Wetenschap

Stoppen met roken op het werk

0 reacties
Verhoogt een financiële beloning voor stopsucces de effectiviteit van een trainingsprogramma voor rokende werknemers om te stoppen met roken?

Samenvatting

Inleiding Doel van dit onderzoek was te onderzoeken of een financiële beloning voor stopsucces de effectiviteit van een trainingsprogramma voor rokende werknemers om te stoppen met roken kan verhogen.

Methode Clustergerandomiseerde, gecontroleerde trial binnen Nederlandse bedrijven. Geïncludeerd werden werknemers van 18 jaar en ouder die tabak rookten. Alle deelnemers ontvingen op de werkplek een groepstraining van zeven sessies à 90 minuten, en deden na afloop van de training en na drie, zes en twaalf maanden een koolmonoxideblaastest ter controle. De deelnemers in de interventiegroep kregen na iedere test een voucher als zij niet rookten; zij konden zo in totaal € 350 verdienen. De primaire uitkomstmaat was biochemisch gevalideerde continue abstinentie na twaalf maanden.

Resultaten Tussen 1 maart 2016 en 1 maart 2017 werden 31 bedrijven (319 rokers) na loting toegewezen aan de interventiegroep en 30 bedrijven (285 rokers) aan de controlegroep. Twaalf maanden na de training waren in de interventiegroep 131 (41%) van de 319 werknemers gestopt en in de controlegroep 75 (26%) van de 284. Dit verschil was significant: gecorrigeerd voor inkomen, opleiding en nicotineafhankelijkheid was de odds ratio 1,93 (95%-betrouwbaarheidsinterval 1,31 tot 2,85; p = 0,0009).

Conclusie Een financiële beloning kan het succes van een stoppen-met-rokentraining aanzienlijk vergroten.

Wat is bekend?

  • Een stoppen-met-rokenprogramma op de werkplek is laagdrempelig omdat het geen financiële bijdrage vereist, geen extra reistijd kost en zich in een vertrouwde omgeving afspeelt.

  • Buitenlandse onderzoeken hebben aangetoond dat financiële beloningen en groepstrainingen op de werkplek afzonderlijk effectieve interventies zijn om te stoppen met roken.

  • Nog niet eerder onderzocht is de effectiviteit van een financiële beloning in combinatie met een stoppen-met-rokentraining.

Wat is nieuw?

  • Een financiële beloning in combinatie met een uitgebreide stoppen-met-rokentraining op de werkplek verhoogt het stopsucces van rokende werknemers.

  • De beloningen verhoogden de stoppercentages aanzienlijk: na twaalf maanden was het percentage succesvolle stoppers in de interventiegroep (41%) significant hoger dan in de controlegroep (26%).

Inleiding

In 2017 rookte 23% van de Nederlanders van 18 jaar en ouder nog regelmatig.1 De prevalentie van roken was echter veel hoger onder mensen met een lage opleiding (29%) dan onder mensen met een hoge opleiding (18%). Dit verschil wordt ook gevonden tussen lagere en hogere inkomens.1 De prevalentie onder werknemers verschilt per werkomgeving en is binnen bepaalde bedrijven aanzienlijk hoger.2

Stoppen met roken via het werk is voordelig voor zowel werkgevers als werknemers. Voor werkgevers is het financieel gunstig omdat werknemers die roken vaker verzuimen en minder productief zijn.345 Voor werknemers is stoppen-met-rokenprogramma op de werkplek laagdrempelig omdat het geen financiële bijdrage vereist, geen extra reistijd kost en zich in een vertrouwde omgeving afspeelt.6 En een groepstraining met collega’s heeft als bijkomende voordelen sociale steun en positieve groepsdruk.78

Voor werkgevers is stoppen met roken via het werk financieel gunstig, omdat werknemers die roken vaker verzuimen en minder productief zijn

Eerdere onderzoeken in het buitenland toonden aan dat financiële beloningen, groepstrainingen en interventies op de werkplek effectief zijn om te stoppen met roken.791011 Ons clustergerandomiseerde onderzoek had daarom tot doel de effectiviteit te onderzoeken van een combinatie van deze componenten. We namen als hypothese dat financiële beloningen samen met een groepstraining voor stoppen met roken op de werkplek het aantal succesvolle stoppers zou verhogen ten opzichte van een groepstraining zonder beloningen.

Methode

Onderzoeksopzet

Deze clustergerandomiseerde gecontroleerde trial werd tussen maart 2016 en maart 2017 uitgevoerd bij Nederlandse bedrijven die een stoppen-met-rokentraining aanboden aan hun werknemers. Het onderzoek is goedgekeurd door de medisch-ethische commissie en is geregistreerd in het Nederlands Trial Register onder nummer NTR5657. Voor details, zie ons oorspronkelijke artikel.12

Deelnemers

Telefonisch en via e-mail benaderden we bedrijven van verschillende grootte en uit verschillende branches. De bedrijven zelf rekruteerden werknemers van 18 jaar en ouder die tabak rookten, de randomisatie vond plaats op bedrijfsniveau. Alle deelnemers tekenden voor informed consent.

De interventie

In elk van de deelnemende bedrijven werd een trainingsprogramma voor stoppen met roken georganiseerd, bestaande uit zeven wekelijkse sessies van elk 90 minuten. De trainingssessies werden gegeven door professionele coaches van het Nederlandse bedrijf SineFuma.

Deelnemers uit de interventiegroep konden vier vouchers verdienen met een totale waarde van € 350 als zij twaalf maanden lang niet rookten. De deelnemers ontvingen de eerste voucher van € 50 aan het einde van de stoppen-met-rokentraining na biochemische validatie van continue abstinentie. Een tweede en derde voucher kon worden verdiend als de deelnemer drie en zes maanden na afloop van het trainingsprogramma nog steeds abstinent bleek. Aan het einde van het onderzoek, twaalf maanden na afloop van de stoppen-met-rokentraining, kregen deelnemers die nog steeds abstinent waren de laatste tegoedbon van € 200.

Uitkomstmaten

De primaire uitkomstmaat was continue abstinentie van roken gedurende twaalf maanden, gevalideerd met een koolmonoxide (CO-)blaastest, zoals beschreven in de russellstandaard.13 Secundaire uitkomstmaten waren CO-gevalideerde en zelf gerapporteerde abstinentie direct na het beëindigen van het trainingsprogramma, na drie maanden en na zes maanden. Deelnemers van wie op de eindpunten de CO-validatie ontbrak, beschouwden we als rokers.

Analyse

We voerden een intention-to-treat-analyse uit conform de russellstandaard.13 Het verschil in stopsucces tussen de interventie- en de controlegroep werd geëvalueerd met behulp van een gegeneraliseerde lineaire mixed-effects modelanalyse met een logit-link (binaire uitkomstmaat) en een random intercept op bedrijfsniveau om rekening te houden met de clustering van deelnemers binnen de bedrijven. In de analyse werd gecorrigeerd voor inkomensniveau, onderwijsniveau en nicotineafhankelijkheid (fagerströmscore). Multipele imputatie werd gebruikt voor ontbrekende waarden.

Resultaten

In totaal 61 bedrijven met 604 werknemers namen deel aan het onderzoek. We wezen 31 clusters met 319 werknemers gerandomiseerd toe aan de interventiegroep en 30 clusters met 285 deelnemers aan de controlegroep [tabel 1]. De stoppen-met-rokentraining bestond uit zeven sessies; deelnemers uit de controlegroep woonden gemiddeld 5,5 sessies bij (standaarddeviatie (SD) 1,6), deelnemers uit de interventiegroep 5,8 sessies (SD 1,4).

Effecten op stopsucces

[Tabel 2] en de [figuur] tonen de resultaten voor onze primaire uitkomstmaat (CO-geverifieerde continue abstinentie na twaalf maanden) en die van de tussentijdse metingen. In de interventiegroep waren 131 (41%) van de 319 deelnemers gestopt en in de controlegroep 75 (26%) van de 284 deelnemers (gecorrigeerde odds ratio (OR) 1,93; 95%-betrouwbaarheidsinterval (95%-BI) 1,31 tot 2,85; p = 0,0009). Direct na het afronden van de stoppen-met-rokentraining waren in de interventiegroep 266 (83%) van de 319 deelnemers gestopt, en in de controlegroep 216 (76%) van de 285 deelnemers. Na drie maanden was het aantal stoppers in de interventiegroep 172 (54%) en in de controlegroep 125 (44%), na zes maanden was het aantal stoppers in de interventiegroep 145 (45%) en in de controlegroep 76 (27%).

Figuur | Geobserveerde percentages van gevalideerde abstinentie in de interventiegroep (training + beloningen) en controlegroep (alleen training)

Geobserveerde percentages van gevalideerde abstinentie in de interventiegroep (training + beloningen) en controlegroep (alleen training)
Geobserveerde percentages van gevalideerde abstinentie in de interventiegroep (training + beloningen) en controlegroep (alleen training)

Beschouwing

Onze resultaten laten zien dat financiële beloningen effectief zijn bij stoppen-met-rokentrainingen op de werkplek. De beloningen verhoogden de stoppercentages aanzienlijk: na twaalf maanden was het percentage succesvolle stoppers in de interventiegroep (41%) significant hoger dan in de controlegroep (26%).

Je kunt niet met zekerheid zeggen dat het stopsucces aanhoudt als er geen beloningen meer worden uitgereikt

Vergelijking met andere onderzoeken

Het positieve effect van een financiële beloning op stoppen met roken is ook in internationaal onderzoek geconstateerd.91114 De stoppercentages na twaalf maanden waren in deze onderzoeken echter lager dan in het onze: ongeveer 10% in de interventiegroep versus 4% in de controlegroep.914 De beloningen lagen in deze onderzoeken hoger dan in het onze ($750 respectievelijk $1650 versus € 350), maar de deelnemers kregen niet standaard een stoppen-met-rokentraining.

Mirjam Vissers
© Mirjam Vissers

Dat wij hogere stoppercentages vonden, komt dus waarschijnlijk door de combinatie van een financiële beloning met een uitgebreide stoppen-met-rokentraining. Weliswaar was ons onderzoek niet ontworpen om de effectiviteit van het trainingsprogramma te beoordelen – succes zou dus óók kunnen voortvloeien uit factoren buiten het trainingsprogramma –, maar eerder onderzoek heeft al laten zien dat de kans op stopsucces groter is wanneer men rokers een professioneel groepstrainingsprogramma aanbiedt dat kennis en vaardigheden aanleert en sociale steun biedt.1015

Beperkingen en voorbehouden

Ons onderzoek heeft enkele beperkingen. Ten eerste meldden deelnemers zich vrijwillig aan; ze waren dus waarschijnlijk al gemotiveerd om te stoppen met roken. Een andere beperking was dat onze primaire uitkomstmaat, twaalf maanden gestopt zijn, samenviel met het laatste beloningsmoment. Je kunt op basis van deze resultaten dus niet met zekerheid zeggen dat het stopsucces aanhoudt als er geen beloningen meer worden uitgereikt.2 Tot slot is de CO-blaastest die we gebruikten wel de voorkeursmethode om recent roken te detecteren, maar er bestaat geen objectieve methode die abstinentie gedurende de volledige twaalf maanden kan verifiëren.13

Relevantie

Het Nationaal Preventieakkoord zet de komende jaren sterk in op het stimuleren van stoppen met roken.16 Twee belangrijke doelstellingen zijn dat de helft van de rokers in 2020 een serieuze stoppoging doet en dat 20% daarbij gebruik maakt van effectieve zorg. Verder worden financiële drempels weggenomen zodat stoppen-met-rokenzorg in 2020 voor iedereen toegankelijk is.

Bij dit alles is een belangrijke rol weggelegd voor de huisarts. Twee derde van alle rokers komt nu al jaarlijks bij de huisarts, maar stoppen met roken komt slechts bij een kwart tot een derde ter sprake.17 In het Preventieakkoord is afgesproken dat huisartsen vaker een stopadvies gaan geven en dat ze rokende patiënten zullen helpen bij het vinden van passende interventies.

Ons onderzoek laat zien dat het concept van een gezamenlijke stoppen-met-roken training in combinatie met een beloning effectief is op de werkplek. Dat concept zou ook in de huisartsenpraktijk goed kunnen werken, het zou een goede manier zijn om rokers laagdrempelig en dicht bij huis te helpen. Maar bovendien zou het de gelegenheid bieden een eventueel rokende partner bij de stoppoging te betrekken, vaak een bepalende factor voor stopsucces.

Voor verzekeraars zijn de resultaten van ons onderzoek wellicht aanleiding om niet alleen de stoppen-met-rokenbehandeling zelf te vergoeden, maar ook na te denken over een financiële beloning voor degenen die met succes weten te stoppen. Dat zou de behandeling effectiever maken.

Conclusie

Het toevoegen van een financiële beloning voor wie erin slaagt te stoppen, verhoogt de effectiviteit van trainingen op de werkplek om werknemers te laten stoppen met roken.

Tabel 1: Cluster- en deelnemerskarakteristieken
  Interventiegroep Controlegroep
Aantal deelnemers 319 285
Aantal clusters 31 30
Clustergrootte 10,6 (3,5) 10,4 (3,6)
Bedrijfsgrootte    
0-50 2 (6%) 2 (7%)
51-100 2 (6%) 3 (10%)
101-200 3 (10%) 4 (13%)
201-500 8 (26%) 5 (17%)
501-1000 9 (29%) 4 (13%)
> 1000 7 (23%) 12 (40%))
Leeftijd, jaren 43,9 (10,4) 46,6 (9,7)
Geslacht    
vrouw 102 (32%) 121 (42%)
man 217 (68%) 164 (58%)
Opleidingsniveau    
laag 97 (30%) 62 (22%)
middel 136 (43%) 119 (42%)
hoog 75 (24%) 90 (32%)
onbekend 11 (3%) 14 (5%)
Inkomensniveau    
laag 111 (35%) 68 (24%)
middel 91 (29%) 84 (29%)
hoog 76 (24%) 105 (37%)
onbekend 41 (13%) 28 (10%)
Eerdere stoppoging ondernomen    
ja 253 (79%) 228 (80%)
nee 55 (17%) 48 (17%)
onbekend 11 (3%) 9 (3%)
Aantal sigaretten per dag    
≤ 10 58 (18%) 55 (19%)
11-20 179 (56%) 159 (56%)
21-30 59 (19%) 58 (20%)
≥ 31 9 (3%) 3 (1%)
onbekend 14 (4%) 10 (4%)
Pack years* 21,6 (13,2) 23,5 (13,0)
onbekend 24 (8%) 11 (4%)
Fagerströmscore voor nicotineafhankelijkheid 4,4 (1,9) 4,5 (2,0)
onbekend 19 (6%) 12 (4%)
Nicotinevervangers gebruikt tijdens stoppoging    
ja 134 (42%) 130 (46%)
nee 156 (49%) 117 (41%)
onbekend 29 (9%) 38 (13%)
Medicatie gebruikt tijdens stoppoging†    
ja 77 (24%) 43 (15%)
nee 212 (66%) 204 (72%)
onbekend 30 (9%) 38 (13%)
E-sigaretten gebruikt tijdens stoppoging    
ja 52 (16%) 58 (20%)
nee 235 (74%) 184 (65%)
onbekend 32 (10%) 43 (15%)
Tabel 2: Continue abstinentie op eindpunten
  Interventiegroep Controlegroep OR (95%-BI)* P-waarde NNT
Aantal deelnemers 319 285      
Abstinentie na afronden programma          
zelfrapportage 267 (84%) 226 (79%) 1,50 (0,81 tot en met 2,75) 0,195  
biochemisch gevalideerd 266 (83%) 216 (76%) 1,77 (1,00 tot en met 3,12) 0,050 13
Abstinentie na 3 maanden          
zelfrapportage 181 (57%) 137 (48%) 1,46 (0,999 tot en met 2,15) 0,051  
biochemisch gevalideerd 172 (54%) 125 (44%) 1,55 (1,07 tot en met 2,24) 0,021 10
Abstinentie na 6 maanden          
zelfrapportage 149 (47%) 95 (33%) 1,78 (1,21 tot en met 2,64) 0,0039  
biochemisch gevalideerd 145 (45%) 76 (27%) 2,39 (1,62 tot en met 3,52) 0,0001 5
Abstinentie na 12 maanden          
zelfrapportage 132 (41%) 80 (28%) 1,81 (1,24 tot en met 2,65) 0,0022  
biochemisch gevalideerd 131 (41%) 75 (26%)† 1,93 (1,31 tot en met 2,85) 0,0009 7
Lees meer

Lees ook:

Nieuw onderzoek naar efficiënte verwijsstrategie voor rokers’ van Liza Meeuwsen. Huisarts Wet 2019;62:DOI:10.1007/s12445-019-0107-x.

Van den Brand FA, Nagelhout GE, Winkens B, Chavannes NH, Van Schayck OC. Stoppen met roken op het werk. Beloningen verhogen het succes van een training. Huisarts Wet 2019;62:DOI:10.1007/s12445-019-0095-x.
Mogelijke belangenverstrengeling: niets aangegeven
Dit artikel is een bewerkte vertaling van: Van den Brand FA, Nagelhout GE, Winkens B, Chavannes NH, Van Schayck OC. Effect of a workplace-based group training programme combined with financial incentives on smoking cessation: a cluster-randomised controlled trial. Lancet Public Health 2018;3(11):e536-44. Publicatie gebeurt met toestemming.

Literatuur

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen