Praktijk

Over kosten en baten, en bovenal het nut

Gepubliceerd
10 mei 2006

Samenvatting

Alledaagse aandoeningen vormen het leeuwendeel van het werk van de huisarts. Maar wetenschappelijk onderzoek naar ‘kleine’ onderwerpen werd tot voor kort nauwelijks verricht, vooral omdat er geen financiering voor te vinden was. Daarom riep het NHG in 1997 het Fonds Alledaagse Ziekten in het leven. Het ministerie van VWS kondigde onlangs het einde aan van de subsidie. Onbegrijpelijk, want de onderzoeken blijken erg nuttig en kostenbesparend doordat onnodige verwijzingen worden voorkomen en de zin of onzin van medicamenten wordt aangetoond. In een symposium passeerden enkele afgeronde en nog lopende onderzoeken de revue.

De geschiedenis van het Fonds

De ontwikkeling van de NHG-Standaarden stuit vaak op hiaten in de wetenschappelijke onderbouwing van het huisartsgeneeskundig handelen bij heel gewone aandoeningen. Onderzoek wordt vooral gedaan in de tweede lijn en naar ‘grote onderwerpen’ waar gemakkelijk financiering voor kan worden gevonden. Maar de patiëntenpopulatie van de huisarts wijkt sterk af van die in de specialistische setting en dat geldt ook voor de klachten waarmee de huisarts wordt geconfronteerd. Het NHG verzamelde daarom de gevonden onderzoekshiaten in ‘de lacunebak’ en richtte in 1997 het Fonds Alledaagse Ziekten op. Aanvankelijk werd dit gevoed uit eigen middelen en met het bedrag van de Bertelsmannprijs (zie ook het interview met Wim Stalman op de achterpagina). Vanwege het grote belang van typisch huisartsgeneeskundig onderzoek verleende toenmalig minister van VWS Els Borst in 2001 een structurele subsidie voor vijf jaar. Het Fonds werd herdoopt tot Programma Alledaagse Ziekten (PAZ) en ondergebracht bij ZonMw. Recentelijk maakte VWS bekend de subsidie te staken. Over de achtergronden van het Programma en het op 15 maart gehouden symposium kunt u meer lezen in het NHG-nieuws, pagina nhg-57.

Afgeronde onderzoeken

Corticosteroïdeninjectie bij ‘knappende vinger’

Bij dit probleem, ook wel ‘triggerfinger’ genoemd, blijft de vinger gekromd hangen als gevolg van een ontsteking in de peesschede. Bij vijftig patiënten (van vijftig huisartsen) deed C. Peters-Veluthamaningal onderzoek: de helft kreeg injecties met corticosteroïden, de controlegroep kreeg injecties met een zoutoplossing. Op alle uitkomstmaten gaf de injectie met corticosteroïden een aanmerkelijk beter resultaat, zowel na een week als tijdens alle controlemomenten van het eropvolgende jaar. De injectie kan worden gegeven tijdens het consult en de veelal gebruikelijke verwijzing naar de chirurg is niet meer nodig. De patiënt hoeft niet meer te reizen, niet meer te wachten en is snel en goedkoop van zijn klachten af.

Vitamine D3 en wintertenen

Perniones is een hinderlijke aandoening die beperkingen geeft in het dagelijks functioneren. Mensen proberen van alles, maar het haalt allemaal niets uit. Huisartsen geven veelvuldig vitamine-D3-injecties, maar evidence voor de werking daarvan ontbrak. I. Souwer selecteerde voor zijn onderzoek patiënten die de klachten al langer hadden en behandelde hen met vitamine D3 per os versus een placebo. In eerste instantie leek vitamine D een gering positief effect te hebben, maar toen de resultaten werden gecorrigeerd naar de omstandigheden (een relatief hoge temperatuur in de controleperiode), viel het voordeel weg. Vitamine-D-injecties kunnen dus worden geschrapt uit het behandelingsarsenaal van de huisarts bij wintertenen.

Infectieuze conjunctivitis en fusidinezuur

Over het algemeen schrijft de huisarts bij een conjunctivitis antibiotica (fusidinezuur) voor, dit terwijl de aandoening bijna altijd vanzelf over gaat. Vermoedelijk speelt de wens van de patiënt een rol en bovendien is fusidinezuur makkelijk in het gebruik en heeft het weinig bijwerkingen. In het onderzoek van R.P. Rietveld wordt echter aangetoond dat het middel geen zin heeft: na een week was 61 procent van de patiënten met fusidinezuur genezen versus 59 procent uit de controlegroep met placebo. Alleen bij een positieve kweek gaf het middel een wat betere genezing. Fusidinezuur hoeft dus niet te worden voorgeschreven bij conjunctivitis. De resultaten van het onderzoek zijn meegenomen in de herziene standaard Het rode oog.2

Nog lopende onderzoeken

Kind met koorts op de huisartsenpost

Een op de vijf vragen in de huisartsenpost gaat over een ziek kind; de helft daarvan betreft koorts. Dat betekent circa 200.000 telefoontjes per jaar. Huisartsen weten dat het gros een onschuldige infectie heeft, maar willen natuurlijk een meningitis of sepsis niet missen. De NHG-triagerichtlijn is gebaseerd op onderzoek onder de populatie van de kinderarts, want huisartsgeneeskundig onderzoek was er niet. Onderzoekster M. Berger: ‘Van alle op de post gemelde kinderen met koorts heeft 4 procent een acute behandeling nodig; 1 promille heeft meningitis of sepsis. Echter, 12 procent wordt verwezen naar de kinderarts en daar wordt bloed geprikt, een röntgenfoto gemaakt of zelfs een ruggenprik gegeven. Maar van de verwezen kinderen heeft slechts 30 procent een acute behandeling nodig en 4 procent heeft meningitis of sepsis.’ Op basis van dit onderzoek wil men de richtlijnen aanscherpen opdat onnodige bezoeken aan de post en het aantal verwijzingen kunnen worden teruggebracht.

Vitamine-D-tekort bij allochtonen

Vitamine-D bevordert de opname van calcium in de darmen; een tekort veroorzaakt een gestoorde botaanmaak (rachitis) en algemene zwakte (in de spieren/moeheid). Blootstelling aan de zon is het belangrijkste element in de vitamine-D-aanmaak; een klein deel wordt verkregen uit voeding. Het probleem komt veel voor: 30 tot 40 procent van de 1,7 miljoen niet-westerse allochtonen in Nederland heeft een vitamine-D-tekort, mannen iets minder vaak dan vrouwen. Oorzaken zijn vooral de donkerder huidskleur, veel binnen of in de schaduw zijn en veel huidbedekkende kleding. Momenteel wordt onderzocht wat de beste remedie is: zonexpositie volgens specifieke instructie, een dagelijkse inname van 800 IE vitamine D, of een driemaandelijkse inname van 100.000 IE vitamine D. De effecten worden gemeten aan de hand van het vitamine-D-gehalte, welbevinden, klachten en de kracht in handen en benen. Binnenkort zijn de onderzoeksresultaten bekend.

Minimale Interventie Strategie bij Surmenage (MISS)

Overspanning veroorzaakt een veelal zeer langdurig ziekteverzuim. Eenderde deel van de WAO betreft psychische aandoeningen, die vaak beginnen met surmenage. De huisarts adviseert meestal rust. Dit advies is afgezet tegen behandeling met de MISS, waarbij de patiënt wordt gemotiveerd tot aanpak van de problemen en hervatting van het werk. Tussendoor wordt gecontroleerd hoe het met de voortgang gaat; als die achterblijft wordt de patiënt (snel) verwezen. De eerste analyses tonen aan dat de MISS een positief effect heeft: na een jaar was 80 procent van de patiënten uit de controlegroep hersteld; in de MISS-groep was dat 85 procent. De definitieve resultaten zijn eerdaags bekend. (AS)

Literatuur

  • 1.Niet tijdens deze dag gepresenteerd, maar wel interessant, is het PAZ-onderzoek naar de behandeling van impetigo met fusidinezuur. Weliswaar is ook impetigo op termijn selflimiting, maar behandeling met fusidinezuur geeft heel snel veel verbetering. Gezien de hinder die de aandoening geeft, is fusidinezuur bij impetigo dus nadrukkelijk wel aanbevolen.
  • 2.Als illustratie van de kostenbesparingen die onderzoek naar alledaagse ziekten kan opleveren: in 2001 werden in Nederland ruim 900.000 recepten voor oculaire antibiotica voorgeschreven, waarmee een bedrag is gemoeid van 8,85 miljoen euro. De huisarts schreef 85 procent van deze recepten voor.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen