Nieuws

RCT’s in de huisartsenpraktijk

0 reacties
Gepubliceerd
7 januari 2013
Enkele decennia geleden was ik betrokken bij een artikelenserie in Huisarts en Wetenschap over de verschillende vormen van effectiviteitsonderzoek in de huisartsenpraktijk.1 Randomised controlled trials (RCT’s) in de huisartsenpraktijk waren toen nog zeer schaars, en dankzij het onderzoek van Kortekaas et al.2 kunnen wij zien dat sindsdien een belangrijke vooruitgang is opgetreden. Belangrijk is ook dat de auteurs hun rapportage voorzien van een analyse van meer en minder door RCT’s gedekte delen van de huisartsgeneeskunde.
De auteurs geven aan dat de door hen gehanteerde zoekstrategie als beperking heeft dat zij niet alle relevante RCT’s hebben gevonden, en dat is begrijpelijk. In dat verband viel mij wel op dat er voor Nederland geen RCT’s waren gevonden in de qua impactfactor hoogst scorende tijdschriften, namelijk het NEJM en de JAMA. Het is mij echter vanuit eigen betrokkenheid bekend dat er in de onderzochte periode wel dergelijke publicaties zijn geweest. Twee voorbeelden daarvan vermeld ik in de referentielijst hieronder.34 Het kan zijn dat er ook andere Nederlandse RCT’s in topbladen zijn gepubliceerd, waarvan ik minder goed op de hoogte ben. Kortom, een en ander zou betekenen dat de toch al positieve evaluatie wat betreft het Nederlandse onderzoek nog wat positiever zou kunnen uitpakken, waarbij ik mij realiseer dat het algemene patroon van de vergelijking met het buitenland vermoedelijk vergelijkbaar blijft omdat overall dezelfde zoekstrategie is gehanteerd.
André Knottnerus, hoogleraar huisartsgeneeskunde Universiteit Maastricht

Antwoord

Terecht wijst Knottnerus op de beperkingen van de zoekstrategie die we hebben gehanteerd in onze analyse van RCT’s in de huisartsenpraktijk. Zoals we in het artikel reeds vermeldden, bleek dat van een aselecte steekproef van honderd RCT’s gepubliceerd door ons bekende Nederlandse huisarts-onderzoekers slechts veertig in onze database voorkwamen. Helaas hebben we daarbij blijkbaar ook een aantal high impact-publicaties gemist. Dat doet geen afbreuk aan onze conclusies, maar met Knottnerus concluderen we dat de researchoutput van de Nederlandse huisartsgeneeskunde waarschijnlijk nog positiever is dan wij nu hebben gevonden. Onderzoek in de huisartsgeneeskunde blijft moeilijk te identificeren, omdat de zoektermen slechts een domein beschrijven, en niet een specifieke onderzoeksmethode of een klinisch thema. Bij veel klinisch onderzoek dat wordt uitgevoerd in de eerstelijnspopulatie zal het domein huisartsgeneeskunde niet als zodanig worden benoemd, zelfs als dat onderzoek wordt uitgevoerd door huisarts-onderzoekers. Wij zouden er voor willen pleiten om de ‘traceerbaarheid’ van onderzoek in de huisartsgeneeskunde te verbeteren door een optimale zoekmethode te koppelen aan betere afspraken rond het toekennen van trefwoorden. Hier ligt een taak voor het Cochrane Field Primary Care. Op die manier kunnen in de toekomst de onderzoeksprestaties op het gebied van de huisartsgeneeskunde beter worden geëvalueerd.
Marlous Kortekaas, namens de auteurs

Literatuur

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen