Praktijk

Opgeknapt

0 reacties
Gepubliceerd
19 oktober 2009

Meestal gaat er iets stuk als je een beroerte krijgt. Er gaat iets stuk in de hersenen door gebrek aan bloeddoorstroming, een infarct, of door te veel bloed, een hersenbloeding. Dat stukke merk je aan de eenzijdige verlamming of aan woordeloosheid, geen taal meer. Of wel woorden kunnen vinden, maar ze niet meer kunnen zeggen. Soms zit een beroerte op een hersenplek die blijkbaar betekenisvol is voor de persoonlijkheid. Dan blijkt iemand na de beroerte ontremd, sociaal slordig of goklustig te zijn geworden. Een actief mens kan een slome worden, een vriendelijk geduldig mens wordt een prikkelbare naarling. Gelukkig trekken veel verlammingen bij, al kan het een half jaar duren. Misschien trekt zo’n verandering van de persoonlijkheid ook wel bij. Je hoopt het maar. Laatst was iemand ten goede veranderd door de beroerte. Zijn verlamming viel mee, maar zijn verandering als persoon was enorm. Een teruggetrokken, passieve man was een vriendelijke, attente man geworden. Zij kreeg weer een arm om haar schouder. Hij deed weer mee aan de opvoeding van het kind. Ze bespraken weer samen de moeilijke dingen van het leven. Zijn verlamming trok bij. Ik hoop dat zijn andere hersenbeschadiging niet herstelt. Ik wens hem, ook voor haar, onherstelbare hersenschade toe. Nico van Duijn

Reacties

Er zijn nog geen reacties