Nieuws

Structurele ontrouw

Gepubliceerd
10 april 2003

Begin 2002 kwamen in Roermond bij een door de vader veroorzaakte brand 6 kinderen om het leven. Het gezin was psychosociaal zeer hulpbehoevend. Diverse hulpverleningsinstanties probeerden te helpen. Hoe kan zoiets gebeuren, is dan de verzuchting in de kranten. En wat volgt, is een deels in de media gevoerde discussie over wie eigenlijk verantwoordelijk was. Niemand. Anne Braaksma, gezinsvoogd, schrijft dan: ‘Continuïteit in de hulpverlening is voor een gezin nodig om vertrouwen en betrouwbaarheid op te bouwen. Een persoonlijke relatie tussen hulpverlener en gezin is bovendien niet overdraagbaar. Bij elke overdracht, zoals nu vaak gebeurt, wordt het gezin impliciet in de steek gelaten’. Structurele ontrouw is een goede beschrijving van wat er gebeurt als steeds wisselende instanties betrokken worden bij een probleemgezin. Ik heb niet de illusie dat dergelijke excessen voorkomen worden als er wel één hulpverlener verantwoordelijk is. Blijft het feit dat vertrouwen en betrouwbaarheid essentiële waarden zijn in hulpverlening die niet zomaar van de een op de ander overgedragen kunnen worden. Structurele ontrouw dreigt ook voor de huisartsgeneeskunde. Zo worden plannen gelanceerd om een hbo-dokter een groot deel van de patiënten met kleine kwalen te laten behandelen. Wonen buiten het praktijkgebied neemt toe, waardoor terminale patiënten buiten kantooruren hun eigen huisarts niet meer zien. Bovendien worden spreekuren voor mensen met suikerziekte en astma/COPD steeds vaker door praktijkassistentes gedaan. Ik ben niet tegen het delegeren van taken, maar ik mis de discussie over de betekenis van dit alles voor de kern van het vak. Die kern is nog altijd het op deskundige wijze persoonlijk omgaan met zieke mensen en niet de behandeling van ziektes. Huisartsen zijn de enige medici die deze pretentie (nog) hebben. De pretentie wordt nog steeds verwoord in officiële omschrijvingen. Denk aan de bekende persoonlijke, continue en integrale zorg uit de Toekomstvisie Huisartsenzorg. Helaas gebruiken we die toetssteen te weinig bij het lanceren van nieuwe plannen. (PL)

Literatuur

  • 0.Braaksma A. Gezin is beter af met één hulpverlener. De Volkskrant 14 februari 2003.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen