Wetenschap

Rechtvaardigheid, solidariteit en verantwoordelijkheid

Gepubliceerd
10 maart 2002

Is de overheid verantwoordelijk voor de gezondheidszorg en tot hoever reikt die verantwoordelijkheid? Heeft iedere burger recht op een goede gezondheidszorg of is dat een zaak van solidariteit? Kan iemand aanspraak maken op mijn geld ten bate van zijn of haar eigen gezondheid? Ben ik verantwoordelijk voor de gezondheid van een ander? En hoever gaat die verantwoordelijkheid dan? En als ik verantwoordelijk ben voor mijn eigen en andermans gezondheid, in hoeverre ben ik dan verplicht gezond te leven? Dergelijke vragen gaat Van de Vathorst te lijf met de filosofische methode van het reflectief evenwicht. Deze methode is een synthese van deductief en inductief redeneren, waarbij zowel theorieën en principes als feiten en meningen gewogen worden en met elkaar vergeleken om zo te komen tot een coherent netwerk van intuïties, theorieën en overtuigingen.

Wat is de taak van de overheid? Van de Vathorst gebruikt hiervoor de theorie van Daniels. Deze stelt dat personen verantwoordelijk zijn voor hun eigen geluk en dat de overheid ervoor verantwoordelijk is dat alle personen een eerlijke kans hebben ( fair equality of opportunity) om dat geluk te verwezenlijken. Dat is een kwestie van rechtvaardigheid. Ziekte vermindert de mogelijkheden van een individu; ziekte is dus onrechtvaardig. Een rechtvaardige overheid zorgt dan ook voor het herstel van de voor het individu normale mogelijkheden en doet dat door de relevante delen van de gezondheidszorg toegankelijk te maken. Het gaat hierbij om curatieve zorg, preventieve zorg en ‘vervanging’ (bijvoorbeeld prothesen). Plastische chirurgie valt daar duidelijk niet onder. Daniels stelt echter ook dat zieken die niet kunnen herstellen tot hun normale mogelijkheden, geen rechten kunnen claimen van de overheid. Het gaat dan om chronisch zieken, geestelijk gehandicapten en mensen in de terminale fase. Consequent redeneren in de lijn van het eerlijke->kansenprincipe leidt dan tot een keuze die zeer strijdig is met de situatie in Nederland. Dit principe gaat uit van wederkerigheid: ik zorg voor jou, jij zorgt voor mij. De zwaksten kunnen die wederkerigheid niet waarmaken. Van de Vathorst stelt dan ook dat de theorie van Daniels aangevuld moet worden met het begrip ‘solidariteit’. Solidariteit betekent hier ‘humanitaire solidariteit’: het verzachten en verminderen van de existentiële risico's die iedereen loopt. Het gaat daarbij om overleven en een minimum aan kwaliteit van leven. Eraan ten grondslag ligt compassie, het besef dat het onmenselijk is mensen in dergelijke situaties in de steek te laten. Om ervoor te zorgen dat iedereen – en niet alleen diegenen die toevallig een goed netwerk hebben – gebruik kan maken van deze hulp moet de overheid deze solidariteit organiseren.

Curatieve zorg, preventieve zorg en vervanging zijn dus voorzieningen waar iedereen recht op heeft. Zorg voor chronisch zieken en terminale zorg is een zaak van solidariteit, die gedelegeerd is aan de overheid, waarbij de burgers afspreken hoeveel ze daarvoor willen bijdragen.

Wat zijn de verantwoordelijkheden van het individu? En zijn mensen altijd verantwoordelijk voor hun eigen daden? Hoewel mensen in het algemeen verantwoordelijk zijn voor hun daden, ontstaat er een probleem wanneer mensen zich onverantwoordelijk gedragen: het zou onze keuze kunnen zijn deze mensen uit te sluiten van het door de overheid gegarandeerde recht op bepaalde delen van de gezondheidszorg. Van de Vathorst verwerpt deze mogelijkheid echter vanwege de moeilijke praktische uitvoerbaarheid. Het zou een soort medische rechtbank vereisen om een onderscheid te kunnen maken tussen de berekenende risiconemer en de pechvogel! Mensen die ziek worden door bewust risico's te nemen, moeten dus niet worden uitgesloten van voorzieningen. Om nu tenslotte ook degenen die minder goed in staat zijn kansen te grijpen in staat te stellen de juiste keuzes te maken, moet de overheid volgens Van de Vathorst aan gezondheidsvoorlichting doen.

Het proefschrift van Van de Vathorst is helder geschreven en bevat uiteindelijk een coherent idee dat ten grondslag zou kunnen liggen aan discussies over de organisatie van onze gezondheidszorg. Dat idee bestaat uit rechtvaardigheid, solidariteit, eigen verantwoordelijkheid en het niet bestraffen van risicovol gedrag. Een minpuntje vond ik het naar mijn idee misplaatste optimisme over gezondheidsvoorlichting.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen