Nieuws

Ouder worden

0 reacties
Gepubliceerd
10 november 2001

Ter gelegenheid van de tiende verjaardag van LASA, de Longitudinal Aging Study Amsterdam, is dit boek gepubliceerd. Het is bestemd voor leken. LASA is een longitudinaal onderzoeksproject waarbij gestreefd wordt naar het verwerven van fundamenteel-wetenschappelijke kennis over het verouderingsproces en de gevolgen voor het menselijk functioneren, en anderzijds naar het verkrijgen van gegevens die nuttig zijn voor de wetenschappelijke onderbouwing van het ouderenbeleid van de overheid in Nederland. De bundel bestaat uit zes onderdelen. Na een introductie waarin ontstaan, doelstelling en beweegredenen worden beschreven, worden vijf verschillende thema's besproken: vallen en fracturen; depressie en angst; chronische aandoeningen; ongelijkheid in sociale netwerken en zorg; cognitief functioneren en bewegen. Elk thema wordt steeds in vier hoofdstukjes besproken. Het leest makkelijk, de literatuur wordt op gedragswetenschappelijke manier gerefereerd en is behapbaar.

Voor praktiserende huisartsen biedt het enkele krenten in de pap, maar het is omslachtig om 230 bladzijden te lezen om die enkele krent op te sporen. Voor onderzoekers geïnteresseerd in een bepaald gebied is het interessant. Dit geldt met name voor onderzoekers binnen de huisartsgeneeskunde. Een aardige bevinding vond ik dat het relatieve risico op sterfte aan hartziekte bij mensen met een ‘major’ depressie 10,5 was vergeleken met 3,8 bij mensen zonder hartziekte. Bij het onderzoek van een cohort van 3107 respondenten (55-85 jaar) bleek dat ruim een kwart in drie jaar een depressie ontwikkelde. Deze mensen leden vaker aan meer dan één chronische ziekte, hadden meer dan één functionele beperking. Een deel van de nieuwe gevallen van depressie had een betere prognose dan wel werd gedacht. Van de respondenten met een depressieve stoornis bleek 36% ook te lijden aan een angststoornis en omgekeerd had 13% van de respondenten met een angststoornis tevens een depressieve stoornis. Ouderen met angst bezochten vaker de huisarts of specialist en waren veel vaker ontevreden over de geboden zorg dan de referentiegroep. Chronische ziekten werden gedefinieerd als ziekten die langer dan drie maanden bestaan, een in mijn ogen te simpele en onjuiste definitie. Het lichamelijk functioneren werd op een originele manier gemeten namelijk met het kunnen op- en aflopen van een trap van vijftien treden zonder te stoppen, het gebruik van eigen of openbaar vervoer en het knippen van de eigen teennagels. Niet onverwacht bleken mensen met hart- en vaatziekten, diabetes, CARA en/of kanker een relatief kortere levensverwachting te hebben. Al met al heeft dit boek voor de praktiserende huisarts maar weinig waarde.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen