Nieuws

Old man’s friend

0 reacties
Gepubliceerd
7 september 2011

‘De laatste drie dagen is ze niets meer waard,’ zegt de verzorgende, terwijl ze de deur van het appartement openmaakt. In het hoekje van de kamer zie ik het hoofd van mevrouw Groen boven het dekbed uitkomen. Ze ademt zwaar. In haar linkerhand heeft ze een knuffelbeest geklemd. ‘Ze vergeet soms waar ze is,’ fluistert de verzorgende me in het oor. ‘Maar gelukkig herkent ze me nog. Ik verzorg haar al jaren.’ Terwijl ik mijn tas neerzet, wordt mevrouw Groen wakker. Haar ogen vliegen door de kamer. Ze blijven even rusten op het schilderij tegenover het bed en daarna kijkt ze me aan. Ik hou mijn stethoscoop omhoog en zeg haar gedag. Een glimlach trekt over haar gezicht. ‘Dag dokter,’ klinkt het zacht. Saturatie 93%. Ik hoor crepitaties over de linkerlong en percuteer op dezelfde plaats een demping. Ze heeft een longontsteking en begint daarnaast uit te drogen. ‘Hoeveel drinkt ze?’ De verzorgende zucht: ‘Drie glazen per dag? Ik doe mijn best, maar ze wil nauwelijks drinken.’ Ik bespreek de situatie met mevrouw Groen. ‘Nee,’ schudt ze. ‘Niet naar het ziekenhuis. Ik probeer wel te drinken, dokter,’ klinkt het moeizaam. De verzorgende schudt haar hoofd. ‘Dat zegt u al dagen, maar doen: ho maar!’ Mevrouw Groen heeft geen familie meer om mee te overleggen. ‘Als u denkt dat ze in het ziekenhuis opknapt, dan moet het maar,’ zegt de verzorgende. ‘Al zal ze er wel behoorlijk van in de war raken, denk ik.’ Ik schrijf antibiotica voor en spreek af om na het weekend weer langs te komen. Maar terwijl ik terugrijd naar de praktijk houd ik het gevoel dat ik haar tekort doe. ‘Hoe ligt ze erbij?’ vraagt Maarten. ‘Rustig,’ zeg ik. ‘Bijna tevreden.’ Hij knikt ‘Mooi. We zien wel welke kant het op gaat met deze old man’s friend; William Osler heeft de pneumonie begin vorige eeuw die bijnaam gegeven omdat mensen er zo rustig en pijnloos van overlij…’ ‘Ja, ja, ja,’ val ik hem in de rede. ‘Honderd jaar geleden…’ Ik zie mevrouw Groen weer voor me, rondscharrelend met haar rollator, eindeloos met haar stofdoekje de fotolijstjes op het dressoir afpoetsend, tevreden peuzelend op een bonbonnetje. ‘Rustig overlijden aan een pneumonie,’ werp ik tegen. ‘Dat was prima in 1903 en geldt nog steeds voor uitgeteerde, zieke mensen. Maar mevrouw Groen is een fitte bejaarde van 93. Oké, licht dementerend, maar altijd goedgeluimd en bij vlagen zelfs verrassend helder. We leven in 2011. Er ís intraveneuze antibiotica. Er bestáán infusen om uitdroging te voorkomen.’ ‘En wat denk je dat er gebeurt als je haar naar het ziekenhuis stuurt?’ vraagt Maarten. ‘Het kan twee kanten opgaan,’ peins ik. ‘Ze kán opknappen met wat extra vocht en intraveneuze antibiotica… maar ze kan ook delirant worden… vastgebonden aan het bed, volgestopt met haldol en pammetjes en dan uiteindelijk alsnog overlijden.’ ‘En hoe groot schat je die kansen?’ Ik zucht. ‘Ik denk dat de tweede optie waarschijnlijker is, maar… moet ik dan op voorhand al beslissen dat we haar de kans op herstel ontnemen?’ ‘Wie anders moet dit beslissen? Zelf zegt ze dat ze niet naar het ziekenhuis wil. Trouwens, je gééft haar toch een kans? Ze krijgt antibiotica en wie weet redt ze het gewoon op zichzelf.’ Ik zucht. ‘Nou ja, ik wacht het weekend wel af en laat maandag lab prikken om te kijken hoe uitgedroogd ze is.’ Maarten schiet in de lach. ‘En wat als ze uitdroogt? Ga je haar dan alsnog insturen?’ ‘Nee, maar… weet ik veel! Dan wéét ik dat in ieder geval, dan dóe ik in ieder geval iets.’ Ik vertel hem hoe op de afdeling chirurgie elke bejaarde, hoe oud of krakkemikkig ook, zonder enige twijfel werd geopereerd aan een gebroken heup of andere kwaal. Oké, 80% overleed alsnog binnen twee weken maar ze kregen in ieder geval een kans. Dan kan ik, anno 2011, iemand toch niet gewoon laten doodgaan aan een simpele longontsteking? ‘En waarom kan dat niet?’ vraagt Maarten. ‘Een longontsteking is prima behandelbaar, uitdroging is prima behandelbaar!’ roep ik. Maarten schudt zijn hoofd. ‘Mevrouw is 93 en dement. Ze wil niet meer naar het ziekenhuis, maar van jou mag ze niet doodgaan, omdat haar aandoening theoretisch in het hokje ‘behandelbaar’ staat. Waar mag ze volgens jou dan wél aan doodgaan?’

Anne Hermans Anne is in opleiding in Noordwoud.

De namen zijn om privacyredenen gefingeerd.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen