Nieuws

Onjuiste conclusie over consultvoering

0 reacties
Gepubliceerd
10 mei 2002

Van Dulmen et al. zoeken verklaringen voor de discrepanties tussen trainen, evalueren en praktiseren van consultvoeringsvaardigheden. 1 Eerder zijn voor het niveau van deze vaardigheden bij huisartsen en huisartsen in opleiding de kwalificaties ‘laag’, ‘teleurstellend’ en ‘zwak’ gebruikt. 2 Daar komen nu de kwalificaties ‘droevig’, ‘negatief’ en ‘onder de maat’ bij. Hiermee worden opnieuw de scores op criteria voor items zonder meer doorgetrokken naar een beoordelende kwalificatie over consultvoering als geheel. Dat is onjuist. 3 Voor de Nederlandse huisartsen bestaat er nog geen algemeen aanvaarde norm voor de mate waarin zij consultvoeringsvaardigheden dienen te hanteren en wanneer er sprake is van ondermaatse prestaties. Zo'n absolute norm wordt niet door instrumentontwikkelaars of onderzoekers bepaald en ook niet door individuele huisartsen of gedragswetenschappers. Iemand kan 100 kg wegen, maar of we dat ‘te zwaar’ noemen, staat niet op de weegschaal. De MAAS-Globaal wordt door Van Dulmen et al. ongeschikt verklaard voor de meting van consultvoeringsvaardigheden omdat instrumentele en affectieve gedragingen er in één categorie zijn ondergebracht. Verschuivingen in gedrag kunnen daardoor onopgemerkt blijven. Dit is een te snelle conclusie op basis van een onjuiste bewering. In hun artikel blijft voor ons onduidelijk wat ze bedoelen met instrumenteel versus affectief. Even daarvoor maken ze namelijk onderscheid tussen vakinhoudelijke vaardigheden en gespreksvaardigheden, waardoor het lijkt alsof ze daarmee hetzelfde bedoelen. Hoe het ook zij, beide aspecten kunnen met de MAAS-Globaal worden gemeten. De MAAS-Globaal maakt onderscheid tussen communicatievaardigheden en vakinhoudelijke aspecten en in alle onderzoeken krijgen deze twee een aparte somscore. Als er verder goede redenen zijn om instrumentele en affectieve gedragingen apart te tellen, dan is dat met de MAAS-Globaal eenvoudig te doen door scores op instrumentele en affectieve items apart op te tellen. Het is tijd voor goed evaluatieonderzoek inclusief een analyse van het fenomeen dat huisartsen sommige communicatievaardigheden relatief weinig toepassen. Criteria voor de selectie van praktijkconsulten zijn reeds opgesteld en met onderzoek onderbouwd. 4 Onderzoek naar een valide en betrouwbare normstelling vindt op dit moment in Maastricht plaats. Voor conclusies is het nog te vroeg en met onjuiste conclusies schieten we niets op.

Literatuur

  • 1.Van Dulmen A, Bensing J, Kruijver I. De schoen wringt, maar waar? Discrepanties tussen het trainen, evalueren en praktiseren van consultvoeringsvaardigheden. Huisarts Wet 2002;45:19-22.
  • 2.Tan L, Kramer A, Jansen J, Düsman H. Landelijke evaluatie van de driejarige huisartsopleiding: de ontwikkeling van de competentie van huisartsen-in-opleiding. Huisarts Wet 2000;43:414-8.
  • 3.Van Thiel J, Ram P, Van Dalen J. MAAS-Globaal Handleiding 2000. Maastricht: Universiteit Maastricht, 2000.
  • 4.Ram P, Grol R, Rethans J, Van der Vleuten C. Videotoetsing van consulten van huisartsen in de eigen praktijk. Een onderzoek naar validiteit, betrouwbaarheid en haalbaarheid. Huisarts Wet 1999;42:439-45.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen