Praktijk

Neusseptumabces

0 reacties
Gepubliceerd
1 juli 2016

Casus

Op mijn spreekuur zag ik de heer R, 67 jaar, bekend met diabetes en COPD met sinds een week neusobstructieklachten. Patiënt gebruikt al langere tijd mometason neusspray vanwege een nasale hyperreactiviteit. Ik ken de patiënt als een snel ongeruste man die regelmatig mijn spreekuur bezoekt. Dit keer bezoekt hij mijn spreekuur in verband met een dichtzittende neus. Hij heeft geen koorts, voelt zich niet ziek en er is geen sprake van een trauma. Na anamnese en lichamelijk onderzoek stel ik hem gerust en geef hem het advies de neus te spoelen en kortdurend xylomethazoline te gebruiken. Na een paar dagen komt patiënt terug op het spreekuur: de neusobstructieklachten blijken progressief en hij ervaart een benauwd gevoel. Bij rhinoscopia anterior zie ik nu een dubbelzijdige, rode zwelling die uitgaat van het septum en vrijwel de gehele neusgang beiderzijds blokkeert. Patiënt heeft geen koorts en de ademhalingsfrequentie is 24/min. Hij is angstig en ongerust. Na consultatie van een collega-huisarts besluiten we na overleg om de patiënt diezelfde dag nog te verwijzen naar de KNO-arts. Deze constateert een septumabces en patiënt wordt opgenomen voor drainage en intraveneus antibiotica. De kweek laat een Pseudomonas aeroginosa zien waarop de antibiotica wordt gewijzigd in ceftazidim intraveneus. Het beloop wordt gecompliceerd door een forse epistaxis rechts waarvoor neustamponade en coagulatie. Bij controle na enkele weken ziet de KNO-arts een slank septum met halverwege het septum een kleine perforatie, zeer waarschijnlijk door de coagulatie ter plaatse. De mometason neusspray wordt definitief gestopt en patiënt wordt uit de reguliere controle ontslagen.

Beschouwing

Het septumabces [foto] is een ophoping van pus onder het mucoperichondrium van het septum.1 Het klinisch beeld kenmerkt zich door een forse, rode, indrukbare zwelling van het septum beiderzijds die de neus meestal volledig afsluit. Het belangrijkste klinische symptoom is nasale obstructie.12 Patiënten zijn over het algemeen vrij ziek en hebben koorts. Oorzaak is meestal een infectie van het septum haematoom na een trauma.123 Zeldzamere oorzaken zijn een furunkel of niet-traumatisch letsel bij immuungecompromitteerde patiënten.4 De meest voorkomende verwekker is S. aureus.135 Bij kinderen is de H. influenza vaak de verwekker van het septumabces.2 Opmerkenswaardig was hier de verwekker de Pseudomonas aeroginosa, mogelijk door de verminderde weerstand van de patiënt bij de diabetes mellitus. Dit laatste is zeer waarschijnlijk de oorzaak geweest bij onze patiënt, een secundaire infectie na bijvoorbeeld neuspeuteren.
De differentiaaldiagnose omvat verder een obstruerende polyposis nasi, conchahypertrofie, septumdeviatie door eerder trauma en een corpus alienum. Een belangrijke complicatie van het septumabces is necrose en destructie van het kraakbenige deel van het septum waardoor het kraakbenige neusskelet inzakt.15 Uitwendig is dit zichtbaar en beschreven als de ‘zadelneus’.
Een patiënt moet vervolgens dezelfde dag nog beoordeeld worden door de KNO-arts voor drainage en intraveneus antibiotica vanwege de verhoogde kans op complicaties als sepsis, meningitis, hersenabces en sinus cavernosus trombose136 en om de ontwikkeling van een zadelneus te voorkomen.

Literatuur

  • 1.Ambrus PS, Eavey RD, Baker AS, Wilson WR, Kelly JH. Management of nasal septal abscess. Laryngoscopy 1981;91:375-82.
  • 2.Close DM, Guinnes MDG. Abscess of the nasal septum after trauma. Med J Aust 1985;142:472-4.
  • 3.Canty PA, Berkowitz RJ. Haemathoma ans abscess of the nasal septum. Arch Otolaryngal 1982;108:380-1.
  • 4.Shah SB, Murr AH, Lee KC. Non traumatic nasal septal abscesses in the immunocompromised: etiology, recognition, treatment and sequelae. Am J Rhinol 2000;14:39-43.
  • 5.Matsuba HM, Thawley SE. Nasal septal abscess. Unusual causes, complications, treatment, and sequelae. Ann Plast Surg 1986;16:161-6.
  • 6.Debnam JM, Gillenwater AM, Ginsberg LE. Nasal septal abscess in patients with immunosuppresion. Am J Neuroradiol 2007;28:1878-9.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen