Nieuws

In Memoriam Ruut de Melker

0 reacties
Gepubliceerd
29 juni 2015
Op woensdag 13 mei 2015 is op 82-jarige leeftijd prof.dr. R.A. de Melker overleden. Hij was van 1984 tot 1997 hoofd van de afdeling Huisartsgeneeskunde in Utrecht.
Ruut de Melker was een van de grondleggers van de moderne academische huisartsgeneeskunde in Nederland. Voortbordurend op het werk van Frans Huygen, zijn leermeester in Nijmegen, heeft hij, als opvolger van Jan van Es, in Utrecht het fundament gelegd voor de academische huisartsgeneeskunde zoals die nu bestaat. Gedurende zijn hele carrière had hij bovenal oog voor de klinische kant van de huisartsgeneeskunde: in de dagelijkse praktijk, in zijn onderzoek en in het onderwijs.
Ruut werd in 1932 geboren in Rotterdam. Na zijn afstuderen in Leiden in 1961 en zijn dienstplicht op de röntgenafdeling van het Militair Hospitaal ging hij waarnemen in de huisartsenpraktijk. Hij raakte in de plattelandspraktijk zo begeesterd door het huisartsenvak dat hij in 1964 besloot zich als zelfstandig huisarts in Winschoten te vestigen. Achteraf heeft hij deze tijd wel eens de beste periode van zijn leven genoemd, gewoon dorpsdokter.
Hij liet zich in 1970 door Frans Huygen overhalen om aan het Nijmeegse huisartseninstituut te komen werken, en samen in Lent praktijk te voeren. Dat waren de spannende jaren van de ontwikkeling van de academische huisartsgeneeskunde, en in vele, vaak nachtelijke, gesprekken met Huygen vormde Ruut zijn visie op het vak. Hij promoveerde in 1973 met het proefschrift Ziekenhuispatiënt, huisarts, huisgezin.
In 1975 werd Ruut in Utrecht aangesteld als lector en kon hij zijn plannen verder vormgeven. In zijn inaugurele rede, met als titel ‘Huisarts: koploper of hekkesluiter’, gaf hij in 1975 – 7 jaar na de instelling van de eerste leerstoel Huisartsgeneeskunde in Nederland – een haarscherpe analyse van de gezondheidszorg, en wees hij op het belang van substitutie van zorg, van transmurale samenwerking, van patiëntenparticipatie en van uitbreiding van eerstelijnsdiagnostiek. Allemaal thema’s die ook nu nog als essentieel worden gezien voor de doelmatigheid van ons zorgstelsel. Toen al omschreef hij prognostiek als de hoeksteen van de besliskunde van de huisarts, belangrijker dan diagnostiek.
In 1984 werd Ruut afdelingshoofd. Hij zag als een van de eersten het belang van evidence-based medicine en van het klinisch epidemiologisch denken voor de huisartsgeneeskunde. Dat hing samen met zijn overtuiging dat de huisarts voor alles een goede dokter moest zijn, een specialist in generalistische geneeskunde, en dat onderzoek in de huisartsgeneeskunde gericht moest zijn op onderbouwing daarvan. Daarmee bereidde hij de weg voor samenwerking met de epidemiologen, en legde hij mede de basis voor wat later het Julius Centrum zou worden: een zeer succesvol multidisciplinair onderzoeksinstituut.
Daarnaast was Ruut zich ervan bewust dat ook generalisten, om succesvol te zijn, een duidelijke focus moeten houden. Hij ontwikkelde zich tot een internationaal erkend expert op het gebied van de bovensteluchtweginfecties. Onder zijn leiding zijn meerdere clinical trials uitgevoerd die de behandeling van middenoor-, keel- en voorhoofdsholteontstekingen in Nederland en ver daarbuiten aanzienlijk hebben veranderd. De resultaten vormden mede de onderbouwing van de NHG-Standaarden op kno-gebied.
Ondanks die focus in zijn eigen onderzoek gaf hij veel ruimte aan initiatieven van anderen, ook uit het veld, en zette hij de deur wijd open voor externe promovendi. Daarin was hij toch weer echt een generalist. Hij begeleidde 20 promovendi, van wie er uiteindelijk 6 hoogleraar werden, en hij was bijzonder trots op zijn onderzoekssamenwerking met Polen.
Ruut had als allround academicus ook een groot hart voor het onderwijs. In zijn inaugurele rede uit 1975 schetste hij uitvoerig het belang van onderwijs in de huisartsgeneeskunde voor de artsenopleiding, iets wat toen binnen de medische faculteit nog lang niet zo geaccepteerd was, en van het belang van onderwijsontwikkeling.
Bij zijn academisch afscheid in 1997 hield hij een prachtige rede: ‘Unitas, libertas, caritas’, over de wetenschap en de huisartsenpraktijk. Hij ging terug naar zijn oratie, overzag wat er was bereikt, relativeerde waar nodig en benoemde zijn leerpunten: eenheid in het nodige, vrijheid in het onzekere en in alles de liefde en motivatie voor het vak van huisarts.
Met een bijzonder internationaal symposium over luchtweginfecties tijdens de WONCA in 2007 in Parijs sloot hij zijn academische carrière af, en richtte hij zich vooral op zijn kinderen en kleinkinderen.
Ruut de Melker was niet alleen een echte huisarts, maar ook een bevlogen academicus die zijn tijd vooruit was. Hij was enorm betrokken bij zijn afdeling en zijn medewerkers. We denken met veel dankbaarheid aan hem terug.
Niek de Wit, Roger Damoiseaux

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen