Praktijk

Onderzoek van de pasgeborene

0 reacties
Gepubliceerd
10 december 2008

De Landelijke Eerstelijns Samenwerkingsafspraak (LESA) Onderzoek van de pasgeborene zorgde bij een eerste aanzet tot implementatie voor vraagtekens bij huisartsen: ‘Wat moet ik daarmee als ik geen bevallingen meer doe?’ Een begrijpelijke reactie, maar wel een misvatting. Deze LESA past in een drieluik van afspraken tussen huisartsen en verloskundigen, namelijk met de LESA Miskraam en de LESA Anemie in de zwangerschap. Deze twee LESA’s geven in de samenwerking tussen huisartsen en verloskundigen stof tot discussie. Bij de implementatie van deze LESA’s in een aantal regio’s is echter gebleken hoe waardevol het overleg is tussen huisartsen en verloskundigen over deze onderwerpen. Bovendien waren deelnemers van beide beroepsgroepen, die al jaren alleen van elkaars bestaan op de hoogte waren, zeer verrast over de wederzijdse inbreng bij samenwerking: ‘het was nuttig en ook nog leuk.’ Een pasgeborene heeft recht op een grondig onderzoek. Als dit direct na de geboorte goed door de verloskundige of kinderarts is uitgevoerd, heeft een tweede onderzoek weinig meerwaarde. Zie de NHG-Standaard Onderzoek van de pasgeborene, www.nhg.org. Tot het basistakenpakket van de huisarts hoort een bezoek aan de kraamvrouw, maar de invulling van dit bezoek wisselt sterk, mede door de beperkte opbrengst van het tweede lichamelijk onderzoek. Reden voor het tweede onderzoek kunnen zijn dat sommige afwijkingen zich pas later manifesteren of dat bij het eerste onderzoek twijfel is over de bevindingen. Bij ongeveer 9% van de kinderen worden afwijkingen gevonden die vragen oproepen bij de ouders of leiden tot verwijzing. Zowel bij vragen als bij eventuele verwijzing speelt ook de verloskundig niet-actieve huisarts een rol. Het vraagt afstemming met de verloskundige naar wie verwezen moet worden en op welke termijn. De LESA Onderzoek van de pasgeborene gaat over de communicatie tussen de verloskundige die het onderzoek heeft uitgevoerd en de huisarts, die daar bij zijn bezoek aan het kraambed gericht op kan ingaan. Omdat de drie LESA’s tussen huisartsen en verloskundigen relatief kleine onderwerpen betreffen, lijkt het zinvol de LESA’s bij de implementatie te bundelen. Meerdere regionale ondersteuningsstructuren (ROS’en) hebben ervaring met werkafspraken tussen huisartsen en verloskundigen. Het scheelt u tijd om de organisatie van de samenwerking uit handen te geven aan de ROS. Het NHG heeft draaiboeken - kort en lang- beschikbaar over hoe de samenwerking tussen huisartsen en verloskundigen op te zetten en uit te voeren (informatie via afdeling Implementatie van het NHG, www.nhg.org). Tijdens het komende NHG-congres zal een aantal huisartsen de workshop over de LESA Onderzoek van de pasgeborene hebben gevolgd. Mogelijk zijn zij voortrekkers, maar laat u niet weerhouden hen te volgen.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen