Nieuws

Ogen bekeken

Gepubliceerd
10 juni 2006

Deze Nederlandse editie is geen letterlijke vertaling van het Engelse Clinical Ophthalmology, maar van een beknopte versie daarvan. Hij is bedoeld voor studenten, optometristen, orthoptisten, oogheelkundig fotografen en geïnteresseerde huisartsen(?). In het voorwoord merkt vertaler Stilma op dat ‘het oog’ behalve de ziel ook tal van algemene ziekten ‘weerspiegelt’, wat hopelijk de belangstelling voor de oogheelkunde aanwakkert. Na het voorwoord komt een lijst met afkortingen. Maar let op: sommige zijn afkortingen van een Nederlands woord, bijvoorbeeld CZS – centraal zenuwstelsel, en andere van een Engelse term: PVD – acute achterste glasvochtmembraanloslating. Dan volgen de hoofdstukken over het voorste oogsegment volgens een vaste indeling. De tekst is compact en compleet. Elke term die verwijst naar een beeld wordt begeleid door een foto, van uitstekende kwaliteit. In hoofdstuk 2, mis ik de proef van Anel bij tranende ogen, een proef die huisartsen goed kunnen hanteren. De lens wordt in hoofdstuk 8 wel erg bondig behandeld: voor ouderdomscataract zijn er maar vijf foto’s en enkele woorden over. Glaucoom: De Humphrey-gezichtsveld-test wordt besproken. Dat is geen huisartsenkost, maar het is wel goed om te weten dat hiermee – ook bij de optometrist voor € 16 – gezichtsveldbeschadigingen zijn op te sporen. Dan komt de medicamenteuze behandeling ter sprake. Deze is de laatste jaren aanzienlijk uitgebreid. De lijst is van nut om snel bijwerkingen op te zoeken. Het boek sluit af met het hoofdstuk Onderzoek en onderzoeksmethoden. Bij oogdrukmeting wordt ook de Schiötztonometer genoemd zonder daarbij de meetfout van +/- 7 mmHg te vermelden, waardoor een beginnend glaucoom kan worden gemist. Overigens, waarom wordt in het hoofdstuk over cornea en uvea de spleetlamp niet genoemd, terwijl de foto’s door de spleetlamp zijn gemaakt? En waarom noemt men de spleetlamp bij glaucoom ineens wel (13 maal!)? Bij de directe funduscopie zou de fundus worden gezien onder een hoek van ‘ongeveer 10 gr’, bij indirecte funduscopie met 20D lens onder een hoek van ‘ongeveer 30 gr’. Hier had ik meer accuratesse verwacht, omdat dit verschil nou net de kwintessens van funduscopie uitmaakt. De werkelijke getallen (6,30 en 54) zijn zo, dat het gezichtsveld met de indirecte methode 100 maal groter is dan met de directe. Alle retina-afbeeldingen (foto’s) zijn zoals gezien met de indirecte fundoscoop! Conclusie: het boek is een geweldige en bijna complete samenvatting van de oogheelkundige pathologie. Alleen de gepresenteerde onderzoeksmethodes zijn soms inconsequent en inaccuraat. Het boek is een aanwinst voor de huisarts die al wat in de oogheelkunde thuis is. Een goede cursus in oogheelkundige vaardigheden is nodig om dit boek ook echt te kunnen ‘lezen’. J.L. Baggen

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen