Nieuws

In memoriam Henk van der Velden

Gepubliceerd
4 oktober 2012
Na het bericht van het overlijden van Henk van der Velden (23 augustus 2012) zijn de markeringspunten in mijn herinnering aan hem: sigaartje, beginselvast maar beminnelijk en twinkel-oogjes. Nu, tijdens het schrijven van dit in memoriam voegt zich daarbij: leidsman bij het doorgronden van de huisartsgeneeskunde. Wat een contrast ten opzichte van het eerste beeld dat ik me van hem had gevormd tijdens mijn studententijd in de jaren zeventig in Amsterdam. Met anderen morde ik over het gebrek aan maatschappelijk elan van de medische wereld. Zo hing een sfeer van kritiek rond het proefschrift Huisvrouw, huisarts, huisgezin waarop ‘een zekere’ Henk van der Velden in 1971 in Nijmegen was gepromoveerd. Zonder hem gehoord of zijn boek gelezen te hebben had ik me een beeld van hem gevormd op grond van horen zeggen en een negatief oordeel in een of ander stencil. Hij leek me nou typisch zo’n behoudende en paternalistische huisdokter van de oude stempel. Later heb ik – aanvankelijk met verbazing en achteraf met schaamte – geconstateerd dat Henk een scherpe geest en brede blik combineerde met vriendelijkheid, humor en een warme belangstelling.
Henk zat al sinds 1973 in de redactie van Huisarts en Wetenschap en behoorde bij mijn komst in 1979 in mijn ogen duidelijk tot het zware kaliber redacteur. Hij was en bleef tot zijn vertrek in 1991 penningmeester, maar belangrijker nog was zijn herhaalde rol als verstandige, rustige en succesvolle bemiddelaar bij allerhande interne en externe spanningen en meningsverschillen. In zijn beoordelingen van manuscripten was hij altijd zorgvuldig en weloverwogen. Hij kon op hilarische wijze zijn stokpaardjes blijven berijden maar zeurde nooit door over zijn eigen gelijk. En dat terwijl hij over de alledaagse huisartsenpraktijk, het onderwijs, de organisatie van de zorg en de eisen die aan wetenschap en onderzoek gesteld moeten worden, heldere en consistente standpunten ventileerde. Schriftelijk bij zijn beoordelingen en in zijn correspondentie, mondeling tijdens besprekingen en – wat voor de buitenwereld wel zo informatief is – in een reeks artikelen in Huisarts en Wetenschap. Ook zijn genrekeuze was breed geschakeerd: casuïstische verhandelingen (de gezinsgeneeskundige colloquia), doorwrochte beschouwingen en indrukwekkende – zij het niet al te puntige – commentaren.
Minstens twee artikelen hebben door hun kernboodschap mijn denken bijgesteld, gesterkt of bepaald. Ik denk dat ik daarin niet de enige ben. De betrekkelijkheid van de diagnose is nu – naar ik hoop – gesneden koek, maar rommelen aan de status ervan was dertig jaar geleden bepaald een ontnuchtering. Henk schreef op basis van een voordracht voor een NHG-congres het artikel -‘Diagnose of prognose; de betekenis van de epidemiologie voor het handelen van de huisarts’ (Huisarts Wet 1983;26:125-8). Onder het tussenkopje Een rustpunt voor de geest staat het citaat: ‘De exacte medische diagnose is voor de huisarts dikwijls van minder betekenis dan de voorspelling die hij kan doen met betrekking tot het te verwachten verloop, het effect van interventie en de mogelijkheden van de geneeskunde in relatie tot de verwachtingen en de mogelijkheden van de patiënt.’ Prachtig die directe koppeling aan de invalshoek van de patiënt en prachtig die typering: de diagnose, louter een rustpunt voor de geest. Ik zal het nooit vergeten, of het nou een oorspronkelijke uitspraak van Henk is of van iemand anders.
Een – opnieuw actueel – commentaar uit 1989 over al dan niet aanvechtbaar EHBO-bezoek heeft een snedige titel ‘De kortste verbinding tussen twee punten’ (Huisarts Wet 1989;32:123-4). Het standpunt van Henk is helder: ‘Men kan zich bijvoorbeeld de vraag stellen, of huisartsen inderdaad moeten concurreren met eenmaal aanwezige grosso modo goed functionerende voorzieningen als de EHBO van het plaatselijke ziekenhuis’ en zich ‘...afvragen welke huisartsgeneeskundige argumenten in welke mate in het geding zijn, alvorens met veel moeite en onvoldoende resultaten de patiënten tot een "ommetje" te bewegen?’ Hoe je inhoudelijk ook tegen het vraagstuk aankijkt, hier spreekt geen behoudende en paternalistische huisdokter van de oude stempel.
Ik denk dat ik voor velen spreek: het was een genoegen en het was leerzaam en stimulerend om met Henk van der Velden op te trekken.
Frans Meijman, hoofdredacteur van Huisarts en Wetenschap 1985-1999

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen