Nieuws

Prijsbeheersing?

Gepubliceerd
13 november 2009

Vijf jaar vóór de laatste wereldoorlog leerden mijn ouders elkaar kennen. Mijn vader was een mooie, intelligente man die – arm geboren – niet meer dan zes keer een halfjaar lagere school had genoten. Hij was aardappelteler. Mijn moeder was bij hem vergeleken een dame, die zich professioneel bezig hield met het kappen van andere dames. De prins-op-het-witte-paard van wie ze altijd had gedroomd, had wel het uiterlijk, maar niet het beroep van mijn vader. Dus (!) liet ze pal naast de kapsalon de voorkamer van ons toch al nietige huisje ombouwen tot een sigarenzaak waarover mijn vader, na het aardappelimperium veel te goedkoop te hebben verkocht, de scepter zwaaide. Ik heb haar hier al eerder een kordate vrouw genoemd… Waar ze echter niet aan had gedacht, was dat ze hiermee een altijd aanwezige controleur van haar eigen nering letterlijk in huis had gehaald. Een sigarenzaak is, zeker als de oorlog de tabak schaars maakt, geen booming business. Bovendien werd de loop niet bevorderd door de instelling van de uitbater, die praatgrage klanten regelmatig narrig vroeg of ‘ze kwamen kopen of ouwehoeren’… Hij had daardoor niet alleen de tijd om alle boeken te lezen die de pastoor onder de naam ‘parochiebibliotheek’ bij hem had gestald, hij had ook een prima uitzicht op allen die bij zijn gade naar binnen gingen en vooral op hoe zij er weer uitkwamen. Een van zijn levensmotto’s was: ‘Dat kan je niet maken.’ Hij zei het bij alles wat in zijn ogen niet honderd procent ethisch verantwoord was. Arme mensen duur in de krullen zetten hoorde daaronder. ‘Zij maken elkaar gek en daar maak jij misbruik van!’, trof hij mijn moeders zakenhart in de kern. Haar normale jaarlijkse prijsverhogingen vond hij vrijwel altijd onacceptabel, zodat de kapsalon wegens het billijke tarief steeds harder ging lopen. Na het onafwendbare faillissement van zijn eigen winkel is mijn vader studerend hogerop gekomen – ethisch en wel – om te eindigen als hoofd van de Economische Controle Dienst, compleet met auto-met-chauffeur, met als toenmalige hoofdtaak… de prijsbeheersing!

Mijn non-Hodgkin is aanleiding tot maandelijkse controles in het ziekenhuis. ‘Dan zie ik u weer over een maand.’ ‘Maar dat is toch niet nodig? Als het niet goed gaat, merk ik dat vanzelf en dan maak ik een afspraak.’ ‘Oké, dan maken we er twee maanden van.’ ‘Dat lijkt mij ook nog erg vaak.’ ‘U uw zin, dan zie ik u over drie maanden weer terug.’ ‘Over drie maanden ben ik in het buitenland. Zullen we er dan vier maanden van maken?’ ‘Ja, hoor, dat is prima…!’ Ik weet niet wat een controle kost, maar als vier controles door één vervangen mogen worden, en dat maal duizenden patiënten voor wie dit geldt, kunnen we toch heel wat besparen. Hoeveel ingewortelde gewoontes kosten niet enorme bedragen? Het gemak waarmee talloze herhalingsrecepten worden uitgeschreven of mensen worden teruggevraagd om ‘het even te laten zien als het over is’; controleroutines waarvan niemand meer weet waarom ze zijn zoals ze zijn; foto’s die worden gemaakt terwijl ze met weinig moeite ook uit het dossier waren op te diepen; afdelingen die van alles opnieuw doen omdat het onderlinge contact ingewikkeld is… et cetera, et cetera. Tijdens een NHG-Congres in de jaren ’90 over ‘overbodig handelen’ werd bij bijna 30 veelvoorkomende behandelingen de vraag gesteld of die wel (zo vaak) moesten gebeuren. Tot onze verbazing was er van buiten de huisartsenwereld (verzekeraars, overheid) geen greintje belangstelling. Men wil wel alle moeite doen om alles zo efficiënt en goedkoop mogelijk te laten doen, maar de moed ontbreekt om wezenlijk te kijken of het allemaal wel nodig is. In ons systeem kunnen alleen de huisartsen hen wakker maken! hvdvoort@knmg.nl

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen