Praktijk

Natuurtalent

Gepubliceerd
10 maart 2003

U weet het: de diagnose is er voor het geweten van de dokter, de patiënt gaat het om de prognose. Als er dan ook nog iets nuttigs kan worden gedaan om het herstel te bevorderen is dat mooi meegenomen, maar uiteindelijk wil men gewoon weten: wanneer ben ik weer het mannetje/vrouwtje? Een terechte vraag, maar oh zo moeilijk in individuele gevallen te beantwoorden. Te scherpe schatting leidt tot teleurstelling en verontrusting bij patiënt én dokter. Met als gevolg; vervolgconsulten, nadere diagnostiek en (over)behandeling. Kortom, te optimistische schattingen hebben medicalisering en iatrogenese tot gevolg (optimisme bij de dokter is de boosdoener wat betreft het opjagen van de medische consumptie, niet pessimisme!). Blijkt de voorspelling – bij herhaling – te somber, dan treft de dokter het verwijt dat hij lijkt op de Italiaanse (lees: Nederlandse) Spoorwegen: je kunt er niet van op aan. En dat is heden ten dage een ramp met al die dichtgemetselde agenda's. Hoe bij prognostische termijnen te manoeuvreren tussen Scylla en Charybdis? Ik zie twee vaarroutes. Verontschuldigen en relativeren (‘Hang me er niet aan op, maar ik schat…’) rijdt Vrouwe Placebo in de wielen. Juist bij uitspraken over de prognose moet je als echte ouderwetse dokter uit de verf komen. Anders komt de voorspelling in ieder geval niet uit, want de patiënt zal verontrust blijven (‘Hij weet het niet zeker…’). De juiste koers is het noemen van realistische maar vooral geloofwaardige termijnen. Geloofwaardigheid wil zeggen dat er voldoende speelruimte over blijft voor lot en toeval. Mijn geheim? Ik koppel mijn prognostische termijnen aan het weer en de seizoenen (afhankelijk van de noodzakelijke duur van de verwachte hersteltijd) en de bij weers- en seizoenverandering te verwachten veranderingen in de natuur. Kies maar uit;

  • ‘Voordat de sneeuwklokjes, krokussen, vroege narcissen, vroege tulpen, late narcissen, late tulpen, hyacinthen, forsythia, prunus, magnolia, seringen, …
  • gaan bloeien, ben je weer beter/kun je weer…’ Varianten hierop zijn;
  • ‘Voordat de blaadjes gaan kleuren of gaan vallen…’
  • ‘Voordat het onweer losbarst…’
  • ‘Voordat je aan het strand ligt…’
  • ‘Voordat het ijs is gesmolten…’
En ga zo maar door. Prik je niet vast op uren, dagen, weken of maanden. Doe als de weerman: verschuil je achter de wispelturigheid-binnen-redelijkegrenzen van de natuur. De mens is immers niet meer dan een homo sapiens. En de dokter krijgt bovendien het epitheton dat hem toekomt, dat van natuurtalent! In de praktijk

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen