Nieuws

Oplossingsgerichte therapie

Gepubliceerd
29 september 2015
Graag reageren wij op het artikel van Van Staveren over oplossingsgerichte therapie voor huisarts en POH-ggz.1 Zij beschrijft in haar artikel wat oplossingsgerichte therapie inhoudt en zij poogt de effectiviteit daarvan wetenschappelijk te onderbouwen. Daarbij haalt ze oplossingsgerichte therapie en problem-solving therapy (PST) echter door elkaar. Ze doet alsof het eerste een vertaling van het tweede is, en gebruikt evidence voor PST (referenties 3, 6, 7, 8, 9, 11) alsof het evidence voor oplossingsgerichte therapie betreft. Dit klopt niet, omdat het twee verschillende therapievormen zijn. De verwarring is wel begrijpelijk, want de twee hebben veel raakvlakken. Beide zijn praktisch, gericht op het ‘hier en nu’, positief en erg geschikt voor gebruik in de eerste lijn. Ook vragen beide om een andere houding van de hulpverlener, namelijk een waardoor de patiënt actief wordt en daarmee zelfredzamer wordt. Het grote verschil bestaat er echter in dat de eerste fase van PST, het definiëren van het probleem, wordt overgeslagen bij oplossingsgerichte therapie. Het ontrafelen van een probleem werkt verhelderend voor een patiënt en leidt vervolgens veelal gemakkelijk tot het formuleren van een doel. De verschillen komen tot uitdrukking in het handboek Oplossingsgerichte korte psychotherapie van Hans Cladder2 versus het handboek Problem-solving treatment for anxiety and depression van Mynors-Wallis.3
Voor oplossingsgerichte therapie is onvoldoende wetenschappelijk bewijs indien toegepast door huisartsen en/of POH-ggz. Daarom is deze niet opgenomen in de NHG-Standaarden, terwijl de NHG-Standaarden Angst en Depressie PST adviseren.
Kortom: oplossingsgerichte therapie is geen PST. En evidence voor PST geldt niet voor oplossingsgerichte therapie. Wel hebben beide een praktische en zeer positieve insteek, hetgeen goed van pas komt bij patiënten met psychische klachten in de eerste lijn.
Lieke Hassink-Franke, huisarts en ggz-kaderhuisarts; Evelyn van Weel-Baumgarten, huisarts

Antwoord

Ik dank collegae Hassink-Franke en Van Weel-Baumgarten voor hun relevante commentaar op mijn artikel. Oplossingsgerichte therapie (OT) en problem-solving therapy (PST) hebben zeer veel raakvlakken en zijn beide erg geschikt voor de eerste lijn, maar het zijn inderdaad twee verschillende behandelvormen. Dit had ik explicieter in het artikel moeten vermelden. Volgens de theorie hoort het definiëren en het ontrafelen van het probleem wel bij PST, maar niet bij OT. In de praktijk is het onderscheid tussen OT en PST vanwege de sterke overeenkomsten minder scherp en zal bij OT vaak wel aandacht aan het probleem worden gegeven.
Huisarts en POH-ggz zullen zich vaak richten op de behoefte van de patiënt om al dan niet eerst het probleem te ontrafelen alvorens over een eventuele oplossing na te denken. Uiteindelijk zijn waarschijnlijk de persoon van de therapeut en de kwaliteit van de werkrelatie meer bepalend voor het succes dan de gekozen therapievorm.
Remke van Staveren, psychiater

Literatuur

  • 1.Van Staveren R. Oplossingsgerichte therapie voor huisarts en POH-ggz. Huisarts Wet 2015;58:382-4.
  • 2.Cladder H. Oplossingsgerichte korte psychotherapie. Amsterdam: Pearson Assessment and Information, 2010.
  • 3.Mynors-Wallis L. Problem-solving treatment for anxiety and depression. A practical guide. Oxford: Oxford University Press, 2005.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen