Nieuws

Onomkeerbaar…

Gepubliceerd
6 april 2010

Mijn moeders jongste broer zou het niet best hebben gehad als galg en rad in het strafrecht nog operationeel waren. Het was een bangelijke man, maar een royale inname van alcohol gaf hem soms de moed om wilde dingen te doen. Zo heeft hij eens een optreden van Wim Kan verstoord en moest hij door bezoekers en theaterpersoneel naar buiten worden gewerkt. Ook nam hij altijd zijn broer, een beer van een man, in de maling. Met beide ooms in de volle tram naar Kraantje Lek moesten wij allemaal staan. Ineens spreekt mijn gewraakte oom een dame aan met de vraag: ‘Mevrouw, mag mijn kleine broertje hier even zitten? Als die moe wordt, wordt-ie altijd agressief, ziet u! Dat broertje van 1,90 meter schrok zich te pletter en riep: ‘Hou op, idioot, laat die vrouw rustig zitten!’ Waarop mijn oom geschrokken tegen de vrouw zei: ‘Ziet u wel, het begint al!’ Als door een adder gebeten gaf zij haar zetel vrij. Mijn moeders sympathie voor hem kreeg een ernstige knauw bij een verbouwing van haar kapsalon. Terwijl ons hele gezin met kerst naar de nachtmis was, had de bij ons logerende oom de metalen letters gevonden die bedoeld waren om enige reclameteksten op het raam te plakken, inclusief de pot met lijmcement. Terug uit de kerk zagen we bij ons huis een soort opstootje voor het raam van de kapsalon. Daar stond met fraaie, professionele letters: ‘Knippen 7,50. Niet goed, haar terug!’

We kunnen allengs meer zelf bepalen: we kunnen zeggen of we een zoon of een dochter willen, we kunnen een gehandicapt kind voorkomen door vroegtijdig te testen, DNA-analyses kunnen ons op de hoogte brengen van de kans op bepaalde ziekten, en als we het allemaal genoeg vinden maken we er met hulp van een facilitaire functie een eind aan. Klinkt helemaal niet gek voor moderne mensen. Maar ik houd het gevoel dat zo’n uitgestippeld en voorspeld leven iets wezenlijks mist. Het zou mij niet verbazen dat als de gevraagde wet er komt, we over veertig jaar in de krant lezen dat mensen op steeds jongere leeftijd een beroep doen op die nieuwe mogelijkheid. En een tweede punt: wat moeten we met onze parel, de euthanasie? Met grote zorgvuldigheid wordt nu bepaald of aan de voorwaarden voor euthanasie wordt voldaan; blijft dat wel overeind? Als je als patiënt te horen krijgt dat de uitzichtloosheid en ondraaglijkheid niet overtuigend zijn, roep je enthousiast: ‘Even goede vrienden! Ik doe wel een beroep op die andere wet; ik wil namelijk niet meer leven.’ De euthanasie lijkt mij daarmee volledig haar basis te verliezen. En dan een laatste vraag: hoe krijg je zo’n nieuwe regeling ooit zorgvuldig genoeg? Ik herinner mij nog goed drie hoogbejaarde vrouwen bij Sonja Barend. Het ging over de pil van Drion en de ouwetjes zeiden die pil graag mórgen in te willen nemen. Dat zij mórgen zeiden verbaasde mij niet, want vandaag, tijdens de uitzending, hadden ze met z’n drieën nog de grootste lol. Maar een van hen wilde die pil niet in huis hebben. ‘Want’, zei deze levensmoede 95-jarige schaterend, ‘ik heb vaak zulke vervelende visite. Ik ben bang dat ik die pil dan in hún koffie doe...!

Er staat nu al een enorme druk op de zorg. Hoe wordt dat als er een makkelijke manier komt om uit het leven stappen? ‘Bent u nu alwéér nat, meneer Van der Voort? Wanneer gaat u eindelijk dat pilletje eens innemen?’

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen