Nieuws

Medicatie bij vermoeidheid in palliatieve fase matig effectief

Gepubliceerd
3 mei 2011

Context Vermoeidheid in de palliatieve fase wordt veroorzaakt door de onderliggende ziekte of de behandeling. De exacte pathofysiologie is niet volledig bekend. Vermoeidheid is vaak invaliderend en naarmate de ziekte voortschrijdt, neemt de ernst toe. Bij de klacht spelen lichamelijke, psychologische, sociale en spirituele aspecten een rol. Evidence-based behandelingsmogelijkheden zijn gewenst. Klinische vraag Wat is het effect van medicamenteuze behandeling op vermoeidheid bij vergevorderde ziekte (kanker en chronische ziekten zoals multiple sclerose)? Conclusie auteurs De auteurs beschrijven een bescheiden effect van de toepassing van amantadine bij multiple sclerose en van methylfenidaat bij kanker. Beide middelen zouden verder moeten worden onderzocht. Ze hebben geen artikelen gevonden die het gebruik van corticosteroïden onderzochten. Op basis van de resultaten bevelen ze geen specifiek medicijn aan. Tevens menen de auteurs dat een consensus nodig is ten aanzien van het registreren van vermoeidheid. Beperkingen De meta-analyses beperkten zich tot de medicamenten amantadine, pemoline en modafinil bij MS en methylfenidaat bij kanker. De onderzoeken zijn klein: slechts 5 van de 22 geïncludeerde onderzoeken hadden meer dan 100 deelnemers. De heterogene populatie en het gebrek aan consistente beschrijving van meetinstrumenten en uitkomstmaten beperkten het onderzoek. Het was niet mogelijk een NNT of NNH te berekenen. Bron Peuckmann-Post V, Elsner F, Krumm N, Trottenberg P, Radbruch L. Pharmacological treatments for fatigue associated with palliative care. Cochrane Database Syst Rev 2010, Issue 11. Art. No.: CD006788. De review omvat 22 publicaties met in totaal 1632 patiënten.

Commentaar

Het is fijn dat er weer een Cochrane-review is verschenen over een onderwerp in de palliatieve zorg. Deze review is van hoge kwaliteit en de auteurs zijn helder over de beperkingen van de beschreven onderzoeken. Zo is de fase van het ziekteproces niet altijd terug te vinden. Daarbij kennen onderzoeken in de palliatieve zorg hun specifieke beperkingen in grootte en opzet. Het is moeilijk om in de palliatieve zorg een gerandomiseerd onderzoek uit te voeren. Onderzoek naar moeheid is bovendien extra gecompliceerd. Hoe meet je bijvoorbeeld moeheid? Bestaat er eigenlijk wel een valide methode zoals de VAS die wordt gebruikt om pijn te meten? Registratie van vermoeidheid en andere symptomen met behulp van de ‘lastmeter’ of ‘het Utrechts symptoomdagboek’ kan een manier zijn om de effecten van medicamenteuze en niet-medicamenteuze therapie vast te leggen. Dit kan ook voor wetenschappelijke doeleinden nuttig zijn. Door registratie van moeheid wordt dit symptoom serieus bespreekbaar. De landelijke richtlijn ‘Vermoeidheid bij kanker in de palliatieve fase’ van de Vereniging Integrale Kankercentra is gebaseerd op consensus. Deze richtlijn stelt dat er nog nauwelijks onderzoek is gedaan bij patiënten met niet-oncologische aandoeningen. Toch bevat deze Cochrane-review maar 6 onderzoeken over kanker en gaat de rest van de 22 geïncludeerde onderzoeken over niet-oncologische aandoeningen (multiple sclerose, postpoliosyndroom, COPD, hiv/aids). De richtlijn noemt corticosteroïden als optie voor de behandeling van vermoeidheid in de palliatieve fase, vooral bij een korte levensverwachting. Er zijn echter geen gerandomiseerde onderzoeken beschikbaar over de effecten van corticosteroïden op moeheid. De auteurs stellen in deze review voor onderzoek naar corticosteroïden te doen maar dat lijkt mij een lastige opgave. Immers, langdurig gebruik geeft bijwerkingen en vaak worden corticosteroïden om andere redenen dan vermoeidheid gegeven, zoals pijn, misselijkheid en dyspnoe. Moeheid is een symptoom dat een grote invloed heeft op de kwaliteit van leven van de patiënt, maar ook op die van zijn/haar familie. Een eenduidige oorzaak is vaak niet aanwezig en de huisarts zal steeds rekening moeten houden met bijwerkingen van de behandeling en met de overige medicatie die de patiënt al gebruikt. Bijwerkingen waren in de review overigens relatief zeldzaam en kwamen overeen met wat al bekend is. Het bespreekbaar maken en behandelen van moeheidsklachten hoort een integraal onderdeel te zijn van de begeleiding van patiënten in de palliatieve fase. Medicatie heeft en houdt daarin een bescheiden plaats.

PEARLS bieden de lezer bruikbare wetenschap voor de werkvloer, op basis van de Cochrane Database of Systematic Reviews. De coördinatie is in handen van dr. F.A. van de Laar, Cochrane Primary Health Care Field, UMC St Radboud Nijmegen. Correspondentie: F.vandeLaar@elg.umcn.nl

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen