Wetenschap

Naar een toereikende inname van vitamine D

Gepubliceerd
10 februari 2009

Samenvatting

Weggemans RM, Schaafsma G, Kromhout D. Naar een toereikende inname van vitamine D. Een advies van de Gezondheidsraad. Huisarts Wet 2009;52(2)73-5. De Gezondheidsraad adviseert de minister van VWS om de voorlichting over het belang van extra vitamine D eenduidig te maken teneinde de inname ervan te stimuleren. Vitamine-D-tekort komt voor bij mensen met een donkere huidskleur, bij mensen die onvoldoende buiten komen, bij vrouwen die een sluier dragen, zwanger zijn of borstvoeding geven, en bij ouderen. Het hoogste risico hebben bewoners van verpleeg- en verzorgingshuizen, alsook jonge kinderen die geen vitamine-D-supplement of flesvoeding krijgen. Deze risicogroepen hebben dagelijks 10 of 20 microgram extra vitamine D nodig. Daarbij moet ook de calciuminname voldoende zijn.

De kern

  • Een tekort aan vitamine D leidt tot een vermindering van de kwaliteit van de botten, een toename van het fractuurrisico en vallen bij ouderen.
  • Gezonde voeding en minstens een kwartier per dag naar buiten zijn in principe voldoende voor een adequate vitamine D-spiegel. Uitzonderingen zijn kinderen tot 4 jaar, zwangere vrouwen, vrouwen die borstvoeding geven, postmenopauzale vrouwen, mannen ouder dan 70 jaar, mensen met een donkere huidskleur en mensen die een sluier dragen. Voor hen is extra suppletie nodig.

Nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen

Het serumcalcidiolgehalte is een indicator van de hoeveelheid vitamine D in het lichaam. In 2000 stelde de Gezondheidsraad de voedingsnormen voor vitamine D vast op een serumcalcidiolgehalte van 30 nmol per liter, omdat er boven deze waarde geen vitamine-D-tekort optreedt.2 In het huidige advies legt de Gezondheidsraad de streefwaarde hoger voor vrouwen vanaf 50 jaar en mannen vanaf 70 jaar, namelijk op minimaal 50 nmol/l.1 Dit advies is gebaseerd op recent onderzoek naar de effecten van vitamine D en calcium op de kwaliteit van de botten, het risico op botbreuken en het valrisico bij ouderen.345 De effecten zijn het sterkst bij niet-zelfstandig wonende ouderen; het meest onderzocht zijn postmenopauzale oudere vrouwen. Vanwege het versnelde botverlies rond de menopauze geldt de hogere streefwaarde voor vrouwen vanaf 50 jaar. Onderzoek - hoewel beperkt beschikbaar - suggereert eenzelfde effect van extra vitamine D op de botten bij oudere mannen. Recentelijk wordt een goede vitamine-D-voorziening ook in verband gebracht met een lager risico op andere aandoeningen, zoals kanker, hart- en vaatziekten, auto-immuunziekten, infectieziekten en diabetes mellitus type 2.67 Een beschermend effect is veelal waargenomen bij calcidiolgehaltes van 75 à 80 nmol/l of meer, maar om zo’n hoge waarde te behalen zou de in te nemen dosis voor een deel van de bevolking boven de gehanteerde veilige bovengrens van 50 microgram per dag liggen.8 Het is echter nagenoeg niet onderzocht of inname van 50 microgram vitamine D per dag of meer daadwerkelijk het risico op genoemde aandoeningen kan verlagen. Evenmin is bewezen dat langdurig gebruik van grote hoeveelheden vitamine D veilig is. Gezien het risico op hoge calciumconcentraties in bloed en urine, verkalking van zachte weefsels en de vorming van nierstenen, adviseert het EU Scientific Committee on Food hoge doseringen alleen onder medische begeleiding.8 Er zijn experts die oproepen tot het verhogen van de gehanteerde bovengrenzen.9 Zij baseren zich echter vooral op onderzoeken van maximaal zes maanden, terwijl vitamine-D-vergiftiging pas optreedt na enige jaren gebruik van hoge doseringen.

Vitamine D in Nederland

Een vitamine-D-tekort komt voor onder alle lagen van de Nederlandse bevolking. Het percentage mensen met een tekort ligt het hoogst aan het eind van de winter (zie tabel 1). De percentages voor zwangere vrouwen gelden waarschijnlijk ook voor vrouwen die borstvoeding geven. Kinderen tot 4 jaar die geen opvolgmelk of een vitamine-D-supplement krijgen (circa 4% van 1-jarigen en 12% van 1½-jarigen), hebben eveneens een te lage vitamine-D-inname.

Tabel 1Het optreden van vitamine-D-tekort onder de Nederlandse bevolking.
BevolkingsgroepCriteriumserum calcidiolPercentagejaar rond*PercentagezomerPercentagewinter
Pasgeborenen met een lichte huidskleur15
Pasgeborenen met een donkere huidskleur65
Kinderen met een lichte huidskleur50
Kinderen met een donkere huidskleur15-3040
Kinderen met macrobiotische voeding1080
Volwassenen met een lichte huidskleur5-10
Volwassenen met een donkere huidskleur15-60
Zwangeren met een lichte huidskleur5-10
Zwangeren met een donkere huidskleur55-65
Zelfstandig wonende ouderen503550
Bewoners van verpleeghuizen0-85
*De percentages zijn afgerond op eenheden van 5, omdat in de verschillende onderzoeken verschillende afkappunten zijn gehanteerd. Verwijzingen naar de oorspronkelijke onderzoeken staan in referentie 1.

Verbeteren vitamine-D-voorziening

Consistente voorlichting over vitamine D: De Gezondheidsraad adviseert om de voorlichting over vitamine D consistent te maken en breed in te steken op het nut van zonlichtblootstelling, vitamine-D-supplementen en met vitamine D verrijkte voedingsmiddelen. Verschillende instanties die bij de voorlichting zijn betrokken, zouden dezelfde adviezen moeten geven. Er zijn al nieuwe acties in gang gezet rond de voorlichting over het gebruik van supplementen door kinderen tot 4 jaar. Het advies om extra vitamine D te gebruiken tijdens de zwangerschap en de lactatieperiode kan worden uitgedragen via preconceptiezorg en consultatiebureaus. Kwartier per dag naar buiten: Het advies luidt om dagelijks minstens een kwartier overdag buiten te zijn voor de aanmaak van vitamine D, waarbij voor zonverbranding moet worden gewaakt. Blootstellen aan de buitenlucht van ten minste hoofd en handen is voldoende, maar de Gezondheidsraad vindt dat daarop niet de nadruk moet worden gelegd omdat blootstelling van grotere delen van het lichaam meer aanmaak van vitamine D oplevert. Alleen van april tot oktober wordt zo vitamine D aangemaakt;10 in de winter is men afhankelijk van de ’s zomers opgebouwde lichaamsreserve in combinatie met vitamine D uit de voeding. Aanvulling via de voeding: Een gezonde voeding voorziet in principe in voldoende vitamine D (en calcium) voor vrouwen van 4 tot 50 jaar en mannen van 4 tot 70 jaar met een lichte huidskleur die voldoende buitenkomen. Alle andere groepen hebben extra vitamine D uit supplementen nodig. Mensen die geen supplementen innemen, zouden met vitamine D verrijkte voedingsmiddelen kunnen gebruiken, al zijn die op dit moment nog nauwelijks beschikbaar. Maar ook dan zal gebruik van deze voedingsmiddelen niet alle extra benodigde vitamine D leveren.

Vitamine D en risicogroepen

Volgens de Gezondheidsraad zijn de aanbevolen vitamine-D-suppletieniveaus voor bepaalde groepen te laag. Dagelijks zou 10 microgram vitamine D extra moeten worden gebruikt door:

  • kinderen tot 4 jaar;
  • vrouwen van 4 tot 50 jaar en mannen van 4 tot 70 jaar die een donkere huidskleur hebben of onvoldoende buitenkomen;
  • vrouwen tot 50 jaar die een sluier dragen;
  • vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven;
  • vrouwen vanaf 50 jaar en mannen vanaf 70 jaar die een lichte huidskleur hebben en voldoende buitenkomen.
Dagelijks zou 20 microgram vitamine D extra moeten worden gebruikt door:
  • personen die osteoporose hebben of in een verzorgings- of verpleeghuis wonen;
  • vrouwen vanaf 50 jaar en mannen vanaf 70 jaar die een donkere huidskleur hebben of onvoldoende buitenkomen;
  • vrouwen vanaf 50 jaar die een sluier dragen.
Hierbij moet de inname van calcium voldoende zijn.

Overige aanbevelingen

De Gezondheidsraad vindt het wenselijk dat de toevoeging van vitamine D aan margarine, halvarine en bak- en braadproducten wordt gehandhaafd. Vitamine D moet in Europa niet - zoals nu het geval is - aan elk willekeurig product mogen worden toegevoegd, maar alleen aan melk, melkvervangers en olie. Het voordeel van deze producten is dat risicogroepen ze veel gebruiken. In het advies staat een voorstel voor de verrijkingsniveaus van deze producten om het risico tegen te gaan dat mensen te veel vitamine D binnenkrijgen bij gecombineerd gebruik met supplementen. Verder beveelt de Gezondheidsraad de overheid aan om de inname van vitamine D uit de voeding en de vitamine-D-status van de Nederlandse bevolking - maar vooral van de risicogroepen - te volgen. Op grond van de uitkomsten daarvan kan de overheid het beleid eventueel bijstellen.

Literatuur

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen