Nieuws

Nieuw onderzoek naar vroegtijdige identificatie van de palliatieve fase

Gepubliceerd
5 november 2019
Tijdige palliatieve zorg en Advance Care Planning (ACP) hebben een positief effect op de kwaliteit van leven van patiënten en hun naasten. In de praktijk blijkt identificatie van de palliatieve fase en de timing van ACP echter moeilijk. Nieuw Nijmeegs onderzoek richt zich op het ontwikkelen van een signaleringstool in het huisartsinformatiesysteem (HIS) die hierbij kan ondersteunen.
0 reacties

Het Nederlands Kwaliteitskader Palliatieve zorg adviseert een proactieve benadering, waarbij zorgverleners doelen en voorkeuren voor de toekomstige zorg met patiënten en hun naasten bespreken en vastleggen (ACP). 1 Hiervan zijn positieve effecten beschreven in de literatuur: wensen van patiënten kunnen vaker worden ingewilligd, er vinden minder ziekenhuisopnames en agressieve behandelingen plaats in de laatste levensfase, en de belasting van mantelzorgers neemt af. 2

Toch is palliatieve zorg in de huisartsenpraktijk nog vooral reactief. ACP komt weinig aan bod en is vaak beperkt tot het terminale stadium. 3 Het blijkt lastig om de juiste timing te vinden, vooral bij patiënten met orgaanfalen, zoals COPD of hartfalen, en ouderen met multimorbiditeit. 4 Onzekerheid en overschatting van de levensverwachting van patiënten spelen hierbij een rol. 5 Bestaande hulpmiddelen – zoals de surprise question en de Supportive and Palliative Care Indicators Tool (SPICT) – worden weinig gebruikt en vragen om regelmatige screening van grote populaties of een zekere voorafgaande bewustwording op het niveau van de individuele patiënt. 6 - 8

Dit onderzoek richt zich op het automatiseren van dit screeningsproces, door textmining op het HIS toe te passen. De onderzoekers zetten machine learning-technieken in om patiënten met palliatieve zorgbehoeften tijdig te herkennen, op basis van zowel de gestructureerde gegevens (zoals ICPC-codes en medicatie) als de vrije tekst in de patiëntendossiers. 9 Het doel is om huisartsen te ondersteunen bij deze identificatie en uiteindelijk te komen tot meer ACP en gepersonaliseerde zorg rondom het levenseinde. Dit onderzoek loopt van 2018 tot 2022. De eerste resultaten worden in 2020 verwacht.

Literatuur

  • 1.IKNL, Palliactief. Kwaliteitskader Palliatieve zorg. Utrecht: IKNL, 2017.
  • 2.Brinkman-Stoppelenburg A, Rietjens JA, Van der Heide A. The effects of advance care planning on end-of-life care: a systematic review. Palliat Med 2014;28:1000-25.
  • 3.Evans N, Pasman HR, Donker GA, Deliens L, Van den Block L, Onwuteaka-Philipsen B. End-of-life care in general practice. A cross-sectional, retrospective survey of ‘cancer’, ‘organ failure’ and ‘old-age/dementia’ patients. Palliat Med 2014;28:965-75.
  • 4.Wichmann AB, Van Dam H, Thoonsen B, Boer TA, Engels Y, Groenewoud AS. Advance care planning conversations with palliative patients: looking through the GP’s eyes. BMC Fam Pract 2018;19:184.
  • 5.White N, Reid F, Harris A, Harries P, Stone P. A systematic review of predictions of survival in palliative care: how accurate are clinicians and who are the experts? PLoS One 2016;11:e0161407.
  • 6.Supportive and Palliative Care Indicators Tool. Nederlandse versie SPICT-NL 2019.
  • 7.White N, Kupeli N, Vickerstaff V, Stone P. How accurate is the ‘Surprise Question’ at identifying patients at the end of life? A systematic review and meta-analysis. BMC Med 2017;15:139.
  • 8.Maas EA, Murray SA, Engels Y, Campbell C. What tools are available to identify patients with palliative care needs in primary care: a systematic literature review and survey of European practice. BMJ Support Palliat Care 2013;3:444-51.
  • 9.Groenewoud AS, Beeksma MT, Schers H, Van Veen A. Levenseinde voorspellen met patiëntendossiers. Medisch Contact 2018;73(22):18-21.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen