Nieuws

Panta rhei

Gepubliceerd
9 november 2010

‘Alles beweegt!’ Heraclitus zei het al in 500 voor Christus en het zal u niet ontgaan dat dit congresnummer letterlijk bol staat van bewegen. Toch was rust in de geneeskunde heel lang de geldende norm. Pas in de jaren tachtig van de vorige eeuw kwam de ommekeer. Rusten na een hartinfarct bleek niet meer nodig, bedrust bij een hernia verdween. Sterker nog, men moest juist gaan sporten. En na een operatie of bevalling moet iedereen zo snel mogelijk weer op de been zijn om trombose te voorkomen. Bewegen heeft binnen de gezondheidszorg allengs een grotere plaats gekregen. Aanvankelijk ging het vooral om begeleid therapeutisch bewegen: een uurtje zwemmen in een verwarmd bad of fitness bij artrose en spierziekten onder begeleiding van een fysiotherapeut. Inmiddels kun je ook je psychische problemen te lijf door te rennen of te schaatsen met je (virtuele) persoonlijke coach.

Bewegingsarmoede

De voortschrijdende technologie zorgt tegelijkertijd voor een toenemende bewegingsarmoede en dat is zorgelijk. Wie te weinig beweegt, maakt kans op een chronisch positieve energiebalans en het ontstaan van diabetes mellitus type 2. Hoe dat werkt, wordt duidelijk in het artikel van Stefan Praet. Hij legt ook uit dat niet iedereen met diabetes mellitus hetzelfde inspanningprogramma moet volgen, patiënten moeten een advies op maat krijgen. Gebrek aan beweging maakt dat we met z’n allen zwaarder worden, met alle gezondheidsrisico’s vandien. En als we eenmaal dikker zijn, gaan we nog minder bewegen, zo wordt vooral pijnlijk duidelijk bij kinderen. De overheid heeft zelfs al een voorstel gedaan om kinderen les te geven in vallen! De verhoudingen zijn zoek. Toch laten cijfers van het Sociaal en Cultureel Planbureau zien dat het aantal sporters nog steeds stijgt. Vooral individuele sporten als zwemmen, fietsen, fitness en hardlopen zijn populair. Maar we gaan wel in de auto naar de sportclub. Bewegen is niet meer geïntegreerd in ons dagelijks leven.

Gezond bewegen

Dagelijks bewegen is echter goed voor iedereen, voor mensen met diabetes maar ook voor huisartsen. Want hoe zit dat bij ons? Hoeveel huisartsen sporten regelmatig? Halen we zelf de norm van gezond bewegen – minimaal vijf keer per week dertig minuten matige inspanning – of beperken we ons tot het loopje van de spreekkamer naar de wachtkamer en de dagelijkse fitness met de visitetas? Hoe geloofwaardig zijn wij wanneer we patiënten proberen te overtuigen van het nut van bewegen? Geeft u überhaupt weleens expliciet een beweegadvies of laat u dat over aan de praktijkondersteuner of de fysiotherapeut? En als we de patiënt dan uiteindelijk met z’n allen hebben overtuigd van het nut van inspanning dan stort een (bekende) sporter ter aarde... Dat gebeurt eens in de zoveel tijd en het wordt altijd breed uitgemeten in de pers. Dat geeft een hoop onrust en twijfel, ook bij de al sportende populatie. Moeten we misschien weer terug naar de ouderwetse sportkeuring? Robbart van Linschoten gaat verder in op dit dilemma. De redactie wenst u in ieder geval voldoende inspiratie om na het lezen niet stil te zitten, want rust roest. Wilma Spinnewijn

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen