Wetenschap

Moeheid en cognities

Gepubliceerd
10 september 2003

Van der Werf SP. Determinants and consequences of experienced fatigue in chronic fatigue syndrome and neurological conditions [Proefschrift]. Nijmegen, 2003. 164 pagina’s. ISBN 90-90-16525-8.

Sieberen van der Werf, een gz-psycholoog, heeft een aantal onderzoeken onder mensen met het chronisch-vermoeidheidssyndroom (CVS) en MS-patiënten uitgevoerd. Om te beginnen hield hij een enquête onder 7000 leden van de ME-stichting om deze CVS-patiënten te vergelijken met poliklinische CVS-patiënten van het St Radboudziekenhuis in Nijmegen. Volgens velen zou zo’n poliklinische groep niet representatief zijn voor het gros van de CVS-patiënten, die ernstiger beperkingen zouden hebben. Beide groepen vertoonden echter grote overeenkomsten. Wel hadden poliklinische patiënten positievere cognities over hun ziekte en de prognose dan de ME-leden. Deze laatste groep rapporteerde een langere ziekteduur (9,8 versus 5,6 jaar). De gegevens kunnen niet zonder meer gegeneraliseerd worden naar alle CVS-patiënten, gezien de lage respons (37%) en het ontbreken van gegevens over de non-responders. Met een actometer, een apparaat dat bewegingen registreert, vergeleek hij de fysieke activiteit van 277 CVS-patiënten met die van 47 gezonde controles. Een kwart van de CVS-patiënten bleek een sterk afwijkend activiteitenpatroon te hebben met een heel lage fysieke activiteitenscore tijdens het merendeel van de dagen. Fysieke activiteiten waren bij de hele groep CVS-patiënten minder intensief en duurden korter; ook duurde de herstelperiode langer dan bij de gezonde vrijwilligers. Een opvallende bevinding was dat de werkelijke fysieke activiteit hoger lag dan de activiteit die de patiënten zelf rapporteerden. De activiteitenscores van 164 CVS-patiëntes werden in detail vergeleken met die van 73 gezonde vrijwilligsters. Op 4 dagelijkse meetmomenten rapporteerden de CVS-patiëntes meer vermoeidheid dan de controlegroep. Slechts bij 12% van de CVS-groep bleek er een duidelijke correlatie tussen vermoeidheid overdag en fysieke activiteit te bestaan. Deze resultaten weerspreken de gedachte van veel CVS-patiënten dat hun vermoeidheid samenhangt met (te veel) lichamelijke activiteit. Ook de gerapporteerde moeheid van 45 MS-patiënten bleek niet rechtstreeks samen te hangen met ziekteactiviteit, neurologische problemen of MRI-afwijkingen. Deze resultaten onderstrepen eens te meer dat cognities en gedrag van invloed zijn op het beloop van moeheid, niet alleen bij CVS-, maar ook bij MS-patiënten. Het is ook goed te weten dat de gerapporteerde activiteitenbeperking vaak niet overeenkomt met de werkelijke activiteitenbeperking en dat de samenhang tussen moeheid en activiteitenniveau in de meeste gevallen niet aantoonbaar is. Moeheid is dus bij uitstek een klacht waarbij huisartsen een klachtenregistratie of -dagboek kunnen gebruiken om het verband tussen klachten en factoren die daarop van invloed kunnen zijn aan te tonen of onwaarschijnlijk te maken.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen