kan zijn voor de patiënt.2 Bovendien is het plausibel dat het huidige verwijssysteem al behoorlijk efficiënt is.3 Volgens mij hebben die dokters steekhoudende argumenten, maar goed, dat telt niet in de wereld van vernieuwend ‘managementdenken’. Blijft de vraag waar het allemaal goed voor is. Misschien kunnen we daar alvast over nadenken. Maar beter nog: hoe kunnen we zorgen dat deze ‘innovatie’ binnenkort over- in plaats van aanwaait? (HS)

Reacties

Er zijn nog geen reacties