Nieuws

Misverstanden over antidepressiva

0 reacties
Gepubliceerd
10 juli 2002

Antidepressiva zijn succesnummers in de farmacotherapie. Ze worden aangeprezen als effectief en vrouwvriendelijk en geadviseerd in de NHG-Standaard Depressie. Paroxetine steeg in de geneesmiddelen top-10 van de tiende plaats in 2000 naar een vierde plaats in 2001. Dit bij een totaal aantal antidepressivavoorschriften van 1,7 miljoen! Maar is het al rozengeur en maneschijn? Antonuccio et al. besteedden in een al enkele jaren oud artikel aandacht aan enkele veel voorkomende misverstanden en vooroordelen over antidepressiva. Antidepressiva zijn veel effectiever dan placebo. Dat staat te bezien. Met placebo behandelde patiënten hebben een zo hoog herstelpercentage dat soms gesuggereerd wordt het placebo als initiële behandeling te gebruiken. Daarbij komt dat er aanwijzingen zijn voor publicatiebias: 10-20% van de fluoxetinetrials wordt niet gepubliceerd en er zijn pogingen publicatie van ongewenste resultaten tegen te houden. Ten slotte staat het dubbelblinde karakter van antidepressiva-trials ter discussie omdat de bijwerkingen de blindering opheffen; arts en patiënt weten dus of een antidepressivum of placebo geslikt wordt: een conditie die de actieve behandeling bevoordeelt. Antidepressiva zijn veilig en hebben weinig bijwerkingen. Ook dat valt tegen. De bijwerkingen van tricyclische antidepressiva bij ouderen zijn uitgebreid in de publiciteit geweest, maar ook bij SSRI's had driekwart van de ouderen last van bijwerkingen en viel een kwart uit door bijwerkingen. De hoge prevalentie van bijwerkingen van SSRI's op seksuologisch gebied is extra schrijnend bij het moeilijke contact met een depressieve partner. Antidepressiva zijn nodig om een chemische, genetisch bepaalde disbalans in de hersenen te herstellen. Het blijkt echter dat bij unipolaire depressies omgevingsinvloeden zwaarder wegen dan erfelijke factoren. Ondanks jarenlang onderzoek is er nog steeds geen overtuigend bewijs voor een biochemische oorzaak van depressie en zijn markers niet beschikbaar. Bovendien veroorzaakt psychologische behandeling mogelijkerwijs dezelfde veranderingen in de hersenbiochemie. Antidepressiva zijn effectiever dan psychotherapie, vooral in ernstige gevallen. Het beschikbare materiaal suggereert evenwel dat de effectiviteit van psychologische behandelvormen niet onderdoet voor farmacotherapie, zeker niet als rekening wordt gehouden met het patiëntenoordeel en het beloop op lange termijn. Antidepressiva helpen wel, in tegenstelling tot lichttherapie en Sint Janskruid, maar er wordt bij de behandeling mogelijk te veel nadruk op medicamenten gelegd. Uitgaande van het Hippocratische principe allereerst geen schade te berokkenen zal misschien meer gekozen moeten worden voor allerlei effectieve niet-medische behandelvormen. (PL)

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen