Nieuws

Ruim 2.500 patiënten met COVID-19 thuis intensief begeleid of overleden (update 5 mei)

Gepubliceerd
12 mei 2020
Dossier
Huisartsen hebben via de meldknop in ZorgDomein in totaal 2.570 patiënten gemeld die zijn overleden door COVID-19, of thuis intensieve zorg hebben gekregen. Dit betreft zowel patiënten met een PCR-bevestigde COVID-19-infectie als patiënten met een klinisch beeld sterk verdacht voor COVID-19.
0 reacties
COVID Consortium
© Margot Scheerder

Spreiding van de meldingen over het land volgt het patroon van de bekende COVID-19-gevallen, zowel in geografie [figuur 1] als in aantal (afname). De cijfers van de COVID-19-registratie van het Consortium Huisartsgeneeskunde zijn geüpdatet tot 5 mei 2020.

Figuur 1 | Meldingen door huisartsen in geografie

Figuur 1 COVID-19 Markers
© Consortium Onderzoek Huisartsengeneeskunde

Registratie staat nog open

De auteurs roepen huisartsen, ook retrospectief, op om overlijdens, of intensieve zorg thuis, te melden via ZorgDomein. Daarmee wordt inzichtelijk gemaakt welke bijdrage huisartsen hebben geleverd aan de COVID-19-zorg voor een kwetsbare groep patiënten. Huisartsen hoeven dus niet alle patiënten met een vermoeden van COVID-19 te melden. Hiervoor zijn momenteel andere registraties beschikbaar. 

Sterfgevallen

De meeste formulieren (65%) betroffen overlijdensmeldingen, waarvan 52% (n = 890) klinisch verdachte, maar niet-geteste patiënten. De overige patiënten waren PCR-bevestigd.

Er is een duidelijke afname in het aantal sterfgevallen dat door huisartsen is gemeld [figuur 2]. Voor de datum van het eerste officieel bevestigde COVID-19-sterfgeval (6 maart 2020) is een aantal patiënten overleden met een sterk vermoeden van COVID-19. Dit is te verklaren doordat huisartsen achteraf het beeld hebben herkend, of omdat na een sterfgeval bijvoorbeeld een partner positief werd getest. De mediane leeftijd van overleden patiënten was 86 jaar, met vrijwel evenveel mannen (867) als vrouwen (845). Van hen overleed 15% in het ziekenhuis. Deze gevallen worden verder buiten beschouwing gelaten. Van de overlijdens buiten het ziekenhuis waren het verzorgingshuis en de eigen woning in respectievelijk 47% en 38% van de gevallen de plaats van overlijden, 15% overleed in een eerstelijnsverblijf, COVID-19 afdeling, verpleeghuis of hospice.   Van de thuis overleden patiënten kreeg 19% zuurstof toegediend. Bij driekwart van de patiënten werd morfine gebruikt en bij iets meer dan de helft werd midazolam toegediend.

Figuur 2 | Aantal meldingen sterfgevallen door huisartsen per week

Figuur 2. COVID-19 Meldingen per week
© Consortium Onderzoek Huisartsgeneeskunde

Intensieve zorg thuis

Met de melding van intensieve of palliatieve zorg thuis werd gevraagd om ernstig zieke patiënten te melden die ondanks ernstig ziek zijn niet naar het ziekenhuis zijn gegaan. Huisartsen meldden 496 PCR-bevestigde patiënten met een mediane leeftijd van 86 jaar en 425 verdachte (maar niet-geteste) patiënten met een mediane leeftijd van 81 jaar. Van de patiënten die thuis begeleid zijn was 64% vrouw. De huisarts schatte de kwetsbaarheid van patiënten in op basis van de Clinical Frailty Score: 69% van de patiënten werd ingeschat als licht kwetsbaar tot terminaal ziek (score 5-9).

De redenen (meerdere redenen mogelijk) om niet meer naar het ziekenhuis te gaan waren divers. De wens van de patiënt is het meest genoemd (56%), gevolgd door somatische kwetsbaarheid (ook 54%) en geestelijke kwetsbaarheid (30%). Verwachte isolatie zonder bezoek was voor 22% van alle patiënten die thuis begeleid zijn een reden om niet te verwijzen. De meeste patiënten bleven thuis met (26%) of zonder (30%) ondersteuning van de thuiszorg: 29% verbleef in een verzorgingshuis. De overigen verbleven in een eerstelijnsverblijf, COVID-19-afdeling, verpleeghuis of hospice, waarbij de eigen huisarts de hoofdbehandelaar bleef. In totaal begeleidden huisartsen 2.182 patiënten, waarvan 1.335 als overleden zijn gerapporteerd.

Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)

De beschikbaarheid van PBM is alleen geïnventariseerd voor de patiënten die zijn overleden. 

Bij 2,7% van de thuis overleden patiënten meldden huisartsen dat er onvoldoende PBM beschikbaar waren voor henzelf. Dit betrof 15 positief geteste patiënten en 25 verdachte, maar niet-geteste patiënten. 

Bij 12% (182 gevallen, waarvan 65 positief getest) waren er onvoldoende PBM voor de thuiszorg en bij 26% (409 gevallen, waarvan 146 positief getest) onvoldoende PBM voor mantelzorgers.

Zie voor meer informatie: Consortiumhuisartsgeneeskunde.nl

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen