Praktijk

Overwerkaccijns

Gepubliceerd
10 oktober 2003

Een jeugdherinnering. Mijn moeder placht met regelmaat te zeggen: ‘Word je nou niet te mager?’ Steeds opnieuw poogde zij mij aan te zetten tot inname van extra voedsel, in de stellige overtuiging dat weliswaar moddervette mensen een geducht slechte gezondheid hebben, maar dat het met hun tegenvoeters – de graatmageren – niet veel beter is gesteld. Te mager betekent te weinig weerstand. Een klassiek denkbeeld dat kniehoog in de Hollandse klei staat. Nog steeds.

Deze herinnering stemt mij, zoals dat een herinnering betaamt, mild. Je eigen moeder is immers je eerste huisarts: alom aanwezig, altijd aanspreekbaar en vol goedbedoelde raad. Tot gekwordens toe, want ieder kind kent het omslagmoment van bezorgdheid naar overbezorgdheid. Bezorgdheid blijft echter de kern van zowel ouderschap als gezondheidszorg en huisartsgeneeskunde. Wel hult deze zich in verschillende gedaantes. De overheid heeft een speciale manier om haar zorg over onze gezondheid te uiten: het heffen van accijns. Ongezond leven dient namelijk te worden bestreden (of beter: bestraft!). Een probleem is dat het moeilijk is een fair onderscheid te maken tussen verschillende ongezonde gewoonten. Het is een koud kunstje om het gebruik van tabak en alcohol aan te pakken door accijnsverhogingen. Maar in zekere zin zijn de rokers en de drinkers dan de zondebokken, terwijl anderen niet worden gestraft voor hun andersoortige maar evenzeer ongezonde gedrag. Waar blijft de toeslag op kroketten, frikadellen, bamischijven en Big Macs? Nederland ‘vervet’ immers in ras tempo. Dat moet hard worden aangepakt! Mayonaise moet voortaan uitsluitend te koop zijn bij de slijter: minderjarigen kunnen er dan niet bij. Andere voorbeelden van ongezond leven? De ‘workaholics’. Degenen die veel te veel in de zon liggen. Degenen die aanvankelijk medische behandeling weigeren en dan – als hun conditie verergert – alsnog kiezen voor behandeling, maar dan wel een duurdere voor het collectief. Het is kortom de vraag of het fair is dat bepaalde gewoonten wel en andere niet belast worden. Hard werken vinden wij bijvoorbeeld nu eenmaal nuttig. Het idee van overwerkaccijns (ik ben voorstander!) zal weinigen aanspreken. De huisarts is een belangrijke spil in het stimuleren van gezond leven. Die rol nam hij over van de ouders. Die bezorgdheid onderstreept hij met adviezen die hij de godganselijke dag verstrekt en waarop hij ook nog trots is. Het is echter de vraag wat zijn persisteren over hemzelf zegt… Dat huisartsen ongevraagde adviezen blijven geven, ondanks de ineffectiviteit ervan – gemeten op het niveau van het slachtoffer althans! – geeft al aan dat dergelijke adviezen kennelijk een (nuttige?) functie vervullen voor ‘de adviseur’. Ik denk dat veel ongevraagde adviezen niet geuit worden vanwege hun inhoud en/of beoogde effect, maar omdat zij de geritualiseerde drager/expressie zijn van onze behoefte om ons bezorgd en zorgzaam voor anderen te tonen. De overbezorgde moeder is daar een uitdrukkingsvorm van, maar ook de huisarts. De huisarts-adviseur geeft geen blijk van echte bezorgdheid maar heeft meer een houding van ‘ik heb het in ieder geval gezegd…’. Alsof met het uitspreken van het advies het doel al is bereikt. Bovendien, als het dan op een later tijdstip ‘fout’ gaat, reageert de adviseur niet met de woorden: ‘Goh, wat sneu…’ maar met: ‘Ik heb je toch gewaarschuwd!’ De huisarts veinst slechts bezorgdheid om zijn patiënten.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen