Nieuws

Redactioneel

Gepubliceerd
2 februari 2011

De Nederlandse huisarts is in twintig jaar tijd veranderd van een solistisch werkende man in een samenwerkende vrouw, van fulltimer in parttimer en van een dokter met veel aandacht voor het psychosociale naar een meer medisch gerichte professional. Patiënten raken steeds beter geïnformeerd en hebben steeds vaker realistische verwachtingen van hun dokters: griep kunnen ze niet genezen en veel andere klachten ook niet. Bongers doet in deze H&W een poging om al die veranderingen te duiden in hun maatschappelijke context. Hij vergelijkt daartoe de cijfers uit de twee Nationale Studies naar Ziekten en Verrichtingen in de Huisartsenpraktijk (NS1 en NS2).

De medische blik verandert

Die NS2 is jammer genoeg alweer bijna tien jaar geleden, maar toch blijven de cijfers uitermate interessant. Alleen door te tellen zien we immers trends in het vóórkomen van ziektes en aandoeningen in de tijd. Het lastige daarbij is dat dokters slechts het topje van de ijsberg van alle menselijke ellende zien. En dat topje verandert steeds. Patiënten kwamen in 2001 veel vaker met vage klachten dan in 1987. In vijftien jaar tijd verdubbelde de incidentie van moeheid, verdrievoudigde maagpijn en vervijfvoudigde nekpijn. Anderzijds registreerde men minder psychosociale problematiek. Dokters zijn dus enerzijds opgeschoven naar het geven van symptoomcodes, anderzijds lijken ze eerder geneigd echte psychiatrische codes toe te kennen: zo zagen we in de CMR Nijmegen vanaf 1990 een verviervoudiging van angstsstoornissen en depressies. Dokters zijn dus anders gaan kijken naar klachten en symptomen of in ieder geval labelen ze deze anders. Dit wordt mede gestuurd door de ICPC-thesaurus die in elke HIS zit ingebakken, maar ook door nieuwe diagnostische criteria, veranderende richtlijnen en standaarden. Dat is op zich niet erg, maar het vervelende is wel dat hierdoor ziektes minder vaak of juist vaker lijken voor te komen terwijl dat in werkelijkheid niet zo is. Soms is dat koren op de molen van degenen die ziektes nodig hebben om te overleven; om pillen te verkopen of om onderzoekssubsidies voor belangwekkende aandoeningen binnen te halen.

Onzinziektes

Prediabetes of gestoorde glucosetolerantie is zo’n nieuwe ‘ziekte’, door sommigen beschouwd als America’s largest healthcare epidemic, affecting more than 57 million Americans, door anderen gezien als een typisch voorbeeld van disease mongering waarbij diagnostische criteria zodanig worden opgerekt dat meer mensen de ziekte onder de leden hebben en dus in aanmerking komen voor medicamenteuze behandeling. Damen en Krul waarschuwen ons in dit nummer om alert te blijven. Behandeling van prediabetes met een combinatiepreparaat van twee orale glucoseverlagende middelen helpt uiteraard om de diagnose diabetes te vertragen, maar is verder verre van evidence-based. Kijk dus kritisch naar gezondheidsclaims van geneesmiddelen, ook als die worden gepubliceerd in gerenommeerde tijdschriften als de Lancet en vooral als ze mede zijn gefinancierd door de fabrikant. Voor je het weet stoppen we onze oudere patiënten vol met pillen, terwijl de gezondheidswinst betrekkelijk of twijfelachtig is. Ook Bongers laat zien dat de toename van polyfarmacie op oudere leeftijd in 2001 schrikbarend is. Ik vrees dat deze trend de afgelopen tien jaar gewoon heeft doorgezet. En dat terwijl we over het effect en de schadelijkheid ervan veel te weinig weten. Genoeg stof tot nadenken in deze H&W. Henk Schers

Reacties

Er zijn nog geen reacties.

Verder lezen