Nieuws

Onnodig gebruik van huisartsenzorg eerder af- dan toegenomen

Gepubliceerd
10 november 2004

Nu de zorg onbetaalbaar wordt, suggereert het Ministerie van VWS dat er sprake zou zijn van onnodig gebruik van huisartsenzorg en dat dit steeds vaker gebeurt. Op basis van gegevens uit de Tweede Nationale Studie lijkt de omvang van het onnodig gebruik van huisartsenzorg zeker niet toegenomen in de afgelopen jaren. ‘Onnodig raadplegen van de huisarts’ is niet zomaar in maat en getal uit te drukken. Patiënten hebben hierover een andere mening dan huisartsen, en als het gaat om zorg buiten kantooruren zal die mening weer anders luiden. Is een consult vanwege ongerustheid onnodig? Als iemand die gezond is door de huisarts geïnformeerd wil worden over gezondheidsrisico's, is er dan sprake van onterecht gebruik van huisartsenzorg? Kortom, de vraag of er misbruik wordt gemaakt van de vrij toegankelijke huisartsenzorg is niet eenvoudig te beantwoorden. Zoals wij hieronder uiteenzetten, bestaat er echter voldoende circumstantial evidence uit de Tweede Nationale Studie om aan te nemen dat de veronderstelling van VWS niet terecht is. Zo zijn de verwachtingen die mensen hebben van de zorg van de huisarts bij alledaagse klachten in vergelijking met 1987 afgenomen. Minder mensen dan toen verwachten dat de huisarts iets kan doen aan bijvoorbeeld maagklachten (1987: 62%; 2001: 45%) of diarree (1987: 44%; 2001: 32%), of dat de hoofdpijn sneller overgaat door een bezoek aan of een recept van de huisarts (1987: 24%; 2001: 11%). Van de volwassen Nederlandse bevolking rapporteert 37% in 2001 ‘een geneesmiddel zonder recept (…) in de afgelopen 14 dagen’ te hebben gebruikt ( tabel 1). In 1987 was dat 24%. Het gaat vooral om middelen tegen pijn, koorts, verkoudheid en keelpijn. Dit wijst erop dat meer mensen zelfzorg toepassen.

Tabel1 Percentage gerapporteerde zelfzorg in het afgelopen jaar naar geslacht en ervaren gezondheid (n=12.693, 2001)
Totaal (%)GeslachtErvarengezondheid
manvrouwgoedmatig/slecht
Geen geneesmiddelen63,569,957,964,258,2
Wel geneesmiddelen*,36,530,142,135,841,8
waaronder:
– pijn- en koortswerend28,622,733,628,632,3
– tegen keelpijn,5,95,26,55,46,3
– verkoudheid, griep
– versterkend, 5,13,56,54,86,8
– bijvoorbeeld
– vitaminen
– homeopathie3,22,24,12,84,9
– tegen maagdarm-1,11,11,21,02,0
– klachten
– geneesmiddelen 1,11,21,11,11,1
– voor de huid
– slaap- en 0,60,40,70,51,1
– kalmerings-
– middelen
n12.6935.8576.83610.1491.930
* Meerdere antwoorden mogelijk

Uit onderzoek met een gestandaardiseerde vragenlijst in 2001 is gebleken dat er bij 23% van de volwassenen een verhoogde kans bestaat op enige vorm van psychopathologie; in 1987 was dit 17%. Het aandeel van psychische problemen in het totaal van de aandoeningen waar de huisarts mee te maken heeft, is echter gedaald van 9,6 naar 5,1%. Patiënten lijken hun huisarts dus niet vaker onnodig voor psychische problemen te raadplegen dan in 1987. Het gemiddeld aantal patiëntcontacten per jaar is in 14 jaar met ongeveer 10% toegenomen. Deze stijging heeft zich weliswaar in alle leeftijdsgroepen voorgedaan, maar is het sterkst in de leeftijdsgroep van 75 jaar en ouder. Doordat (chronische) ziekten in deze leeftijdsgroep vaak voorkomen, zal de omvang van onnodig gebruik van huisartsenzorg relatief beperkt zijn. De ‘onzichtbaarheid’ voor de patiënt van de kosten van de huisartsenzorg (door de honorering van huisartsen via het abonnementssysteem voor ziekenfondsverzekerden) zou onnodig gebruik van de huisarts stimuleren. De stijging in de contactfrequentie is echter bij particulier verzekerden in de afgelopen 14 jaar hoger geweest dan bij ziekenfondsverzekerden ( tabel 2).

Tabel2 Aantal personen dat ‘in de afgelopen 2 maanden’ contact heeft gehad met de huisarts in 1987 en 2001 naar ziektekostenverzekeri
19872001
Ziekenfondsverzekerd 40
Particulier verzekerd3236
Om de mate van onnodig gebruik van huisartsenzorg vast te kunnen stellen moet er eerst een eenduidige en voor onderzoek bruikbare definitie worden geformuleerd. Vooralsnog toont indirect bewijs aan dat onnodig gebruik van de huisartsenzorg eerder is afgenomen dan toegenomen.

De hier beschreven analyses zijn uitgevoerd in 2001 op LINH-gegevens in het kader van de Tweede Nationale Studie naar ziekten en verrichtingen in de huisartsenpraktijk. Voor meer informatie over de hier gepresenteerde resultaten kunt u terecht op de website (www.nivel.nl/ns2). De gegevens uit 1987 zijn verzameld ten tijde van de Eerste Nationale Studie. LINH is een project van NIVEL, WOK, LHV en NHG (zie ook www.linh.nl). Reacties naar info@linh.nl

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen