Nieuws

Meegeven dossier

0 reacties
Gepubliceerd
10 mei 2001

Neomagus & Van Boven stellen zich in hun beschouwing ‘Dilemma's rond het medisch dossier’ zeer voorzichtig en terughoudend op ten aanzien van het meegeven van een dossier aan een vertrekkende patiënt: ‘als de huisarts twijfelt over de betrouwbaarheid van de logistiek, zal hij het dossier bij voorkeur per post versturen’ (Huisarts Wet 2001;44(1):18-23). Zij stellen verder dat de arts c.q. instelling juridisch gezien eigenaar is van het dossier. Zelf zien wij ons meer als (meestal tijdelijke) beheerder van het dossier. Met name het kerndossier (probleemlijst, lijst chronische medicatie, voorgeschiedenis, e.d.) is ons inziens het ‘eigendom’ van de patiënt. Over de persoonlijke, dagelijkse aantekeningen van de arts (het journaal) kan men twijfelen. In ons gezondheidscentrum hebben wij al jaren goede ervaringen met het meegeven van een dossier. Wij betrachten dan ook maximale openheid over de inhoud van het dossier. Vóór de automatisering kreeg de patiënt zijn kaart mee naar de wachtruimte, nu kan en mag de patiënt meelezen en krijgt hij desgewenst een uitdraai van het EMD. Wij geven het dossier bij voorkeur mee in een open envelop. De patiënt vult een formulier in met het oude en het nieuwe adres, en naam en adres van de nieuwe huisarts, en tekent voor ontvangst; hij is vervolgens zelf verantwoordelijk voor de overdracht aan de nieuwe huisarts. Afgezien van het beperken van de kosten is de betrouwbaarheid van deze aanpak misschien wel groter dan die van de PTT. Terecht maken de auteurs een opmerking over het meegeven van het dossier van meerderjarige familieleden. Navraag bij onze centrumassistentie leerde mij dat in de praktijk de toestemming van de partner vaak wordt verondersteld en dat ook in een dergelijk geval het dossier (in dat geval wel dicht en met een handtekening over de sluiting) wordt meegegeven. Bij twijfel vindt overleg met de huisarts plaats en wordt het dossier óf opgehaald door de betrokkene óf alsnog opgestuurd. Frans Smits huisarts Gezondheidscentrum Reigersbos Amsterdam-Zuidoost

Naschrift

In de rechtspraak is de vraag wie de eigenaar is van het medisch dossier regelmatig aan de orde geweest. De rechterlijke uitspraken zijn duidelijk: de opsteller d.w.z de huisarts, is de eigenaar van het dossier. Een beheerder is iemand die ‘iets’ van een ander (tijdelijk) in zijn bezit heeft en er zorg voor draagt zonder dat er sprake is van eigendom. In juridische termen is deze visie niet juist. De huisarts heeft het dossier in bezit, beheert het en is tevens de eigenaar. Zoals in ons artikel beschreven heeft de patiënt onder bepaalde voorwaarden het wettelijke recht tot (gedeeltelijke) vernietiging van het op hem betrekking hebbende dossier. Dat wil niet zeggen dat hij ook het recht heeft naar eigen goeddunken met de dossierstukken te handelen, zoals vernietiging, wijziging of toevoeging van stukken. Maximale openheid met betrekking tot het medisch dossier zoals meelezen en kunnen beschikken over een uitdraai is gewenst en dient aangemoedigd te worden. De manier waarop in het Gezondheidscentrum Reigersbos wordt omgegaan met het meegeven van dossiers bij verhuizen wijst in ieder geval op zorgvuldigheid. Er is over nagedacht en er zijn regels over opgesteld die kennelijk besproken zijn met de doktersassistentes. Toch zal de vraag blijven of het dossier op die manier tijdens het vervoer wel in goede handen is. Ook in dat geval blijft de huisarts immers de eigenaar en is verantwoordelijk voor een optimaal beheer. Bij twijfel heeft verzending per post naar ons inzicht de voorkeur. Het advies van de Registratiekamer om alle gegevens aangetekend te versturen zal helaas wel weinig gehoor vinden bij de beroepsgroep (verborgen kostenpost). Het meegeven van dossiers van partners en meerderjarige kinderen geschiedt vaak op grond van veronderstelde toestemming. De handtekening van de huisarts over de sluiting is daarbij van betrekkelijke waarde, zeker als er kwade wil in het spel is. De klacht van de patiënt dat hij het niet juist vond dat zijn dossier is meegegeven aan een familielid zal een terechte zijn. Het verweer van de hulpverlener dat hij uitging van van veronderstelde toestemming zal bij de rechter geen gehoor vinden. Jolanda van Boven Gerrit Neomagus

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen