Nieuws

Over schoonheid

Gepubliceerd
10 juni 2001

Samenvatting

Veel artsen hebben het maar moeilijk hun positie te bepalen ten aanzien van patiënten die vanwege onvrede over hun uiterlijk een cosmetische opknapbeurt verlangen.

Is er daadwerkelijk sprake van een in het oog springende afwijking van de norm, in verband waarmee de patiënt bespot wordt en minder kans maakt op de markt van liefde en geluk, dan is de wens nog wel invoelbaar. Bij minder opvallende weeffoutjes, simpelweg een verkeerde huidskleur of slijtage door de tand des tijds, lopen patiënten met dergelijke verlangens gerede kans te worden beschouwd als een willoze slachtoffers van de jeugdige mode-idealen en de cosmetica-industrie of als beklagenswaardige stakkerds die maar geen afscheid kunnen nemen van hun schoonheid en niet in het reine kunnen komen met hun sterfelijkheid. Onlangs wijdde het tijdschrift Filosofie en Praktijk een themanummer aan deze materie. 1Inez de Beaufort stelt dat er in de meningsvorming omtrent de legitimiteit van dergelijke hulpvragen drie extreme standpunten kunnen worden onderscheiden: uiteraard doen als je de kans hebt, iedereen moet het vooral zelf weten (en ook zelf betalen) en niet doen, want wie zich laat opereren laat blijken de ouderdom niet te accepteren en dat deugt niet of is zielig. Grootste gemene deler van de diverse bijdragen is dat de waarheid ergens in het midden ligt. Een moreel of eventueel esthetisch oordeel valt in concrete gevallen alleen te geven door de levensgeschiedenis van het individu of de politieke betekenis van het verzoek in de overwegingen te betrekken. Sleutelwoord daarbij is het begrip authenticiteit: komt de wens tot verfraaiing voort uit een persoonlijk doorleefde behoefte of is er primair sprake van effectbejag in een poging te voldoen aan een opgedrongen schoonheidsideaal? Welbeschouwd vertoont de discussie over de cosmetische problematiek veel overeenkomst met het debat in maart jl. in De Volkskrant over het dragen van hoofddoekjes door islamitische vrouwen uitgelokt door de uitspraak van Opzij-hoofdredacteur Cisca Dresselhuys dat een vrouw met een hoofddoekje ‘er bij haar niet inkwam’. Ook het hoofddoekje bleek volslagen uiteenlopend geapprecieerd te kunnen worden: als teken van onderwerping aan de masculiene islamitische cultuur, als teken van trots op de eigen culturele identiteit of als teken van geïnternaliseerd vals bewustzijn waarbij de werkelijke belangen van de onderliggende vrouwelijke klasse worden miskend. Analoog is ook de besluitvorming over cosmetische chirurgie niet in vuistregels te vangen. Het boekje suggereert vooral manieren waarop artsen met cosmetische verzoeken om kunnen gaan. (TW)

Literatuur

  • 1.Filosofie & Praktijk 2001; 22 (1): Over Schoonheid. Budel: Uitgeverij Damon bv,ISBN 90 5573 168 4; 17,50 NLG/350Bfr.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen