Nieuws

Negatief over Thompson of: Thompson negatief

Gepubliceerd
11 december 2014

Zijn eponiemen, het gebruik van eigennamen, in de geneeskunde een vloek of een zegen? Een vloek lijkt het. Het gebruik ervan kan daarom maar beter vermeden worden.

Voor zijn proefschrift over achillespeesklachten (een eponiem!) onderzocht J. Wiegerinck de eponiemen in zijn onderzoeksgebied, de driehoek van Kager (jawel, het tweede eponiem); dit is de anterieur van de achillespees gelegen vetophoging die in het volwassen lichaam slecht enkele kubieke centimeters groot is. Hij vond maar liefst 12 eponiemen die gerelateerd waren aan anatomische structuren, diagnostische tests, klinische syndromen en therapeutische benaderingen.

Het gebruik van eponiemen heeft aantrekkelijke aspecten. Met de naamgeving eren wij het werk van belangrijke ontdekkers in het vak. Daarnaast zijn ze vaak korter in gebruik dan de formele benamingen en bruikbaar over de landsgrenzen. Ook geeft het de gebruiker al snel een aura van eruditie en historisch bewustzijn.

De andere kant van de medaille is echter dat eponiemen ingeburgerd raken zonder exacte definitie. Slordig of zelfs bewust onjuist gebruik van eponiemen is beschreven in de literatuur. Een voorbeeld is de ziekte/syndroom/deformiteit van Haglund, waar meerdere, klinisch verschillende fenomenen mee worden beschreven.

Een ander nadeel is het eren van een voorganger die we liever zouden willen vergeten. Het syndroom van Reiter, ontdekt door de Nazi-arts in de concentratiekampen in WOII, is een bekend voorbeeld. En soms wordt iemand geëerd die niet de ontdekker was. Een voorbeeld is de bijna vergeten collega Simmonds, die in 1957 een nauwkeurige beschrijving gaf van wat abusievelijk de Thompson-test is gaan heten.

We kunnen die eigennamen in ons vak maar beter achterwege laten , is dan ook de conclusie.

Wiegerinck JI, et al. Eponyms of the Kager triangle. J Bone Joint Surg Am 2012;16:94.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen