Nieuws

Selectie bij opname op een stroke unit

Gepubliceerd
10 april 2005

Blijkbaar komt nog niet elke patiënt met een CVA op een stroke unit terecht. Voor haar promotieonderzoek naar het cognitieve functioneren na een CVA rekruteerde Marleen Gerritsen 194 nieuwe CVA-patiënten uit huisartsenpraktijken in de drie noordelijke provincies en 41 patiënten uit de stroke unit van het Academisch Ziekenhuis Groningen. Bij vergelijking van deze twee groepen bleken er relatief tweemaal zo veel mannen via de stroke unit gerekruteerd te zijn (88 versus 42%), en bleken onder de stroke-unitpatiënten vaker ‘stille CVA's’ (46 versus 26%) en perifeer vaatlijden voor te komen (43 versus 13%). Behalve dat deze verschillen gevolgen hebben voor de generaliseerbaarheid van de resultaten van het onderzoek, roepen zij ook de vraag op of huisartsen selectief te werk gaan bij het verwijzen van CVA-patiënten naar stroke units. Het kan toch niet de bedoeling zijn dat vooral mannen met perifeer vaatlijden naar stroke units worden verwezen? Een andere vermeldenswaardige bevinding van dit onderzoek is dat de lokalisatie van het CVA gerelateerd is aan de snelheid van het verwerken van informatie, waarbij rekening gehouden is met links/rechtshandigheid. Na een CVA in de rechter hemisfeer verloopt het verwerken van informatie veel trager dan na een CVA in de linker hemisfeer. Er waren zelfs aanwijzingen dat de snelheid van informatieverwerking na een CVA in de linker hemisfeer nauwelijks is aangetast. Bij een linkszijdige hemiplegie is het dus zaak rekening te houden met bemoeilijkte communicatie. Overigens kon voor allerlei andere cognitieve functietests een dergelijk links-rechtsverschil niet worden aangetoond. (FS)

Literatuur

  • 1.Gerritsen M. Cognitive aftermath of ischemic stroke – a longitudinal community based study [Proefschrift]. Groningen: Rijksuniversiteit Groningen, 2004.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen