Nieuws

SOLK hoeft niet naar de psycholoog

0 reacties
Gepubliceerd
29 februari 2016
Dossier
In hun commentaar rapporteren collegae Houwen en olde Hartman over de behandelopties bij somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK) naar aanleiding van twee recent verschenen Cochrane-reviews.1 Zij stellen dat patiënten met SOLK niet naar de psycholoog hoeven. Dit verheugt hen, omdat de meeste patiënten met SOLK ook helemaal niet naar de psycholoog zouden willen. Wij kunnen ons vinden in hun uitspraak dat psychologische behandelingen bij SOLK een beperkt effect hebben en nauwelijks effectiever zijn dan ‘enhanced care’ ofwel ‘gestructureerde zorg’ door de huisarts. Niettemin willen we enkele kanttekeningen plaatsen.
Houwen en olde Hartman bepleiten dat huisartsen allereerst hun vooroordelen over patiënten met SOLK opzij moeten zetten. Zij stellen echter ook dat patiënten met SOLK niet zouden openstaan voor psychologische behandeling. Dit is wellicht een eerste vooroordeel. Houwen en olde Hartman zien de wetenschappelijke aandacht voor psychologische behandelingen als uiting van de gedachte dat SOLK ‘tussen de oren zit’. Veel psychologische behandelingen zijn echter gebaseerd op het zogenaamde gevolgenmodel: door het verbeteren van de manier van omgaan met je klachten kun je de (last van de ervaren) klachten verminderen. Veel patiënten staan wel degelijk open voor deze insteek. Sterker nog, er zijn vele SOLK-behandelcentra die volgens dit model werken en die niet te klagen hebben over klandizie.
Ook stellen de auteurs dat een huisarts die werkt volgens het stepped-care-principe van de NHG-Standaard SOLK de gestructureerde zorg levert die op basis van onze review net zo effectief blijkt als psychologische behandelingen.2 De vraag is echter in hoeverre huisartsen het volledige door de auteurs aanbevolen palet van communicatietechnieken en behandelstappen kunnen of willen toepassen. De standaard adviseert mede daarom patiënten met milde SOLK zelf te behandelen, maar patiënten met ernstiger vormen van SOLK, de subcategorie die vooral voorkwam in de onderzoeken die waren opgenomen in de recente Cochrane-reviews, te verwijzen.
Wij zijn van mening dat de keuze voor een specifieke behandeling bij ernstiger vormen van SOLK samen met de patiënt moet worden gemaakt. Sommige patiënten zullen meer voelen voor een psychologische behandeling, anderen meer voor een lichamelijke aanpak. Onze conclusie? SOLK hoeft niet naar de psycholoog, maar bij ernstige klachten mag het wel.
Nikki Claassen-van Dessel, Madelon den Boeft

Antwoord

Wij willen graag ingaan op het commentaar van collegae Nikki Claassen-van Dessel en Madelon den Boeft. Zij zijn het met ons eens dat psychologische behandelingen bij SOLK nauwelijks effectiever zijn dan gestructureerde zorg door de huisarts, zoals beschreven in de NHG-Standaard. Ze stellen dat veel patiënten met SOLK wel degelijk openstaan voor een verwijzing naar de psycholoog. Onze ervaring is echter anders. Bovendien geven patiënten zelf aan dat ze vaak moeten strijden tegen de scepsis van de dokter en als ‘psychisch geval’ worden gezien.1 Claassen-van Dessel en Den Boeft vragen zich af of huisartsen voldoende zijn toegerust om de NHG-Standaard ook daadwerkelijk in praktijk te brengen. Inderdaad is er nog een wereld te winnen in de implementatie van de standaard en de scholing van huisartsen (in opleiding) op het gebied van SOLK. We zijn dan ook blij dat SOLK een van de tien thema’s is in het nieuwe Landelijke Opleidingsplan Huisartsgeneeskunde.2 Dit is een belangrijk stap in de goede richting en een signaal richting huisartsen dat, zoals wij ook stelden in ons commentaar, zij over het algemeen SOLK-patiënten prima zelf kunnen behandelen.3
Gelukkig krijgt slechts een kleine groep patiënten een ernstige vorm van SOLK. Deze patiënten zijn fors beperkt in hun dagelijks functioneren, hebben een evidente vermindering van kwaliteit van leven en hebben zo snel mogelijk de juiste zorg nodig. De vraag blijft echter of een psychologische behandeling de eerstaangewezen behandeling is voor deze patiënten. Immers, zoals Claassen-van Dessel en Den Boeft zelf ook aangeven, kwam juist deze subcategorie patiënten met ernstiger vormen van SOLK vooral voor in de onderzoeken die waren opgenomen in de Cochrane-review en die constateerde dat psychologische behandelingen nauwelijks effectiever zijn dan gestructureerde zorg.
Uiteindelijk gaat het erom samen met de patiënt met SOLK te kijken wat hij of zij nodig heeft. Dit kan goede gestructureerde zorg van de huisarts zijn, of een lichamelijke aanpak bij een gespecialiseerde fysio- of oefentherapeut. En wanneer een patiënt met SOLK graag naar een psycholoog wil voor verdere behandeling en begeleiding is daar natuurlijk helemaal niets op tegen.
Juul Houwen, Tim olde Hartman

Literatuur

  • 1.Houwens J, olde Hartman T. SOLK hoeft niet naar de psycholoog. Huisarts Wet 2015;58:662-3.
  • 2.Van Dessel N, Den Boeft M, Van der Wouden JC, Kleinstäuber M, Leone SS, Terluin B, et al. Non-pharmacological interventions for somatoform disorders and medically unexplained physical symptoms (MUPS) in adults. Cochrane Database Syst Rev 2014;11:CD011142.
  • 3.Lucassen PLBJ, olde Hartman TC, Borghuis M. Somatische fixatie. Een nieuw leven voor een oud begrip. Huisarts Wet 2007;50:11-5.
  • 4.Huisartsopleiding Nederland. Naar een Landelijk Opleidingsplan Huisartsgeneeskunde. Utrecht: 2012.
  • 5.Houwen J, olde Hartman T. SOLK hoeft niet naar de psycholoog. Huisarts Wet 2015;58:662-3.

Reacties

Er zijn nog geen reacties